Home

Libanon zet vluchtelingen uit naar Syrië. Wat hen daar staat te wachten, is ‘niet ons probleem’

Libanese autoriteiten hebben sinds begin april honderden vluchtelingen uitgezet naar Syrië, na invallen in kampen. Tekenend voor het giftige politiek klimaat in Libanon, met Syriërs als zondebok. Dat veel van hen over de grens marteling of de doodstraf wacht, is ‘niet ons probleem’.

De zon hing nog achter de bergen toen Umm Abdallah (48) ruw werd gewekt. Voor haar tent stonden vijf soldaten. Ze kwamen voor haar man. Hij moest terug naar Syrië. Dat gaat niet, zei Umm Abdallah, mijn man is ziek en kan niet lopen. ‘Toen zeiden ze: dan nemen we je zoon mee.’ Daarop werd de 22-jarige Abdallah in een van de legertrucks geduwd en met tientallen anderen naar de grens tussen Libanon en Syrië gereden.

Een 17-jarige buurjongen rende weg toen het leger kwam en werd buiten het kamp opgepakt. ‘Hij had niks bij zich, geen papieren, geld of telefoon’, zegt zijn moeder Amna (36). ‘Nu weet ik niet waar hij is.’ Naast haar is Umm Abdallah zichtbaar van streek, er zijn pas enkele uren verstreken sinds de mannen werden meegenomen. Met een donkerblauwe hoofddoek veegt ze haar vochtige ogen droog. ‘In Syrië leefden we in angst. Die angst is nu terug.’

Sinds een maand raast er een golf van vreemdelingenhaat door Libanon en worden vluchtelingen door het hele land opgepakt. De invallen vinden voor dag en dauw plaats. Deuren worden ingetrapt, mensen worden van hun bed gelicht. Hun handen worden op de rug gebonden, waarna ze in trucks naar de grens worden gereden en aan de Syrische autoriteiten worden overgedragen. Op sommige plekken gaan hele tentenkampen tegen de vlakte en raken gezinnen verscheurd omdat alleen de mannen (of de kinderen) worden meegenomen.

Volgens VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR werden er sinds begin april minstens 712 vluchtelingen uitgezet naar Syrië. Vermoedelijk ligt het daadwerkelijke aantal hoger. Maar omdat het Libanese leger geen mededelingen doet, tasten hulporganisaties in het duister over de precieze aantallen.

Over de auteur
Jenne Jan Holtland is correspondent Midden-Oosten voor de Volkskrant. Hij woont in Beiroet, en is auteur van het boek De koerier van Maputo (2021).

De opvang van Syrische vluchtelingen die op gang kwam na de in 2011 ontbrande burgeroorlog, is in Libanon informeel geregeld. Beducht voor een scenario waarbij ze nooit meer naar huis zouden gaan (zoals de Palestijnen een halve eeuw geleden), besloot men dat er geen officiële kampen mochten komen. Syriërs wonen daarom verspreid door het land. In dorpen en steden, maar ook in kleine, onofficiële tentenkampen.

In het kamp in de Bekaavallei waar Abdallah werd meegenomen, staat iedereen op scherp. Niemand wil met de achternaam in de krant, bang voor de mogelijke gevolgen. De 15-jarige Yousef zegt dat hij en zijn broers uit angst voor het leger sinds drie weken niet meer in hun tent slapen. ‘We logeren bij vrienden of we gaan met een dekentje in het veld liggen.’ Een van de broers was het beu, en keerde voor een nachtje terug. De volgende ochtend werd hij door het leger meegenomen.

Een half uur verderop, in een kamp nabij Qab Elias, is de sfeer ontredderd. Op 26 april, een woensdagochtend, kamden soldaten de tenten uit, naar eigen zeggen op zoek naar wapens (er werd niets gevonden). Ze namen 42 mannen mee, die dezelfde dag nog werden uitgezet. Anderen maakten zich uit de voeten, een man verstopte zich in een watertank. Ook de 33-jarige Thaer (33) zette het op een lopen, de heuvels in. Met zijn vrienden wachtte hij tot het leger weg was. Hij zegt gedeserteerd te zijn uit het Syrische leger. ‘Laat ik het zo zeggen: de kans is 75 procent dat ik bij terugkeer gedood word. Of ik verdwijn in een cel, ergens onder de grond, waar ik mijn verstand verlies.’

Het idee dat het na twaalf jaar hoog tijd is voor de Syriërs om terug te keren, wint momenteel terrein. Buurland Turkije liet vorig jaar honderden Syriërs oppakken om hen vervolgens onder het mom van ‘vrijwilligheid’ de grens over te duwen. De regering in Denemarken verklaarde de gebieden rond Damascus ‘veilig’, maar kon vervolgens niemand uitzetten omdat het land geen banden heeft met het regime van president Bashar al-Assad. In Nederland willen extreem-rechtse partijen (PVV, Forum voor Democratie, JA21) dat Den Haag het Deense voorbeeld volgt. Vrijdag mag Assad voor het eerst sinds 2011 weer aanschuiven in het belangrijkste regionale overlegorgaan, de Arabische Liga, ten teken dat veel staatshoofden als vanouds zaken met hem willen doen.

Terugkeer klinkt logisch, maar uit rapporten van mensenrechtenorganisaties blijkt dat Syriërs bij aankomst vaak de martelkamer wacht. Zeker als ze, zoals veel mannen, de dienstplicht ontvluchtten of deserteerden. Zeker vier vluchtelingen zijn volgens bronnen van Amnesty International de voorbije weken na aankomst meegenomen door de Syrische geheime dienst. In Beiroet pleegde een twintiger zelfmoord uit wanhoop over een dreigende deportatie.

