Home

De spanning in de noodopvang in Zuidbroek loopt op: ‘We vragen al maanden om daglicht’

De Eurohal in Zuidbroek, werd in 2022 ingezet als noodoplossing voor de opvangcrisis. Maar de uitzondering is het nieuwe normaal geworden. Vijfhonderd mensen op stapelbedden in een evenementenhal, zonder eigen regie of perspectief. ‘Er wordt naar ze gesnauwd en geschreeuwd. Niemand die ze iets uitlegt.’

Voor de bewoners van de Eurohal, waar normaliter paardensportevenementen en vlooienmarkten worden gehouden, is het een heuglijke dag. ‘Kijk naar boven’, zegt een Syriër, ‘zie je het?’ Daglicht. Bijna tweehonderd dagen is hij nu in de Eurohal. Elke ochtend zijn de tl-lampen op het plafond het eerste wat hij ziet. Tot tien uur ’s avonds vormen ze de enige lichtbron in de evenementenhal waar vijfhonderd asielzoekers verblijven, vaak al maandenlang. Met uitzondering van vandaag dus, een voorzichtige lentedag midden april. De luiken in het dak zijn geopend, een klein zonnetje schijnt op de stapelbedden. ‘We vragen hier al zeven maanden om’, zegt de 43-jarige man.

Nederland is verplicht asielzoekers een menswaardige opvang te bieden, oordeelde de rechter begin oktober 2022. Ze horen een kamer te hebben, met muren en een plafond bijvoorbeeld, een deur die afgesloten kan worden en een raam dat open kan.

Dat hebben de bewoners van de Eurohal allemaal niet.

De Syriër deelt zijn kamer met zeven anderen. Een gordijntje dient als deur, de muren dunne wandjes van ongeveer 2,5 meter hoog, een plafond ontbreekt. Daarboven gaapt de leegte van een bomvolle evenementenhal – dat laatste is vooral aan de kakofonie van geluid te merken.

De bewoners willen de omstandigheden laten zien waarin ze leven, maar zijn tegelijkertijd bang om met een journalist gezien te worden. Het tekent de gespannen verhoudingen tussen hen en het coa-personeel. Ze parkeren hun bezoek daarom snel op de enige stoel in het slaapkamertje. Het is Ramadan, een kamergenoot moet zijn gebedskleed noodgedwongen op 30 centimeter afstand van de stoel uitrollen om te kunnen bidden.

De situatie in Zuidbroek zou een uitzondering moeten zijn. De locatie werd in het najaar van 2022, net als op veel andere plekken in Nederland, gezien als noodoplossing om de opvangcrisis het hoofd te bieden. Daarna zou de spreidingswet de opvangproblemen verhelpen, was de belofte.

Maar de wet is nog altijd niet door de Tweede en Eerste Kamer en na de Provinciale Statenverkiezingen is het zeer de vraag of dat gaat lukken. In de tussentijd is er nauwelijks nieuwe, structurele opvangcapaciteit gevonden terwijl er dit jaar naar verwachting 70 duizend asielzoekers naar Nederland komen, fors meer dan in 2022. Zuidbroek is niet langer de noodoplossing, maar het nieuwe normaal.

Dat gaat verder dan het ontbreken van daglicht of een plafond. Asielzoekers maken in de (crisis-)noodopvang de slechtste start denkbaar. Ze hebben geen regie over hun leven, hun perspectief reikt niet verder dan het wandje dat als slaapkamermuur dient. De grootschalige opvanglocaties zijn een wereld van ge- en verboden, de menselijke maat ontbreekt al snel. Dat heeft gevolgen, blijkt uit incidenten die geregeld plaatsvinden in de Groningse hal – die in regionale media inmiddels de naam ‘probleemopvang’ heeft gekregen.

Op de slaapkamer van de acht mannen is zojuist een bewoner binnengelopen met takken. Hij slaapt bovenin het stapelbed en is naarstig op zoek naar privacy. De mannen die onder liggen, kunnen een dekentje ophangen, maar boven is dat onmogelijk. Daarom bevestigt hij de takken aan de hoeken van het bed om er een laken tussen te spannen.

‘Als het coa dit ziet, wordt het direct verwijderd’, zegt een kamergenoot. Vanwege de brandveiligheid is het ook niet toegestaan om meer dan één stoel op de kamers te hebben. Als ontdekt wordt dat er meerdere staan, krijgen alle kamergenoten een boete.

De boetes zijn berucht in Zuidbroek. Elke asielzoeker in Nederland krijgt een wettelijk vastgestelde toelage van 12,95 euro per week, bedoeld voor hygiëneproducten, kleding en andere persoonlijke uitgaven. Het geld wordt uitgekeerd op een zogenoemde ‘moneycard’. Als asielzoekers zich niet aan de huisregels houden, kan het coa geld inhouden. Dat is landelijk beleid, maar wordt niet overal even strikt gehandhaafd.

In de Eurohal liet de heuglijke aankondiging van de moneycards in november er geen misverstand over bestaan: het zakgeld wordt ook gebruikt om de bewoners in het gareel te houden: ‘Volgende week worden de moneycards uitgedeeld aan de bewoners. Elke bewoner die de huisregels overtreedt, krijgt een boete’, stond op het A4-tje.

VluchtelingenWerk Nederland, de organisatie die asielzoekers bijstaat, merkt ook dat in Zuidbroek de leefregels ‘heel streng’ worden gehandhaafd. ‘Dat kan de dialoog met de bewoners in de weg staan’, laat een woordvoerder weten. Aangezien de leefomstandighedenslecht zijn, zou het coa serieus met klachten van bewoners moeten omgaan en niet te snel boetes moeten uitdelen, vindt de organisatie.

