Nee hoor, er is geen sprake van ‘graaiflatie’, zei minister van Economische Zaken Micky Adriaansens (VVD) vrijdag. Premier Mark Rutte (VVD) zei dat het bewijs daarvoor ‘flinterdun’ is. En: ‘Je moet oppassen met uitspraken hierover.’ Hij vond het ‘geen mooi woord’. Adriaansens: ‘Het werkt polariserend.’ DNB-baas Klaas Knot noemde de ophef vorige week ingegeven door ‘emotie’. Met andere woorden: stel je niet zo aan, mensen, er is niets aan de hand, en we willen geen ruzie om niets.
Het zijn opvallende woorden, zeker uit Den Haag, waar elk jaar de koopkrachtplaatjes tot ver achter de komma worden doorgerekend. Nu die vanwege de voortdurende prijsstijgingen de prullenbak in kunnen, laat het kabinet eigenlijk weten dat we ons daar niet druk om mogen maken.
Flinterdun bewijs? Nodeloos gepolariseer? Nee, er is wel degelijk wat aan de hand, en de ophef daarover is niet zonder reden. Als er al sprake is van emotie, dan is het rationele emotie.
Want terwijl de boodschappen steeds duurder worden, stroomt het geld bij grote bedrijven met bakken binnen. Veel bedrijven verhoogden de prijzen meer dan de gestegen (grondstoffen)kosten rechtvaardigen. Dat is geen gevoel, maar realiteit. Volgens een analyse van de Rabobank zijn de afzetprijzen (54,3 miljard euro omhoog) ‘aanzienlijk harder’ gestegen dan de inkoopprijzen (39,9 miljard euro).
Natuurlijk, er zijn ook andere kosten – zoals de lonen en de rente. Maar het feit dat de winstmarges van bedrijven afgelopen jaar enorm zijn gestegen, is toch de hardste aanwijzing dat een deel van wat de werkenden in de supermarkt betalen in de zakken van aandeelhouders is verdwenen. Wie daar iets van zegt is niet aan het polariseren, maar wijst simpelweg op de groeiende ongelijkheid.
Die trend is natuurlijk al een paar decennia aan de gang. De arbeidsinkomensquote, het deel van het nationaal inkomen dat naar lonen gaat, lag eind jaren zeventig rond 80 procent, en nu iets boven de 70 procent. Het boek dat dat aan de kaak stelde, Kapitaal in de 21ste eeuw van Thomas Piketty, werd geen succes omdat hij polariseerde, maar omdat hij de feiten beschreef.
Om nu de werkenden bij voorbaat de schuld te geven van een dreigende loon-prijsspiraal is daarom te gemakkelijk. Er is eerder sprake van een prijs-loonspiraal: de bedrijven begonnen met het verhogen van de prijzen, en meer dan gerechtvaardigd was. Zonder de profiteursopslag zou de inflatie 9,2 procent hebben bedragen in plaats van 11,4 procent.
Dat de overheid het afgelopen jaar met allerlei tegemoetkomingen een groot deel van het koopkrachtverlies heeft opgevangen, moet voor het kabinet een extra reden zijn om de graaiflatie niet weg te wuiven. De hogere prijzen kosten de schatkist – en dus de belastingbetaler – geld. Ook dat komt voor een groot deel weer bij de werkenden terecht.
Maar daarnaast is de sociale onrust een reden tot zorg. Het zijn vooral de laagstbetaalden die volledige prijscompensatie eisen, omdat zij in de knel komen door de inflatie. Vroeger hadden zij misschien nog het idee dat zij of hun kinderen het beter zouden krijgen, maar door de dalende sociale mobiliteit komt iemand uit de onderklasse minder makkelijk in de middenklasse terecht. Dan wacht je niet op een groter deel van de koek, maar eis je een groter deel van de koek.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden