N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.
Onlangs ging ik hardlopen door Montmartre samen met goede vriend Q, en eenmaal heuvelopwaarts besefte ik dat ik de laatste jaren last heb van omgekeerde hypochondrie: dat ik telkens denk veel gezonder te zijn dan in werkelijkheid het geval is. Terwijl Q als een hinde op steroïden langs diverse toeristenroedels spurtte, sukkelde ik er blauwpaars aangelopen achteraan. Pas helemaal bovenaan bij de Sacré-Coeur haalde ik hem weer in, en dat alleen maar omdat hij zelf gestopt was met joggen.
„Gaat het wel?” vroeg hij bezorgd en ik wapperde met mijn handen dat het wel ging, maar was tegelijkertijd zo oververhit dat ik het gehele doopvont in één teug had kunnen ledigen.
De dagen erna stond ik krom van de spierpijn. Toegegeven, ik had al tijden niet meer hardgelopen, het laatste jaar had ik mijn cardio vooral op de roeimachine gedaan, maar ook daar was de klad in gekomen toen ik een maand geleden de oversteek maakte naar Parijs. Sinds mijn aankomst had ik vooral op de bank gelegen, weliswaar driftig lezend en schrijvend, maar dat doet blijkbaar niet zoveel voor de opbouw van longinhoud of spiermassa. Tegelijkertijd was ik ook boos dat ik opeens zo boette voor het maar even verwaarlozen van mijn conditie. David Bowie zei eens dat ouder worden een geweldig proces is omdat je daardoor de persoon wordt die je altijd had moeten zijn, maar ik wist niet zeker of hij zo’n wrak als dit had bedoeld. Vroeger kon ik na een half jaar niksen het rennen probleemloos weer oppakken, tegenwoordig was ik na een maand pauze opeens kreupel.
‘Je moet nu juist doorzetten”, zei Q. toen hij even poolshoogte kwam nemen en zag dat ik nog steeds aan het revalideren was. „Anders is dit een voorteken.” „Voorteken?” „Van hoe erg het gaat worden als je helemaal ophoudt met sporten. Morgenochtend gaan we weer”, zei hij vastbesloten.
„Maar ik hoopte morgenochtend net van mijn spierpijn af te zijn”, jammerde ik.
„Je moet spierpijn op de korte termijn riskeren om ellende op de lange termijn te voorkomen.”
„Maar straks krijg ik tijdens het lopen een hartstilstand.”
„De kans is groter dat je door niet meer te lopen juist een hartstilstand krijgt.”
Toen gaf ik me maar gewonnen. De volgende ochtend trokken we erop uit. Grappig, dacht ik, terwijl het zweet zich na enkele minuten alweer over mijn slapen begon te vertakken, vroeger sportte ik vooral voor mijn gemoed, tegen de depressie en vóór de endorfines, om te wíllen leven. Nu sportte ik om te kúnnen leven.
Misschien was dat wel ouderdom.
Het was in ieder geval leven.
U kunt ons via dit formulier informeren over taalfouten of feitelijke onjuistheden, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken worden niet gelezen.
Source: NRC