Home

Moet Nederland industrievrij worden?

‘Maken is het mooiste wat er is’, luidde de kop in een krantje dat ik oppikte bij de theatervoorstelling Onder de rook van Hoogovens. Het was een uitspraak van een van de Hoogovens-werknemers. Of het een wanhoopspoging was om het bedrijf te redden voor de toekomst of dat hij het daadwerkelijk meende, kan slechts worden gespeculeerd.

Maar wie iets op industriële schaal wil maken, moet niet in Nederland zijn. Zaterdag meldde deze krant dat er in Hoogeveen nu bezwaren zijn tegen de vestiging van een yoghurtfabriek. Die zou te veel water verbruiken. In de afgelopen tijd kwam de omgeving in het geweer tegen industriële bedrijven vanwege overlast door herrie (‘we worden al om zeven uur wakker’), vliegen, stank, stof, horizonvervuiling, aan- en afvoer door trucks of het verdwijnen van bepaalde planten en bloemen op fabriekslocaties.

Alles is meetbaar geworden. En iets maken zonder uitstoot van één enkel micro- of nanodeeltje dat mogelijk schadelijk is voor de gezondheid of het milieu, is onmogelijk. Wie een plank zaagt, een likje verf op het kozijn smeert of een gat in de muur boort, zorgt al voor uitstoot.

Nederland koestert boeren maar heeft een grote hekel aan rokende schoorstenen. Er is een BBB, maar geen III (industrie, innovatie instituut)-partij. En als die er zou zijn, zou die geen zetel halen. Met de teloorgang van hele sectoren zoals de textiel en scheepsbouw in de jaren zeventig werd Nederland een handels- en diensteneconomie. Vorig jaar riep minister Micky Adriaansens (VVD) van Economische Zaken en Klimaat dat de resterende industrie – nog maar 12 procent van het bbp – moet worden veiliggesteld. Corona en de oorlog in Oekraïne hadden duidelijk gemaakt dat het land zich voor zijn staal, chemie, halfgeleiders en pillen niet geheel mag uitleveren aan landen die plotseling in lockdown gaan of zelfs ronduit vijandig worden. ‘Industrie staat aan de basis van de producten die de Nederlanders elke dag nodig hebben: van voedingsmiddelen tot medicijnen en van auto’s tot meubelen’, vond Adriaansens.

Het lijkt een achterhoedegevecht. De de-industrialisatie gaat door zoals met de mogelijke sluiting van VDL Nedcar. Weliswaar is de neoliberale gedachte dat producten moeten worden gemaakt op de plekken waar dat het meest efficiënt kan – goedkoopste arbeid en grondstoffen, laagste investeringskosten – verlaten. Maar verduurzamingseisen en overlastclaims maken onshoring onmogelijk. Dinsdag zei een Amerikaanse lithiumfabriek Nederland op de lijst van toekomstige vestigingsplaatsen te hebben staan, wat vooral is bedoeld om bij andere landen concessies af te dwingen.

Nederlanders willen industriële producten wel hebben, zoals yoghurt, stalen naalden, deurknoppen, fietsen en auto’s. Maar die moeten in Verweggistan worden gefabriceerd, niet in de eigen achtertuin.

Alleen is het leven zelf al milieubelastend, ook van die zich alleen kleden met vijgenbladeren en uitsluitend vruchten uit de vrije natuur (bramen plukken mag ook niet meer) consumeren . Zelfs Adam en Eva moesten na de verbanning uit het aards paradijs hun potje op hout stoken, waarmee koolmonoxide, dioxine en teerdeeltjes werden uitgestoten.

God heeft een grote fout gemaakt door de mensen voor zichzelf te laten zorgen.

Source: Volkskrant

Previous

Next