Home

‘Na mijn dood leef ik door in mijn kinderen’

Veertien jaar geleden krijgt Nezz Ozbicer te horen dat ze kanker heeft, sindsdien is de ziekte twee keer teruggekomen. Op sociale media vertelt ze er openhartig over. ‘De traditionele houding in de Turkse gemeenschap is dat je het niet over dood en ziekte hebt.’

Vanaf haar geboorte speelt de dood in haar leven een hoofdrol. Wanneer ze acht maanden is, blijkt haar moeder uitgezaaide borstkanker te hebben. De artsen geven haar nog drie jaar, maar haar moeder weet het vijf jaar langer vol te houden. De klap van haar dood is er voor haar 8-jarige dochter niet minder hard om: ‘Ze was mijn enige houvast. Ik verloor op dat moment al mijn hoop.’

Als nakomertje in een Turks gezin met vijf kinderen weet Nezz Ozbicer, inmiddels 42 jaar, zich daarna geen raad meer: ‘Ik was kwaad op alles en iedereen en werd een probleemkind. Ik vocht op straat, met meisjes en jongens. Op school deed ik niets, waardoor ik een vmbo-advies kreeg, een grote teleurstelling.’

Een docent op haar vmbo in Spijkenisse biedt hulp: ‘Hij luisterde serieus naar me, ik voelde me gehoord. ‘Wat je hier op dit moment doet, bepaalt je toekomst’, zei hij. Ik vertelde hem dat ik ervan droomde als arts kankerpatiënten te genezen. Hij hield me voor dat er op school veel kinderen met een zware jeugd zitten. Die kunnen anderen niet helpen als ze alleen aan het verleden denken en het leren niet oppakken’, hield hij me voor. Vanaf dat moment heb ik de knop omgezet.’

Na het vmbo volgt een mbo-opleiding voor handel en parfumerie. Wanneer ze daarna een hbo-opleiding psychologie in Rotterdam wil doen, stuit ze op een verbod van haar vader: ‘Hij dacht de controle over mij kwijt te zijn wanneer ik een opleiding in de stad zou volgen.’ De spanningen in huize Ozbicer lopen op: ‘Er was veel ruzie, waar mijn oudere broers ook last van hadden. Ik besloot zo snel mogelijk te trouwen.’ Een klant van de lunchroom waar ze werkt, wil met haar uit eten. In tien minuten kiest ze hem uit als haar toekomstige man: ‘Ik was zo moe van alle ruzies.’

Ze weet het tien jaar met haar eerste man vol te houden. Van liefde is geen sprake (‘we waren huisgenoten’), maar wel komen er twee kinderen ter wereld. Op haar 28ste krijgt ze de diagnose die ze al haar hele leven vreesde: ‘Ik wist dat ik een groot risico op borstkanker liep, want behalve mijn moeder zijn ook drie van haar zussen eraan overleden. Daarom heb ik me vanaf mijn 18de jaarlijks laten testen. In het jaar dat ik 28 werd, was in januari alles nog schoon. Een half jaar later voelde ik een knobbeltje.’

‘Ook al had ik er wel rekening mee gehouden, toch raakte ik volslagen in paniek. Ik begon te trillen over mijn hele lichaam. ‘Straks ben ik er niet meer voor mijn kinderen, zoals mijn moeder er niet voor mij is geweest’, dacht ik steeds. Mijn dagboeken verbrandde ik, ik wilde meteen van iedereen afscheid nemen. Ik dacht echt dat ik gek werd, ze hebben me kalmerende injecties moeten geven.

‘Mijn broers raakten ook in paniek. Ze regelden een spoedoperatie in Ankara. Er werd een prothese geplaatst, maar terug in Nederland bleek er drie maanden later een nieuwe tumor te zitten en moest mijn borst alsnog worden geamputeerd. Daarna volgden twee operaties en zware chemokuren, waar ik erg ziek van werd. Na de derde kuur betrapte ik ook nog eens mijn man, in bed met een ander.’

‘Het wonderlijke was dat ik toen heel rustig werd. Mijn zelfvertrouwen was op een nulpunt, maar ik keek op een ochtend in de spiegel en zei tegen mezelf: ‘Tot hier en niet verder. Ik moet nu voor mijn kinderen de draad van mijn leven weer oppakken. Want zij kunnen hier niets aan doen.’ Mijn man, we hadden te veel ruzie, heb ik uit huis gezet. Ik had daardoor geen inkomen meer, maar mijn familie hielp me gelukkig.

‘De grootste kracht putte ik in die periode uit mijn kinderen, zij waren mijn houvast. Mijn zoon was destijds 6, mijn dochter 4. Ze kwamen naar me toe met een boterham en limonade: ‘Mama dit is goed voor je, dan kun je weer opstaan’, zeiden ze. Ik vond dat ik ze geen verdriet mocht bezorgen.’

‘Ja, ik begon een patisseriezaak in Rotterdam, Nezzcakes, die heel goed liep. Tot in 2015 mijn echtscheiding rondkwam en ik de zaak kwijtraakte. Want mijn ex-man bleek het land te hebben verlaten met achterlating van een grote schuld die op mij kon worden verhaald. Binnen een maand was ik alles kwijt wat ik had opgebouwd.

‘Toen ben ik met de kinderen naar Turkije geëmigreerd en daar gaan werken. Ik ontmoette er een Turkse man die in Nederland had gewoond. Omdat de kinderen graag terug naar Nederland wilden, zijn we na twee jaar in Wilnis gaan wonen. Met mijn tweede man heb ik in 2018 en 2019 twee dochtertjes gekregen.

