Wojciech Łoś (47) is al bijna dertig jaar boer, vertelt hij op weg naar een grote stenen schuur op zijn landgoed. ‘Maar het ging nog nooit zo slecht.’ Zijn akkers rondom het Poolse Leśniowice strekken zich uit over de omliggende velden: 200 hectare tarwe, maïs. En koolzaad, in volle bloei. Het landschap kleurt geel van bloemen die de volgende oogst aankondigen. Dan zwaait Łoś een zware houten deur open. Voor hem liggen bergen graan, een schuur vol, twee man hoog. ‘250 ton oogst van vorig jaar. En het kan nergens heen.’
Een boer zou zich op de oogst moeten verheugen. Maar in Polen is de aanstaande oogst een bron van zorgen en financiële onzekerheid. Het land kampt, net als andere buurlanden van Oekraïne, met een graanoverschot. Die graanberg is ontstaan nadat de Europese Unie vorig jaar de importheffingen op Oekraïense landbouwproducten had opgeheven, zodat boeren in oorlogsgebied hun graan konden exporteren – en de wereld voeden. Nadat Rusland de havens in de Zwarte Zee had geblokkeerd, dreigde de Oekraïense graanvoorraad te verpieteren. De zogenoemde ‘solidarity lanes’ van de EU moesten dit voorkomen.
Over de auteur
Arnout le Clercq is correspondent Centraal- en Oost-Europa voor de Volkskrant. Hij woont in Warschau.
Het feest van solidariteit eindigde met een flinke kater. Tegen alle afspraken in belandde het goedkopere Oekraïense graan op de interne markt van de buurlanden. Polen kampt nu met een overschot: schattingen lopen uiteen van drie tot zes miljoen ton. Graanschuren van boeren en handelaren zitten overvol. De kans dat het overschot op tijd – voor de oogst deze zomer – is afgebouwd, lijkt klein. De Poolse infrastructuur kan deze enorme hoeveelheid graan zo snel niet wegwerken. Graanhandelaren komen opslagcapaciteit tekort. Plus boeren willen niet verkopen, omdat de prijs is gekelderd. In de graanberg zit nauwelijks beweging.
Voor Oekraïne is de situatie nijpend. Ondanks de oorlog staat een deel van de Oekraïense akkers straks in bloei. Ook daar dwingt de oogst zich af. De graandeal met Rusland, die export via de Zwarte Zee mogelijk maakt, werd deze week op het nippertje met zestig dagen verlengd. Maar Oekraïne kan via de deal slechts een deel van de vooroorlogse hoeveelheid graan exporteren, in een stroperig tempo. Rusland is een onbetrouwbare onderhandelingspartner. Alternatieven blijven belangrijk en de Poolse levensader dreigt dicht te slibben.
Om dit op te lossen blokkeerde Polen in april de import van landbouwproducten uit Oekraïne. Tot grote woede van Kyiv en Brussel – de actie druiste in tegen de EU-handelsregels. Slowakije, Hongarije, Roemenië en Bulgarije volgden. Na een diplomatiek kooigevecht herstelde Polen de handel met Oekraïne, maar slechts voor doorvoer. Kort daarop werd dit tijdelijk EU-beleid. Oekraïense vracht wordt nu verzegeld in konvooien door Polen geleid, een veel trager proces dan eerst. De Commissie maakt miljoenen euro’s aan steun voor boeren vrij. De importblokkade in bovengenoemde lidstaten duurt in eerste instantie tot 5 juni, om Polen ademruimte te geven en het overschot weg te werken.
Maar er gebeurt weinig, blijkt uit een tocht langs boeren en handelaren op het platteland van zuidoostelijk Polen. Aan de keukentafel leggen Wojciech Łoś en zijn echtgenote Anna (46) hun dilemma’s voor. Hun grootste probleem is de prijs. ‘Die is op dit moment zo laag dat we tegen verlies moeten verkopen.’ Van sommige producten is de prijs meer dan gehalveerd. ‘Iedereen begrijpt dat we Oekraïne moeten helpen’, zegt Anna Łoś. ‘We leven mee. In het begin nam iedereen vluchtelingen in huis, wij ook.’
De grens met Oekraïne ligt op slechts een half uur rijden van hun boerderij. ‘Maar met goedkope Oekraïense landbouwproducten kunnen we onmogelijk concurreren.’ Vanwege de lagere productiekosten, de vruchtbaarheid van de bodem en grotere boerderijen is het graan uit het buurland goedkoper. ‘Het had hier nooit op de markt mogen belanden.’
Om de huidige situatie te begrijpen, moeten we terug in de tijd. Afgelopen jaar waren de prijzen voor landbouwproducten eerst hoger dan normaal, zegt Gustaw Jędrejek, voorzitter van de Landbouwkamer in de provincie Lubelskie, waar het gezin Łoś zijn boerderij heeft. ‘Na de vorige oogst hielden Poolse boeren hun graan vast. Normaal gesproken stijgt de prijs in de maanden daarop.’ Minister van Landbouw Kowalczyk adviseerde boeren, die zenuwachtig werden van het graan uit Oekraïne, niet te verkopen. ‘Waarschijnlijk om een snelle prijsdaling te voorkomen.’
