Voetballer Lionel Messi zou in Saoedi-Arabië 33 miljoen euro per maand kunnen gaan verdienen. Dat is 7 miljoen meer dan hij bij zijn huidige club, Paris Saint-Germain, per jaar krijgt. Op jaarbasis komt zijn salaris op 400 miljoen euro. Dat is 1,2 miljoen per dag.
Messi verdient op één dinsdagochtend meer dan alle spelers van MVV in Maastricht in een heel seizoen. Die mogen 750 duizend euro verdelen. Voor het geld hoeft Messi het niet te doen. De ster is allang miljardair, niet alleen dankzij zijn voetbalsalarissen en premies, maar ook vanwege zijn promotiecampagnes. Zo zou hij 25 miljoen per jaar krijgen om het imago van Saoedi-Arabië – een land dat homorechten niet erg serieus neemt – op te poetsen. Hij is de ambassadeur van grote merken als Adidas, Pepsi, Louis Vuitton, Lays en Gatorade. Ook stroomt bij de PSG-aanvaller het geld binnen via sociale media. Voor een reclamespot op het Instagramprofiel van de wereldster, die 460 miljoen volgers heeft, moet men 1,72 miljoen euro betalen. Hij is een multinational op zichzelf.
Wat in de normale maatschappij niet wordt geaccepteerd, is in voetbal mogelijk. Niet zo lang geleden werd in een stadion een groot spandoek uitgerold – bijna even groot als afgelopen weekeinde in de Kuip – met het treffende opschrift: ‘Gecreëerd door de armen, afgenomen door de rijken’. Misschien geldt dat eigenlijk voor alle sporten. Sinds de opbrengsten in televisierechten zijn geëxplodeerd en Arabische sjeiks, Amerikaanse miljardairs en Russische oligarchen de sport zijn binnengeslopen, is het hek van de dam.
Als deze trend zich doorzet, verdienen de beste voetballers in 2033 een miljard euro per seizoen. Het beperkt zich niet tot voetbal. Vorige week stond in de krant dat de organisatoren van het tennistoernooi op Roland Garros in Parijs het prijzengeld met 12,3 procent hebben verhoogd tot 49,6 miljoen euro. De winnaars bij de mannen en vrouwen krijgen ieder 2,3 miljoen. Wie in de tweede ronde van de kwalificaties sneuvelt, krijgt 22 duizend euro. Dat is een hoop geld, maar de winnaar krijgt honderd keer zoveel.
In 1968, toen er van gendergelijkheid nog geen sprake was, kreeg de winnaar bij de mannen omgerekend 2.000 euro en die bij de vrouwen 750 euro. De winnaar krijgt nu dus duizend keer zoveel. Een brood kostte in 1968 in euro’s gemiddeld 0,36 en een glas bier gemiddeld 0,54. Nu kost een brood gemiddeld 2,19 euro en een glas bier 3,50 euro. Dat is een verzes- of verzevenvoudiging. In 1968 was het modale salaris 3.500 euro per jaar, nu 40 duizend euro – een vertwaalfvoudiging.
De salarissen voor topsporters zijn verduizend-, zo niet vertienduizendvoudigd. Het is een malle wereld. Sporters wordt een voorbeeldfunctie toegedicht, maar qua inkomens is nergens de ongelijkheid zo groot als in de sport. Zelfs de salarisverdeling bij de multinationals is daarmee vergeleken bijna een model van een communistische heilstaat.
Sportinflatie – spinflatie zou je het kunnen noemen – is de vergrotende trap van hyperinflatie. En daarmee loopt het meestal heel slecht af.
Source: Volkskrant