Home

De tijd om te tuinieren is eindelijk weer aangebroken. Zo pak je het aan

De lente is in volle gang, de temperaturen lopen op, en de kans op nachtvorst is vanaf nu klein. We kunnen dus eindelijk aan de slag in de tuin of op het balkon. Maar waar begin je? We helpen een handje met deze ultieme gids voor een bloeiende en duurzame tuin.

Wacht tot na de ijsheiligen voordat je in de tuin bezig gaat, zo luidt het algemene advies. Maar waarom is dit? Dit zijn de naamdagen van een aantal katholieke heiligen die vallen in de periode van 11 tot en met 15 mei. Zij hebben verder niets met je tuin te maken, maar dienen als ezelsbruggetje. Na half mei is de kans op nachtvorst zeer klein. En nachtvorst kan een verwoestende uitwerking hebben op jonge plantjes. Na 15 mei is het veilig om binnenplanten en stekjes naar buiten te brengen en kan er gezaaid worden, hoewel er nooit volledige garantie is dat er geen nachtvorst meer komt.

Tuinieren vóór de ijsheiligen kan dus fataal zijn voor je planten en zaailingen. Maar dit zijn niet de enige slachtoffers. In al die dorre takken en bloemen overwinteren insecten en zitten eitjes en poppen van vlinders en wilde bijen verstopt. Ook padden, egels en spitsmuizen liggen misschien nog ergens hun winterslaap te doen. Al dit leven help je mogelijk om zeep door vóór half mei de tuin aan te pakken. Maar nu kunnen we dus los.

Allereerst: heb je nog (veel) tegels in de tuin? Weg ermee! tegeltuinen hebben twee grote nadelen: ze houden warmte vast en kunnen hoosbuien niet goed verwerken, waarschuwt Loethe Olthuis, journalist voor onder meer de Volkskrant en schrijver van het boek Duurzaam handboek voor de luie tuinier. Voor wie denkt dat een tegeltuin weinig onderhoud vergt, dat valt tegen: tegels worden vies en als je geen onkruid tussen de tegels wilt, is het weghalen ervan een vervelend klusje. Een groene tuin zorgt voor verkoeling, omdat planten via hun bladeren water verdampen. Bovendien kan de regen bij een flinke bui veel beter weglopen in losse grond met planten.

En wat doe je dan met die tegels? ‘Zet ze op Marktplaats, geef ze cadeau, breng ze naar de gemeentewerf. Of sla ze met een moker tot gort en stapel er muurtjes van, eventueel in combinatie met oude dakpannen en bakstenen. Stapel met beleid, maar metselen hoeft niet. Je kunt er wel telkens een dun laagje aarde tussen leggen, waar zich allerlei plantjes zoals muurpeper in gaan nestelen’, zegt Olthuis.

Verder moet een tuin vooral niet te netjes zijn. Rommelhoekjes van boomstammen en oud blad zorgen ervoor dat insecten zich kunnen nestelen in je tuin. Dat is belangrijk, want bijen en andere insecten bestuiven de bloemen in je tuin.

Vanaf half mei kun je zomerbloeiende bollen zoals dahlia’s planten, zegt Tom Groot, tulpenboer en schrijver van Tuinieren met Tom, ‘een praktische gids voor tuinplezier het hele jaar door’. Ook voor eenjarige planten, zoals afrikaantjes en struikmargrieten is nu het moment. Eenjarige planten gaan, zoals de naam al zegt, maar één keer mee. De winter overleven ze niet. Mei is ook een goed moment om nieuwe vaste planten in je tuin te zetten, zodat ze goed gaan wortelen voor ze blad maken.

De bollen waar je volgend voorjaar van wilt genieten, plant je pas in de herfst. Zorg dat je planten hebt die op verschillende momenten in het jaar bloeien. Zo gebeurt er het hele jaar door iets in je tuin, in plaats van dat alles tegelijkertijd bloeit en sterft. Check het etiket: daar staat met Romeinse cijfers aangegeven wanneer de bloeiperiode is.

Laat dat tuincentrum eens links liggen en ga zelf stekken. Stekken is het vermeerderen van planten, eenvoudigweg door er een stukje af te snoeien en nieuwe wortels te laten groeien. De tak of het blad kun je direct in de grond planten, of eerst in een bakje water zetten zodat je de wortels kunt zien groeien.

Zelf je planten vermeerderen levert veel op, zegt Iris van Vliet, auteur van Stek je plant en op Instagram bekend als Mama Botanica. ‘Het is duurzamer – planten worden meestal in energieslurpende kassen en met bestrijdingsmiddelen gekweekt – en het is magisch om met een klein stukje plant een hele nieuwe plant te laten groeien. Door te stekken krijg je meer binding met je plant en bewustzijn over de natuur.’