In diezelfde periode belandde het Oekraïense graan op de markt, hoewel dat niet de bedoeling was. ‘Transportkosten zijn hoger geworden door de oorlog. In plaats van door te rijden naar de havens aan de Oostzee of Duitsland, zetten producenten hun graan af in Polen. Wij merkten als eersten dat de pakhuizen vol raakten, omdat we zo dicht bij de grens wonen.’ Terwijl de Poolse boeren hun graan vasthielden, wachtend op betere prijzen, kochten graanhandelaren en bedrijven die graan verwerken de goedkopere Oekraïense producten op die de markt overspoelden. Zo ontstond een overschot in de gehele handelsketen.
Jędrejek steekt de hand in eigen boezem. ‘Misschien hebben Poolse boeren te lang gewacht, terwijl we hoopten op een betere prijs. We hebben te veel risico genomen.’ Poolse boeren worden beschuldigd van speculeren met graan, nu zitten ze op de blaren. ‘Maar de regering heeft niets gedaan tegen de bedrijven die Oekraïens graan kochten.’ Ook Kyiv wijst erop dat de Poolse economie gretig gebruikmaakte van hun goedkopere producten. De regering heeft niet geluisterd, klagen boeren, hoewel ze sinds vorige zomer waarschuwen voor problemen.
Toen boeren dit voorjaar massaal de straat opgingen, werd Warschau ruw wakker geschud. Minister Kowalczyk trad af. Onrust onder boeren is slecht voor regeringspartij Recht en Rechtvaardigheid (PiS), die zich opwerpt als beschermer van het Poolse platteland, waar 40 procent van de bevolking woont. Dit najaar zijn er spannende verkiezingen, die PiS hoopt te winnen.
Samen met andere boeren in de omgeving richtte Łoś de protestgroep Oszukana Wieś, ‘het bedrogen platteland’ op. In zijn dorp alleen al zitten zeven graanboeren met volle schuren. Van de pogingen van de regering om de boeren te helpen, komt in de praktijk weinig terecht, zegt het echtpaar. Er zijn subsidies beloofd, maar die zijn te laag en komen nog niet, zeggen boeren. Sterker, die jagen de prijs verder naar beneden. Graanhandelaren anticiperen op het geld van de regering en verlaagden hun inkoopprijzen. De nieuwe landbouwminister spoort boeren nu juist aan om te verkopen. Wie kan, verkoopt, wat nu tot een verdere prijsdaling leidt.
Gevraagd naar de toekomst haalt boer Łoś zijn schouders op: ‘bankrutować’, Pools voor failliet gaan. Niet dat de Poolse boeren armlastig zijn, middelgrote ondernemingen voorop. Ze wonen in grote huizen, hebben vele hectaren land tot hun beschikking en konden afgelopen jaren rekenen op landbouwsubsidies van de EU. Maar een deel van hun kapitaal zit in de lucht: investeringen zijn afhankelijk van goede opbrengsten, veel boeren pachten land en lenen geld voor hun landbouwmachines. De rente is afgelopen jaar gestegen om inflatie te drukken: nog een onverbiddelijke kostenpost. Prijzen voor kunstmest zijn soms verzesvoudigd.
En zelfs als ze willen verkopen, kan dat niet, legt het echtpaar Łoś uit. ‘Graanhandelaren hebben geen plek voor onze producten. Of soms maar 5 ton per dag. We hebben 400 ton liggen.’ Naar de graanhandelaren wijzen is niet fair, zegt Grzegorz, een handelaar van middelbare leeftijd die vanwege het gevoelige onderwerp niet met achternaam of leeftijd in de krant wil. Zijn silo’s in het dorpje Sielec zitten propvol Pools graan. ‘Al dat graan is al verkocht. Maar de bedrijven willen het niet hebben en slaan het hier in tussentijd op.’ De reden? ‘Ze hebben waarschijnlijk nog genoeg Oekraïens graan.’
Grzegorz kan slechts een kleine hoeveelheid inkopen en verkopen, die direct met vrachtwagens naar de Poolse havens gaat. Maar ook die zijn verstopt. ‘Dertig van mijn vrachtwagens staan nu al dagen vast.’ Poolse havens kunnen zo rond de 700 duizend ton graan per maand verschepen, een fractie van wat zich in het land bevindt. Bovendien drukt de doorvoer van Oekraïens graan, direct naar de havens, ook op de Poolse infrastructuur. Tegelijkertijd komt nog steeds Oekraïens graan de markt op, zegt Jędrejek van de Graankamer. ‘Via Slowakije. En we krijgen berichten dat Poolse bedrijven chauffeurs eerst naar Duitsland laten rijden, waarna ze zonder zegel terugkeren. Er gebeurt niets om de markt te stabiliseren. Het is nog steeds crisis.’
In de kostbare tijd die de Poolse regering tot haar beschikking heeft, breidt de crisis zich als een olievlek uit. Media berichten intussen over andere overschotten: melk, suiker, en rood fruit. De druk om Poolse boeren boven die uit Oekraïne te stellen, neemt eerder toe dan af – slecht nieuws voor Oekraïne. Op het terrein van handelaar Grzegorz brengt boer Piotr Lachowski (39) met zijn tractor een lading koolzaad weg. ‘Veel minder dan wat ik nog heb liggen. Maar ik moet een beetje verkopen om de rente op mijn leningen af te lossen.’ Hij wil niet wachten, liefst verkoopt hij zo veel mogelijk. Er is alleen geen plek. ‘De oogst komt eraan. Dit kunnen we niet op tijd oplossen. Van dit overschot hebben we nog jaren last.’
Oekraïne is een van de grootste graanproducenten ter wereld. Na de oogst van 2020 exporteerde Source: Volkskrant