De krimp is vooral toe te schrijven aan een daling van het handelssaldo, meldt statistiekbureau CBS dinsdag. De uitvoer van goederen en diensten daalde met 1,8 procent in vergelijking met het vierde kwartaal van 2022.
De invoer van goederen en diensten daalde ook, maar met een afname van 1,3 procent minder hard dan de uitvoer. Hierdoor had het handelssaldo een negatief effect op de economische ontwikkeling in het eerste kwartaal. Daarnaast werd er meer gas uit de voorraden gehaald. Ook dat leidde tot krimp.
"De Nederlandse economie deed het afgelopen jaren beter dan de rest van Europa, maar dat is nu niet het geval", zegt hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen. Zo noteerde België een groei van 0,4 procent, Frankrijk een plus van 0,2 procent en Duitsland bleef op hetzelfde niveau.
Volgens Van Mulligen is de economische neergang in ons land het gevolg van de gekrompen export. "De Nederlandse industrie heeft een slecht kwartaal achter de rug. Vooral in de chemische en metaalindustrie was er sprake van een productiekrimp. Dat heeft te maken met de hoge energieprijzen."
De investeringen in vaste activa zijn met 1,1 procent gestegen ten opzichte van het voorgaande kwartaal. Dat is vooral te danken aan investeringen in de bouw, personenauto's, vliegtuigen en machines.
De consumptie door de overheid groeide met 0,5 procent, terwijl de consumptie door huishoudens gelijk bleef. Die namen minder diensten af, maar kochten meer goederen.
In meer dan de helft van de bedrijfstakken daalde de toegevoegde waarde (het verschil tussen de productie en het verbruik van energie, materialen en diensten) ten opzichte van het kwartaal ervoor.
De daling was het sterkst bij de delfstoffenwinning, waar minder gas werd gewonnen. De bedrijfstak handel, horeca, vervoer en opslag drukte de economische ontwikkeling het meest. De toegevoegde waarde van de bouwnijverheid nam met 2,4 procent het sterkst toe. De bouw droeg ook het meest bij aan de economische ontwikkeling.
De economie groeide in het eerste kwartaal met 1,9 procent ten opzichte van een jaar eerder. Dat is toe te schrijven aan de investeringen, de consumptie door huishoudens en de overheidsconsumptie. Het handelssaldo had juist een negatief effect.
In het eerste kwartaal van vorig jaar gold een lockdown (tot 25 januari). Ook daarna hadden bijvoorbeeld de horeca en de recreatie- en cultuursector nog te maken met coronamaatregelen, zoals toegangsbewijzen en beperkte openingstijden.
Source: Nu.nl economisch