De asielzoekers krijgen boetes als ze binnen roken of voetballen, maar ook als ze ruziën of binnen met hun telefoon video’s en foto’s maken. Dat laatste is verboden omwille van de privacy, maar bewoners voelen zich erdoor in hun uitingsvrijheid beperkt. Ze willen laten zien hoe het eraan toegaat in de noodopvang, maar zijn ook bang voor een boete. Ze denken dat die lukraak uitgedeeld worden, bijvoorbeeld als ze kritiek hebben op de locatie. Om die reden durven ze alleen anoniem hun verhaal te doen tegen de Volkskrant.

‘Waarom worden we zo behandeld?’, vraagt de Syriër uit het begin van dit verhaal. ‘Op deze locatie is misschien een handjevol mannen dat problemen veroorzaakt, maar we worden allemaal bejegend als criminelen.’ Hij voelt dat er op bewoners neergekeken wordt. ‘Tegen een van de woonbegeleiders begon ik ooit over de humanitaire beginselen. ‘O,’ reageerde ze verbaasd, ‘die ken je?’ Alsof ik daar nog nooit van gehoord zou hebben omdat ik uit het Midden-Oosten kom.’

De bewoners ervaren een grote afstand tot het personeel. ‘Ze kunnen goed luisteren’, zegt een 19-jarige jongen cynisch. ‘Als je iets vraagt, beloven ze het te bespreken, om er vervolgens nooit meer op terug te komen.’ Hij wijst naar de stoel tegenover hem. ‘Van deze stoel heb ik nog de hoop dat er iets gebeurt als ik er tien jaar lang tegenaan praat. Bij deze mensen heb ik die hoop opgegeven.’

Buiten de hal halen twee vijftigers een verfrommeld papiertje uit hun zak. ‘Kun je hiernaar kijken?’ Het is een notitie van de GZA, de instantie die huisartsenzorg levert voor asielzoekers. Op het briefje staat dat de mannen diabetes en een te hoog cholesterol hebben. Ze moeten het laten zien in de kantine, zodat ze een aangepast dieet krijgen.

Dat is het idee, althans. Volgens de mannen komt er in de praktijk weinig van terecht. Gisteravond aten ze bijvoorbeeld alleen brood. ‘Als het je niet aanstaat, ga je maar weg’, is de boodschap die ze dan naar eigen zeggen te horen krijgen.

Die verhalen komen niet alleen van de asielzoekers. Eind oktober meldde zich een vrouw bij de Volkskrant die als vrijwilliger contact onderhoudt met een grote groep bewoners. De opvang was toen drie weken open. Ze verbaasde zich over de chaos, maar bovenal: de onverschilligheid over het lot van de asielzoekers. Volgens haar sliepen sommigen de eerste nachten zonder dekens. Later bleken die nog buiten op een kar te staan. Ook zouden er de eerste weken geen ledikantjes zijn geweest voor twee jonge kinderen. De peuters konden ’s nachts zo door het gordijntje uit de kamer kruipen, hun moeder deed geen oog dicht.

‘Het ergst vind ik de manier waarop er met deze mensen wordt omgegaan’, mailde de vrouw. ‘Vragen worden kortaf beantwoord, vaak zonder oogcontact, er wordt naar ze gesnauwd en geschreeuwd. Niemand die met ze praat, niemand die ze iets uitlegt.’

Een half jaar later zijn de zorgen van de vrijwilliger niet weggenomen. Ze kan haar verhaal vanwege haar werk alleen anoniem doen. Elke maand voelde ze de spanning toenemen. Steeds vaker ging het brandalarm af, bewoners gooiden met spullen over de afscheidingswandjes. De sfeer werd grimmiger, dreigend.

‘Ik heb mensen echt zien veranderen’, zegt ze nu. ‘Een jongen die in zijn vorige opvangplek nog dansjes voor sociale media maakte, ligt nu alleen nog in bed. Andere mensen met wie ik contact onderhoud, worden steeds bozer en opstandiger.’

Ze weet wat er gezegd wordt als er problemen zijn in opvanglocaties: al die culturen bij elkaar, dat gáát ook niet. ‘Maar ik heb met asielzoekers gewerkt op een plek waar dat prima ging. Het komt volgens mij echt door de omstandigheden, de manier waarop deze mensen worden gezien: niet als vluchteling, maar als iemand die iets komt halen.’

De vrijwilliger begrijpt niet waarom het zo gaat. ‘Het enige wat ik kan bedenken is dat het ontmoedigingsbeleid is, een waarschuwing voor degenen die nog willen komen. Want deze bewoners sturen natuurlijk niet naar hun familie: kom ook, het is hier zo fijn.’

Inmiddels heeft de Eurohal dus de naam probleemopvang te zijn. Meerdere keren moest de politie ingrijpen bij grote vechtpartijen of opstootjes. Zoiets werkt ook als self­ful­fil­ling prophe­cy: in februari werden gezinnen met kinderen weggehaald en kreeg de opvang er honderd alleenstaande mannen voor terug.

Op 5 april vond een incident plaats waarin alle problemen samenkomen: asielzoekers die een gebrek aan regie over hun leven ervaren, de afstand tussen hen en het coa-personeel, escalatie in plaats van de-es Source: Volkskrant

Previous

Next