We stonden in een achterafkamertje in De Duif in Amsterdam. De sfeer was aangenaam gespannen, veel toiletbezoek, iemand werkte haar make-up bij. Aan de muur hing een foto van een volle kerk met de tekst ‘huwelijksopstelling’. Ook in de geseculariseerde kerk is er ruimte voor huwelijksinzegeningen.
Maar dit was geen huwelijksinzegening, Ton Naaijkens kreeg de Martinus Nijhoffprijs voor zijn vertalingen, 50 duizend euro. Naaijkens zei dat de moeilijkste vraag was: ‘Wat ga je met dat geld doen?’ Aan voetballers wordt dat nooit gevraagd, die verdienen soms meer dan 50 duizend per maand. Ieder het zijne.
Iemand zei: ‘Nog tien minuten.’
Ik vertelde dat ik onlangs een euthanasie had bijgewoond. Toen werden de minuten ook geteld. Er zijn diverse vormen van zelfexecutie, de een fataler dan de ander.
Naaijkens herinnerde me eraan dat hij in de jaren negentig, toen ik een kleine uitgeverij had, bij me was geweest om over de dichter Erich Fried te praten. Zei hij dit om beleefd de tijd te vullen of hadden Fried en die ontmoeting meer indruk op hem gemaakt dan ik indertijd vermoedde?
De uitreiking was geslaagd. De kerk was ruim gevuld, de gemiddelde leeftijd van de bezoekers lag ruim beneden de 80, mede te danken aan de kinderen van Naaijkens. Nee, poëzie in vertaling leefde. Het cultuurpessimisme – vroeger werd er meer poëzie vertaald – dient men verre van zich te werpen. De ellendeling in jezelf herkennen en vervolgens de ellende bespringen zoals een cliënt de sekswerker bespringt.
Na afloop was er een diner in Brasserie Nel. Weken van tevoren hadden we moeten opgeven wat we wensten te eten – bij Brasserie Nel weten ze graag waar ze aan toe zijn – en toch waren er ruimschoots misverstanden. Een ober zei: ‘Uw gerecht staat niet op mijn lijst.’
Waarmee ik wil zeggen, de poëzie in vertaling ligt op straat.
Source: Volkskrant