Home

Maak van Nederlands weer een aanstekelijk en inspirerend schoolvak, dan komen die nieuwe leraren vanzelf

Het jaarlijkse rituele moment van schrikken: het rapport De staat van het onderwijs van de Inspectie van het Onderwijs. Het went bijna, want de strekking is elk jaar deprimerend hetzelfde. Veel Nederlandse leerlingen in het basis- en voortgezet onderwijs hebben niet de benodigde vaardigheden in rekenen, wiskunde en taal. Maar het mag niet wennen dat jongeren van school komen zonder de belangrijkste werktuigen om zich staande te houden in de maatschappij. Nooit. En juist in die twee vakken, Nederlands en wiskunde, is het lerarentekort het nijpendst.

Er valt veel over de uitkomsten te zeggen, maar ik licht er één ding uit: het vak Nederlands. Mijn eigen prachtige, machtig mooie vak dat nu in de ogen van veel leerlingen ontstellend saai en hopeloos moeilijk is. Velen ‘haten’ het en vrijwel niemand wil het studeren. Terwijl ze allemaal houden van verhalen en van communiceren.

De opperinspecteur, Alida Oppers, vindt dat leerlingen in het voortgezet onderwijs een voldoende voor Nederlands moeten hebben om te slagen. Nu haalt 20 procent van de geslaagde havo/vwo-leerlingen een onvoldoende voor het centraal examen; een onvoldoende eindcijfer mogen ze compenseren met hogere cijfers voor wiskunde en Engels.

Het lijkt een goed voorstel, maar dat is het niet. Natuurlijk moet het niveau omhoog. Maar dat bereik je niet door te morrelen aan de norm. Dat effect is cosmetisch. Het cijfer van het centrale examen telt maar voor de helft mee, de andere helft is het schoolexamen, dat de school zelf afneemt. Bijvoorbeeld: het gemiddelde cijfer op het centraal examen Nederlands was afgelopen jaar op het vwo 6,1 maar dat van het schoolexamen was 6,7. Zo vallen er toch weinig onvoldoendes. Dat zal niet veranderen.

Belangrijker is dat het centraal examen Nederlands een waardeloos examen is dat niet toetst wat het moet toetsen: of iemand een tekst begrijpt, erover kan nadenken, verbanden legt en erop kan reageren. Het examen toetst of leerlingen aangeleerde trucjes kunnen toepassen: functies van alinea’s benoemen, soorten argumenten herkennen, kernzinnen en verwijswoorden aanwijzen. Zoals je een hond drilt om een bal te apporteren.

Een paar keer werd een artikel van mij als examentekst uitgekozen; ik haalde er met moeite een krappe voldoende voor, want ik kende de inhoud van de trukendoos niet. Andere schrijvers en lezers hadden dezelfde ervaring. Ik begreep dat leerlingen wordt aangeraden de tekst vooral niet helemaal te lezen, want dat kost tijd; je moet van vraag naar vraag hoppen. De zorg van Alida Oppers zou moeten zijn dat er een zinnig en valide centraal examen Nederlands komt.

Nog erger is dat het bloedeloze examen Nederlands het hele vak heeft geïnfecteerd. Het werd een ontbladerd schoolvak, dienstbaar en instrumenteel. Nodig om andere vakken te kunnen volgen en om later te kunnen studeren. Dat is dodelijk voor het plezier van leerlingen. En dat is beslist niet te wijten aan leraren; zij moeten nu eenmaal toewerken naar het examen, de school moet wel goed scoren. De tijd besteed aan echt taal-, schrijf- en literatuuronderwijs nam af.

Je leest en schrijft, communiceert en vertelt over dingen die je boeien en bezighouden, om je te uiten en te mengen in het debat, niet om vaardigheden te oefenen. Geef het vak Nederlands alsjeblieft zijn inhoud terug. Er zijn vele leraren en universitaire neerlandici die daar de afgelopen jaren hartstochtelijk voor hebben gepleit, zoals Lotte Jensen, Yra van Dijk, Marie-José Klaver en Theo Witte. Hun uitstekende plannen liggen er, kant en klaar. Maak van Nederlands weer een aanstekelijk en inspirerend schoolvak. Dan komen die nieuwe leraren vanzelf.

Source: Volkskrant

Previous

Next