Het was vriendschap op het eerste gezicht. Actrice Riley Keough, kleindochter van Elvis Presley, moest door een vertraging op de filmset van American Honey de tijd doden in een motelkamer met twee figuranten. Zes uur bracht ze door met Franklin Sioux Bob en Bill Reddy, lokale jongens uit het Pine Ridge-reservaat. Zie hingen rond, lachten veel. Kort daarna stuurde Keough een berichtje naar haar goede vriendin, filmproducent Gina Gammell: ‘Ik heb geweldige jongens ontmoet, en geweldige verhalenvertellers.’
Het werd het begin van een hechte band. Daaruit ontstond jaren later War Pony, het regiedebuut van Keough en Gammell, in nauwe samenwerking met Sioux Bob en Bill Reddy. De fictiefilm volgt twee jongens die zich in het Pine Ridge-reservaat staande proberen te houden. De 12-jarige Matho belandt in de drugshandel, de 23-jarige Bill ziet in alles een handeltje: vindt hij een poedel, wil hij vindersloon. Krijgt hij korting als hij de hond koopt, wordt hij fokker. Wie arm is, moet inventief zijn.
Vriendschap of niet, toch lijkt het op het eerste gezicht wonderlijk dat Keough zo gegrepen werd door de wereld van Sioux Bob en Bill Reddy dat ze er haar eerste film aan wijdde. Film wat je kent, is het adagium van veel debuterende regisseurs, en deze omgeving lijkt mijlenver van haar af te staan. Keough is de dochter van Lisa Marie Presley en erfgename van een miljardenimperium. Ze bracht haar jeugd door in de overdadige luxe van haar opa’s Graceland en op Neverland, het landgoed van haar stiefvader Michael Jackson. Later kreeg haar moeder een relatie met acteur Nicolas Cage. Keough kreeg bodyguards mee naar school.
Toch bracht ze óók veel tijd door in het trailerpark waar haar vader, een sappelende muzikant, na de scheiding woonde. Dat vond ze ook prima, vertelt ze in een interview in The Guardian. ‘Mijn herinneringen aan mijn tijd met hem zijn zo kleurrijk, excentriek en leuk. Toen ik 8 was zei ik tegen hem: ‘Als ik groot ben, wil ik net zo arm zijn als jij. Ik had geen idee hoe beledigend dat was.’
Haar ándere toekomstdroom was werken in de filmwereld. Na het zien van Moulin Rouge besloot ze dat ze Nicole Kidman wilde zijn. ‘Eerst dacht ik nog dat je superzelfverzekerd moest zijn om acteur te worden. Maar dat is niet zo. Je moet alleen maar super-fucked up zijn.’
Dan lijkt zo’n jeugd een goudmijn natuurlijk. Toch is Keough helemaal niet zo’n verward type, elke stap in haar carrière voelt doordacht. Aan je herkomst, zo waarschuwde haar moeder haar al, zijn verantwoordelijkheden verbonden. ‘Je moet écht hard werken, of niemand neemt je serieus.’ Ze realiseert zich goed dat er voor haar deuren opengaan, zei Keough in The Guardian: ‘Ken je die verhalen van mensen die naar Los Angeles gaan en dan pas na drie jaar een agent vinden? Ik had er binnen een week een.’ Ze gebruikt dat privilege om de weerbarstige, kleinere films te maken die haar aan het hart gaan. Ze werkte met Lars von Trier en Steven Soderbergh en legde zelf contact met Andrea Arnold, omdat ze zo’n fan was van haar werk.
Het was Arnolds American Honey dat haar naar Pine Ridge bracht. In de rauwe roadmovie speelt Keough de leider van een groep op drift geraakte jongeren aan de onderkant van de Amerikaanse maatschappij. Dit soort personages hebben haar bijzondere interesse: sterke persoonlijkheden met een dito wil, have nots die de Amerikaanse droom dan maar voor zichzelf regelen, antihelden die zich niets aantrekken van hun emotionele bagage.
Het zijn types die met alles wegkomen omdat zíj ze speelt. De flamboyante stripper in Zola bijvoorbeeld. Of Daisy Jones uit de televisieserie Daisy Jones & the Six, een verwaarloosd rijk meisje dat dankzij haar talent en ondanks haar zelfdestructieve neigingen een popster wordt. Keough schittert in de rol – ze heeft het charisma van een wereldster, maar blijft onder de façade kwetsbaar.'
Op de site Net-a-porter vertelt Keough dat ze Daisy’s drugsgebruik zorgvuldig, zonder glamour wilde neerzetten ‘omdat ik dat in mijn familie heb meegemaakt’. Zelf is ze geen feesttype. Opgegroeid in de spotlights leeft ze liever in de luwte en schermt ze haar persoonlijke leven af. Toen haar moeder overleed in 2022 noemde ze in haar afscheidsspeech, uitgesproken door haar echtgenoot, dat ze een acht maanden oud dochtertje had – tot stomme verbazing van de roddelbladen.
Maar Keoughs leven zal nooit helemaal onzichtbaar zijn. Haar broer pleegde een paar jaar geleden zelfmoord tijdens een feestje, de dood van haar moeder was wereldnieuws. Haar oma betwist het testament waarin zij en haar halfzusjes worden aangewezen als erfgenamen. Een paar maanden later stond ze op de rode loper in Cannes. Met haar eigen kleine, onafhankelijk gemaakte War Pony won ze de Caméra d’or tijdens de zelfde editie waarop een extravagante blockbuster over haar opa in wereldpremière ging.
Ze zal altijd een beetje buiten de normale wereld staan. Dát heeft ze in de kern gemeen met haar personages en de hoofdrolspelers van War Pony. En nog meer delen ze hun mentaliteit: het lot geeft je kaarten, goede en slechte. Daar kun je over piepen, maar beter is het er simpelweg de maximale winst uit te halen.
War Pony is vanaf 1/6 te zien in filmhuizen.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden