In deze krant stond een treffend stuk van Arnout Brouwers over het omdraaien van de werkelijkheid door de Russische leider Vladimir Poetin. Om ‘het gewenste resultaat’ te verkrijgen, moet Poetin niet zozeer liegen – dat doet hij namelijk ook – maar vooral de zaken voorstellen in precies de tegenovergestelde richting.
Poetin als De Grote Omkeerder.
Er zijn talloze voorbeelden. Niet Rusland, maar de Navo is de oorlog begonnen. Niet Rusland maar ‘de globalistische elites’ in het Westen zijn de werkelijke agressors in het bloedige conflict met Oekraïne. De ‘speciale militaire operatie’ was volgens Poetin nodig om de nazi’s in Kyiv uit te schakelen. Terwijl wat Moskou zelf probeerde, verdacht veel leek op wat de nazi’s – met meer succes – deden met de Sudeten-Duitsers. Van de Sudeten-Duitsers kun je nog beweren dat ze ‘hun bevrijders’ verwelkomden, maar dat was bij de Oekraïners niet het geval. Toen Russische troepen die eerste dagen binnentrokken, werden zij door de Oekraïense bevolking vooral vijandig bejegend.
Toch pasten de Russen hun nazi-pathetiek nauwelijks aan. In dit opzicht deed zich een moment voor dat je bijna komisch zou kunnen noemen, ware het niet zo treurig en stompzinnig. De Russische minister van Buitenlandse Zaken Sergej Lavrov kreeg de netelige vraag voorgelegd hoe het mogelijk was dat die nazi’s werden geleid door ene Zelensky, een volbloed Jood wiens grootvader drie broers had verloren in de Holocaust. Dat laatste zei de vragensteller er niet bij, maar de suggestie was duidelijk. Zonder al te veel nadenken gaf Lavrov het ongelooflijke antwoord: ‘Dat zegt niets, Adolf Hitler had ook Joods bloed, geloof ik.’
Een wereld ging voor mij open. Als een Duitse minister zoiets had gezegd, was het diplomatieke huis te klein geweest. Nu werd weliswaar een Russische ambassadeur op het matje geroepen, maar veel te betekenen had dat niet. Israël werkt in Syrië graag samen met Russen om daar de boel rustig te houden. Niettemin geeft het aan hoever de arm van Poetin reikt. Ik kan mij voorstellen dat er even Oekraïense plannen werden gesmeed om de Russische inmenging in het Midden-Oosten te saboteren.
Voor het Grote Omkeren van Poetin zie ik twee ideologische inspiratiebronnen: het christendom en de dialectiek. Het christelijk geloof heeft altijd een eigen manier gehad om de werkelijkheid waar te nemen. De Russisch-orthodoxe kerk is beslist niet de eerste ecclesia die zich vierkant achter een oorlog heeft opgesteld. Het pacifistische idee dat het christendom staat voor liefde en vrede lijkt aan patriarch Kyrill van Moskou niet besteed. Hij zit op een ereplaats onder degenen die precies het tegenovergestelde komen brengen: het bijbelse zwaard, vergezeld met bombardementen en oorlogsmisdaden.
Daarnaast is er de dialectiek, die Poetin heeft overgehouden aan zijn Sovjettijd. De dialectiek is een pseudowetenschappelijke methode die gekenmerkt wordt door tegenstellingen die opgaan in een synthese, waaruit weer nieuwe tegenstellingen worden geboren in een zogenaamd dialectisch proces. Elke these heeft een antithese, elke synthese spat weer uiteen, eindeloos. Je moet niet de symptomen aanpakken, maar de oorzaken, ook eindeloos. Uiteindelijk is het een zeer geschikte argumentatie om aan te tonen dat een schildpad sneller loopt dan een haas. Wij schieten alles kapot en aan het einde heeft de Navo het gedaan. Sommige filosofen menen dat de dialectiek voortkomt uit het christendom. Het communisme, dat er heilloos gebruik van maakte, is eigenlijk een wereldlijk christendom zonder God.
Ook in het Westen is het omkeren voor velen aantrekkelijk geweest, bijvoorbeeld in een bepaalde literaire manier van denken: licht bestaat bij de gratie van duisternis, de dictatuur van de meerderheid, het wezen van de arrogantie is de verlegenheid, enzovoort. Sartre was sterk in zulke observaties. Maar het Grote Omkeren gebeurde vooral in de politiek. In de vorige eeuw was vooral links er gevoelig voor – dat heette de autoritaire verleiding – maar in deze eeuw is het Grote Omkeren vooral populair bij rechts.
Zo las ik, niet zonder enig leedvermaak, over de onrust die de bekering van Eva Vlaardingerbroek onder progressieve katholieken teweeg heeft gebracht. Het ultrarechtse opiniekanon werd onlangs rooms, samen met haar vader. Het katholieke geloof is ‘het krachtigste wapen tegen het linkse relativisme’, twitterde ze, toen Gods zegen op haar was neergedaald. Hoe kun je winnen als je niet durft op te komen voor Christus, vroeg ze zich verder af. In Trouw stelde Stephan Sanders verdrietig vast dat Eva nu lid was van dezelfde kerk als hij en in het Nederlands Dagblad leverde de toeloop van rechts naar de roomse kerk de vraag op: ‘Wat doen we verkeerd?’
Niets, zou ik zeggen. Het geloof is een soort meccanodoos, waar je alles uit kunt halen. Het goede, maar ook het kwade. Ik kijk daar niet van op, evenmin van het tegenovergestelde en het omgekeerde.
Source: Volkskrant