De stekjes kun je gratis bemachtigen. Reproduceer je eigen planten, die van je buurman of bezoek bijvoorbeeld een plantenbieb of stekparty in je omgeving. Een inheemse plant uit openbaar groen stekken, kan natuurlijk ook, maar doe dit wel voorzichtig.

Lijkt het je lekker om te kunnen eten uit de tuin maar wil je geen moestuin aanleggen? Dat laatste is ook helemaal niet nodig, zegt Loethe Olthuis. ‘Ook van je siertuin kun je zonder veel moeite een prachtige eetbare tuin maken. En misschien heb je zelfs al een eetbare tuin, zonder dat je het weet. Want er zijn ook sierplanten die je kunt eten. Denk aan Oost-Indische kers, met vuurrode, gele en oranje bloemen. Bovendien snoepen bladluizen liever van Oost-Indische kersblaadjes dan van jouw rozenstruiken. Goudsbloemen zijn ook dankbaar. Ze groeien overal en zaaien zichzelf elk jaar uit.’

Bij vrijwel elk tuincentrum en bij kwekers koop je tegenwoordig biologische groenteplantjes. Begin met groenten die het altijd doen, zoals (snij)bietjes, worteltjes, pluksla of eikenbladsla, koolplantjes, rucola en aardbeiplantjes. Als je in je tuin of op je balkon een beschutte zuidmuur hebt, zijn rode en gele tomaatjes en snackkomkommers erg leuk, zegt Olthuis. Leid ze langs een rekje of zet ze in een pot. Ook klimmende bonensoorten doen het daar goed. Denk bijvoorbeeld aan sperziebonen, kapucijners of pronkbonen, die hebben allemaal prachtige, orchidee-achtige bloemen in roze en vuurrood. Niet alleen lekker, maar ook nog mooi om naar te kijken.

Groenten op je balkon? Geen probleem. Op één ding na: het moet niet te zwaar worden. Gebruik dus potten of bakken van licht kunststof. Maar verder heeft een balkonmoestuin juist voordelen. Je hebt veel minder last van vraatzuchtige slakken, rupsen of luizen. Je bent niet afhankelijk van de grondsoort in je tuin. Als je de potten vult met een mengsel van biologische moestuingrond (daar zit geen kunstmest in) en potgrond op basis van kokosvezel heb je eersteklas grond.

Je kunt planten op een balkon veel intensiever verzorgen: bijvoorbeeld met ‘water op maat’. En de meeste balkons zijn behoorlijk beschut. Een dakterras kan wel last hebben van veel wind, maar dat kun je afschermen met een windscherm of bamboehaag. Bamboe kan overal tegen.

Je kunt van je balkon ook een insecten- en vlinderparadijs maken. Gedurende anderhalf jaar probeerde Volkskrant-journalist Caspar Janssen van zijn stadsbalkon een insectenparadijs te maken. Hij schreef hier een serie en een boek over. Tot op de achtste verdieping kun je vlinders aantreffen. Diverse bijensoorten halen de derde etage.

Paarse en lila plantensoorten trekken vaak vlinders. Gele soorten trekken nachtvlinders. Gebruik inheemse soorten om inheemse vlinders aan te trekken. En gebruik biologische zaden, want je wil natuurlijk geen met anti-insectengif gecoate zaden. Nog wat namen: smeerwortel, longkruid. Als struik wellicht een minitreurwilg. Of een vuilboompje. Rode Ribes, ‘een fantastische plant voor hommels’. Verder nuttige tips: pas op met bemesten en compost. Dat hoeft eigenlijk niet en te veel werkt averechts.

Om te groeien hebben planten grond met voldoende voedingsstoffen nodig. Maar welke potgrond kies je? De meeste potgrond bestaat voor zo’n 80 tot 90 procent uit turf, aangevuld met (kunst)meststoffen en bestanddelen als compost, kokosvezel, rijstkaf, klei, schors of kalk.

Aan het gebruik van turf kleven behoorlijke nadelen. Veenafgravingen leiden tot een flinke belasting van het klimaat en aantasting van natuur en biodiversiteit. Daarnaast zit er vaak kunstmest in potgrond om je plantjes sneller te laten groeien. Maar juist door die snelle groei putten planten zichzelf vaak uit, of gaan ze dood. Ook doodt kunstmest een deel van het bodemleven, terwijl insecten juist zorgen voor een gezonde samenstelling van de grond én sterke planten.

De beste keus is biologische potgrond met kokosvezel, zonder turf en kunstmest. Kokosvezels zijn een restproduct van tropische kokosnootplantages. Meestal bevat kokospotgrond organische mest en geen kunstmest, maar check de ingrediëntenlijst.

Ook een duurzame, maar vaak dure keuze is eigengemaakte potgrond van lokale biologi Source: Volkskrant

Previous

Next