Home

Nooit eerder drongen Soedanese herdersjongens het machtscentrum binnen

N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.

Hemedti De periferie neemt in Soedan wraak op de elite en doet dat voor het eerst in de steden. Nu dreigt een eindeloze burgeroorlog, zoals in Somalië.

Sinds een maand geleden de strijd uitbrak tussen de guerrillastrijders van de Rapid Support Forces van Mohamed Hamdan Dagalo – ook wel Hemedti geheten – en het regeringsleger van generaal Fattah al-Burhan, schieten de RSF-strijders in het wilde weg, alsof ze nog in de woestijn zijn. Ze plunderen van de stedelijke elite op wie ze neerkijken, net zoals ze zich rond de eeuwwisseling misdroegen tegen burgers gedurende de guerrilla in de bush van Darfur in West-Soedan. „De RSF-soldaten willen niet met je praten, ze geven bevelen aan burgers en als je niet snel reageert krijg je een pak slag. Deze woestijnratten hebben ons bezet”, vertelt een inwoner van Khartoem.

Toen bij een volksrevolutie in 2019 de autocraat Omar al-Bashir werd afgezet, vestigden de RSF-soldaten zich in Khartoem en zetten ze hun eigen bases op, hoewel ze officieel onderdeel uitmaken van het nationale leger. Vlak voor de val van Bashir telde de RSF twintigduizend man. Nu is dat toegenomen tot honderdduizend, door massale rekrutering onder de talrijke milities in Soedan zelf en in landen in de regio.

In Khartoem scheuren deze met amuletten en magische armbanden omhangen herdersjongens met hun pick-ups in hoge snelheid door de nauwe straten , niet lettend op andere weggebruikers. Hoewel Soedanezen bekend staan om hun bijzondere gastvrijheid, volgens de tradities op het hete zand van de Sahel en de Sahara, blijven voor hen de herdersjongens van de RSF een vreemde eend in de bijt. „Ze behandelen ons als vuil, ze doen alsof wij niet bestaan”, klagen inwoners van de Soedanese hoofdstad.

Nooit eerder drongen in Soedan herdersjongens uit de gemarginaliseerde plattelandsgebieden het machtscentrum binnen. Ze zien de overheid als buit. Zo’n oorlog als nu in Khartoem, met krijgshaftige jongeren uit de bush, kwam niet eerder voor in het moderne Afrika, alleen in Mogadishu in 1991. Nomadische krijgsheren verdeelden toen de hoofdstad van Somalië in blokken, persten de stadsbewoners uit en stortten het land in een eindeloze burgeroorlog. Zo namen destijds de Somalische nomaden wraak op de in hun ogen decadente elite in de stad.

Alle Soedanese leiders, zoals de presidenten Jafaar Numeiri en Bashir en nu Fattah al-Burhan, zijn afkomstig uit een gebied ten noorden van de hoofdstad, waar de Nijl scherpe bochten maakt. Ze zijn licht gekleurd en Arabisch of sterk gearabiseerd en monopoliseren de economie ten gunste van de oeverbewoners in de Nijlvallei. Ze sluiten andere volkeren – vooral van Afrikaanse afkomst, maar ook Arabische nomaden als die van Hemedti – uit van de centrale macht, behalve als ze hen nodig hebben om opstanden de kop in te drukken in de periferie.

„Sinds zijn onafhankelijkheid is Soedan daarom altijd in oorlog met zichzelf geweest”, zegt de in Kenia woonachtige Simon Simonse, een antropoloog met veel werkervaring in het land. „De heersers legden het land een Arabische identiteit op en gebruikten de verschillen tussen de bevolkingsgroepen als verdeel-en-heers instrument.”

Argwaan over en weer en vooral de onbekendheid met elkaars culturen en gewoontes bepalen de onderlinge verhoudingen. Daarbij hangt de geschiedenis van de slavenhandel door Arabieren onder zwarte Afrikanen in het zuiden en westen als een schaduw over het heden; een aanzienlijk deel van de bevolking is afstammeling van slaven.

Sinds zijn onafhankelijkheid is Soedan altijd in oorlog met zichzelf geweest

Simon Simonse Antropoloog

In de bush van Zuid-Soedan spraken guerrillastrijders en traditionele stamhoofden zich uit tegen de kliek in Khartoem „waar verschrikkelijke mensen wonen”. Een goedopgeleide vakbondsman in Khartoem, geconfronteerd met dit vijandsbeeld van ‘de nooit te vertrouwen Arabier’, antwoordde: „Wij leerden als kind dat de mensen in het zuiden slecht zijn. Dat staat mij in het hoofd gegrift.”

Zuid-Soedan wilde niets meer met het noorden te maken hebben en scheidde zich na een lange oorlog in 2011 af. In het gehalveerde Soedan bleef een mengeling van Arabische en Afrikaanse volkeren achter. Hoewel de discriminatie in Zuid-Soedan altijd het grootst was, stond ook in Noord-Soedan niet iedereen op gelijke voet. Dat was gebleken bij een onderzoek in 2000 door oppositionele Soedanezen naar de afkomst van ambten Source: NRC

Previous

Next