Home

Niet dat er ooit een goed moment is om een ongeluk te krijgen, maar nu komt het echt even niet zo goed uit

Ik heb nooit de ambitie gehad om iemand te worden die met draadloze oordopjes in, op de fiets, met zijn makelaar belt. Maar nu is het dan toch zover. Het is het einde van de middag en op het brede fietspad waar ik rijd, speelt zich de dagelijkse wedstrijd af van wie het eerst thuis is. Hij heeft goed nieuws. Het bod dat we hebben uitgebracht is geaccepteerd. Gefeliciteerd. Het lijkt me passend om voor de rest van het gesprek even mijn fiets aan de kant te zetten. Terwijl schaduwen me voorbijsnellen, vertelt hij wat er nu gaat gebeuren. Ik luister wel, maar niet heel goed. Als we al afscheid hebben genomen, vlak voordat we ophangen, bedank ik hem.

Nu ga ik mijn vrouw bellen. Nee, ik ga mijn vrouw niet bellen. Ik stap weer op de fiets en voeg me weer bij de stroom maniakale forensen. Ik wil een fles champagne kopen. Of nep-champagne – als het maar bruisende wijn is, met op zijn minst een kurk. En dan vertel ik het haar als ik thuiskom. Maar dan moet ik wel thuiskomen. En niet zo holderdebolder en ongeduldig en met mijn gedachten op honderd plaatsen tegelijk door de stad heen jekkeren, zoals ik nu doe. Niet dat er ooit een goed moment is om een ongeluk te krijgen, maar nu komt het echt even niet zo goed uit.

Bij de beste avondwinkel van de stad hebben ze vast iets koud staan. Om daar te komen moet ik van de grote weg af en sla ik rechtsaf een straatje in. Het straatje met daarin het huis waar mijn vrouw en ik tien jaar geleden gingen samenwonen. Ik vanuit het oosten van de stad, zij vanuit het westen. Ik fiets er langs, maar kijk er niet naar. Misschien omdat ik vergeet te kijken. Misschien omdat ik bang ben wat ik zal zien. Het leven samen zonder kinderen, de vrienden die de deur platliepen, de tuin waar we met goed weer elke avond aten, het bed op klossen tijdens de laatste weken van haar zwangerschap, de kamer waar ik voor het eerst mijn dochter verschoonde, het toilet/de badkamer die zo klein was dat je er tegelijkertijd kon douchen én poepen. Misschien kijk ik daarom niet. Maar eigenlijk kijk ik niet omdat mijn blik vooruit is gericht. Op een andere stad, met andere levens en andere geluiden en op de horizon andere silhouetten.

Ergens tussen ons oude huis, huidige huis en nieuwe huis in staat de avondwinkel. Waar inderdaad een hele koelkast vol koude bubbels blijkt te staan. Ik pak een fles prosecco. Het is niet de goedkoopste die ze hebben, maar ook zeker niet de duurste. We moeten tenslotte nog verbouwen.

Source: Volkskrant

Previous

Next