Uitzettingen zijn vaker voorgekomen in Libanon, maar zelden ging het om zo veel vluchtelingen tegelijk. Het is de trieste balans van de in Europa veel beleden ‘opvang in de regio’. Libanon mag zich met recht in de steek gelaten voelen, zeggen vluchtelingenorganisaties. Westerse donoren dragen via de UNHCR financieel bij aan de opvang, maar nemen zelf nauwelijks Syriërs over – afgelopen jaar nog geen 7.500 in totaal, een fractie van het totaal van 1,5 miljoen.

In het kleine land aan de Middellandse Zee komt ruwweg één op de drie mensen uit het buurland. Niet iedereen staat overigens op een dodenlijst: er zijn ook Syriërs die rond feestdagen zoals de ramadan probleemloos tussen de buurlanden pendelen. Ook is het onduidelijk of de autoriteiten in Damascus op de hoogte worden gesteld van de komst van de vluchtelingen. Een 31-jarige man die in april werd uitgezet, vertelt aan de telefoon dat hij bij aankomst meteen kon omdraaien. Een smokkelaar hielp deze Majd samen met vier anderen opnieuw de grens over, terug naar Libanon, à 140 euro per persoon. Het kat-en-muis-spel ziet hij voorlopig niet eindigen. ‘Ik weet zeker dat ze me weer komen halen.’

Door de verlammende economische crisis heerst er in Libanon een politiek giftig klimaat. In talkshows zijn Syriërs een ideale zondebok. Ze zouden het land ‘bezetten’, crimineel zijn, virussen verspreiden en met dank aan een VN-toelage slapend rijk worden. Meerdere gemeenten stelden uitsluitend voor Syriërs een avondklok in. Online circuleert een nepverhaal over een groep vluchtelingen die straathonden zouden hebben gevild om het vlees te verkopen. ‘Mensen vragen zich af waar onze cholera-uitbraak vandaan komt’, zei minister Hector Hajjar (Sociale Zaken) tijdens een gefilmd bezoek aan een vluchtelingenkamp, te midden van een groep kinderen. ‘Nou, hiervandaan dus.’

De autoriteiten schermen met een besluit van de hoogste militaire adviesraad. Alleen Syriërs zonder verblijfsvergunning die het land sinds 2019 binnenkwamen, zouden volgens dat besluit deportatie riskeren. Maar de praktijk is een tikje weerbarstiger: veel mensen worden afgevoerd met (verlopen) verblijfsvergunningen van ver voor 2019. ‘Die logica klopt dus niet’, aldus onderzoeker Aya Majzoub van Amnesty International. Ze wijst erop dat vluchtelingen vaak geen geld hebben voor het verlengen van hun papieren, wat al gauw gauw 30 à 40 euro kost, of dat ze vastlopen in de bureaucratie. Op vragen van de Volkskrant aan een legerwoordvoerder kwam geen antwoord.

Een van de woordvoerders van het anti-Syrische kamp is de 40-jarige gouverneur van Baalbek, een stad die hemelsbreed een half uur van de grens ligt. Bachir Khodr ontvangt in een gelambriseerde werkkamer met aan de wand een groot schilderij waarop hij staat afgebeeld als een kruisvaarder te paard. ‘Dit is mijn land’, zegt hij, ‘niet dat van hun. Laat ze in hun eigen land werken aan de wederopbouw.’

Khodr gaf het startschot voor de hetze door op een openbare bijeenkomst te beweren dat hij als gouverneur maandelijks minder verdient dan een doorsnee Syrische familie. Het filmpje ging viral. Er klopt alleen niets van: het bedrag dat hij als zijn maandsalaris noemt (het equivalent van 150 dollar, als gevolg van hyperinflatie), is driemaal de toelage die een familie maandelijks van de VN ontvangt. ‘Sommige mannen hebben twee of drie echtgenotes’, zegt hij ter verdediging. ‘Iedere vrouw wordt vervolgens door de VN als een aparte familie gerekend.’ Dat Syriërs niet mogen werken in de meeste sectoren (uitgezonderd de landbouw en de bouw) en dus automatisch van de toelage afhankelijk zijn, zegt hij er niet bij.

Aan de getuigenissen over martelingen en verdwijningen heeft gouverneur Khodr geen boodschap. ‘De wetten in Syrië zijn niet mijn probleem. Waarom moeten wij Libanezen daar de prijs voor betalen? Zou u in Nederland twaalf jaar lang een dakloze in huis nemen? Ons land staat economisch aan de grond. We zijn als een kankerpatiënt die alle immuniteit kwijt is en bij wie er een covidpatiënt – de Syriërs – de kamer in wordt geduwd.’

In de kampen oogt het leven bedrieglijk alledaags. Een vrouw hoedt een kudde schapen, terwijl een plukje kinderen achter een bal aan rent. Er hangen vragen in de lucht waar niemand het antwoord op weet. Waar zijn de mannen heen? Komen ze ooit terug? En hoe nu te overleven? Fadia, een 25-jarige moeder op vaalwitte Nikes, vertelt dat haar man de kostwinner was, tot hij eind april door het leger werd meegenomen. Na een week kreeg ze bericht d Source: Volkskrant

Previous

Next