‘We kregen huwelijksproblemen, ik dacht dat mijn gewichtsverlies daardoor kwam. Maar een half jaar na de tweede zwangerschap merkte ik dat er iets echt mis was. Het bleek opnieuw borstkanker te zijn, maar nu een agressieve vorm.’

‘Heel rustig. Ik heb het aan mijn familie verteld en meteen erbij gezegd: ‘Het komt goed.’ Mijn oudste zoon steunde me. Bijna zijn hele leven heeft hij mijn ziekte meegemaakt, hij zei: ‘We gaan het weer doen, mam.’ Prachtig. Verder was het echt een déjà vu. Want drie weken voor mijn diagnose ontdekte ik dat mijn tweede man al drie jaar met zijn ex-vrouw een relatie had. Dus heb ik hem er ook uit gezet. Daarna onderging ik een nieuwe operatie en bestralingen.

‘Ik nam me toen voor: ik ga alles delen wat ik meemaak tijdens dit ziekteproces, de goede en slechte tijden. In eerste instantie deed ik dat vooral voor mezelf. Mijn ziekte, twee heel kleine meisjes en de mislukking van mijn relatie, ik had het zo zwaar. Door het te delen hoopte ik mijn leven lichter te maken. Op Instagram, via mijn account Just me and cancer vertelde ik hoe het met me ging, zonder iets te verbergen.

‘Gaandeweg merkte ik dat ik daarmee anderen hielp, ik kreeg vooral positieve reacties, soms wel honderd op een dag. Die kwamen vooral van vrouwen die zich in mijn verhaal herkenden en aangaven dat ze zich daardoor minder alleen voelden. Dat gaf me het idee dat ik op de goede weg was, het maakte me sterker. Inmiddels heb ik 23 duizend volgers.’

‘Mijn kinderen vonden dat ik te veel met sociale media bezig was. Daarin hadden ze gelijk, want ik zat de hele tijd op mijn telefoon alle berichten te beantwoorden. Om meer tijd met ze door te brengen, ben ik toen bijeenkomsten voor lotgenoten gaan organiseren, met ondersteuning van thuiszorginstellingen. Tegelijkertijd volgde ik diverse opleidingen waarin ik leerde hoe belangrijk het voor je gezondheid is om positief te denken. Toen ik dat ging uitdragen, kreeg ik van lotgenoten de vraag of ik ze wilde coachen.’

‘Ik heb nogal wat boosheid van sommige Turkse mannen over me heen gekregen. Zij vonden dat ik met mijn openhartigheid, tegen ons geloof en onze cultuur inging. Ze zeiden allerlei nare dingen en bedreigden me zelfs, maar dat motiveerde me juist om door te gaan. Ik zie het als het probleem van die mannen.

‘De traditionele houding in de Turkse gemeenschap is dat je het niet over dood en ziekte hebt. Mijn vader heeft nooit aan mijn moeder verteld dat ze kanker had. Haar artsen spraken met haar via mijn vader, dus wist ze het echt niet en dacht ze dat ze wel beter zou worden. Misschien heeft ze daardoor zo veel langer geleefd dan haar artsen hadden verwacht. Ze heeft lang geen negatieve gedachten over doodgaan gehad.’

‘Zeker, we zijn hier niet om het allemaal zo te doen als onze ouders het hebben gedaan. Ik geloof sterk in de kracht van positief denken, maar dan wel gebaseerd op de realiteit. De ontkenning ervan komt in de Turkse gemeenschap nog altijd voor, sommige mensen schamen zich voor hun ziekte. Maar gelukkig is dat wel aan het veranderen. Vrouwen durven tegenwoordig openlijker te spreken over de lichamelijke gevolgen van bijvoorbeeld eierstokkanker of baarmoederhalskanker.

‘Voor Nederlandse vrouwen zijn dat trouwens ook geen gemakkelijk onderwerpen. Ik hoop een steentje bij te dragen aan meer openheid voor iedereen. Daarom sta ik ook met vijftig andere vrouwen in het boek K*tkanker van Sarah Stam, waarin vrouwen met verschillende achtergronden hun verhaal over hun ziekte doen.’

‘Van angst voor mijn dood heb ik vooral last als ik aan mijn kinderen denk. Ik kan erg verdrietig worden, wanneer ik me voorstel dat zij zonder hun moeder verder moeten, net als ik vroeger. Gelukkig onderhoud ik nu weer een goed contact met de vader van mijn dochtertjes.

‘Voor mezelf ben ik niet meer bang. Mijn dood is al zo lang in mijn leven, hij heeft iets vertrouwds gekregen. In 2021 zeiden mijn artsen dat er geen behandeling meer mogelijk was, mijn hart zou een zwaardere chemokuur niet meer aankunnen. Sindsdien zoek ik mijn weg in alternatieve geneeswijzen, ik wil er alles aan hebben gedaan. De tumor die ik had is daardoor na een half jaar weggegaan, heel bijzonder. Maar er is er ook een op een andere plek teruggekomen. Momenteel klopt mijn hart zwakker, daar ben ik wel gespannen over.’

‘Daar houd ik me eerlijk gezegd niet mee bezig. Of ik naar een hemel ga, weet ik niet, maar ik weet wel zeker dat ik in het hart van mijn kinderen zal doorleven. Mijn hele leven heb ik al het gevoel dat mijn moeder nog bij me is. Dat zal ook voor mij gelden, als ik er fysiek niet meer ben.’

‘Ik bespreek alles met ze. Ik doe ze geen beloften die ik niet kan nakomen. Dus ik zeg ze niet: ‘Ik ga nooit dood en blijf altijd bij jullie.’ De dood is een realiteit. Die wil ik niet van ze weghouden, ook al zijn ze no Source: Volkskrant

Previous

Next