Home

Zorgen om vluchtende Soedanezen nemen toe, ook onder hun landgenoten in Egypte

De achtkoppige familie Osman is nauwelijks de trein uitgestapt, of Bakry Ahmed bestookt ze al met vragen. Komt de familie uit Soedan, wil de forse man met grijswit geruite blouse weten? Ja, dat vermoedde hij al. Hebben ze al een verblijfplaats, vervoer? De bebrilde Abu Osman, een oudere man gestoken in een rood T-shirt, is als hoofd van het gezin het aanspreekpunt. Hij hoort het vragensalvo van Ahmed argwanend aan – ze hebben geen hulp nodig, zegt hij licht geïrriteerd. Maar Ahmed hoort hem niet meer: hij is al onderweg naar de uitgang van het centraal station van Caïro, met een van de koffers van de Osmans op zijn schouders.

De familie is, net als meer dan honderdduizend andere Soedanezen, gevlucht voor de aanhoudende gevechten tussen twee legers in hun thuisland. Dat conflict begon vier weken geleden toen de gezagvoerders van beide legers het niet eens konden worden over de machtsdeling. Hoewel afgevaardigden van de twee partijen ‘verkennende gesprekken’ voeren om tot een bestand te komen, wordt er op meerdere plekken in het Noord-Afrikaanse land nog altijd hevig gevochten. Dagenlang reisde de familie Osman daarom van hoofdstad Khartoem naar de grens met Egypte. Vanuit de zuidelijke stad Aswan namen ze gisteravond de stoptrein naar Caïro.

Over de auteur
Joost Bastmeijer is correspondent Afrika voor de Volkskrant. Hij woont in Dakar, Senegal.

De energieke Ahmed loodst de vermoeide gezinsleden naar de taxi’s die geparkeerd staan op het Ramsisplein. Pas als iedereen zich in twee stokoude taxi’s heeft gepropt en de auto’s op het punt staan naar hun tijdelijke verblijfplaats te vertrekken, lijkt er een einde te komen aan het wantrouwen jegens Ahmed. Komt hij niet mee, vraagt Abu Osmans vrouw. Hij hoeft niet eens geld? ‘Allah zij geprezen’, lacht ze dan opgelucht. Vanuit het omlaag gerolde raampje blijft ze Ahmed al prevelend bedanken, tot de auto’s opgaan in het chaotische verkeer van de Egyptische hoofdstad.

‘Het is niets meer dan takaful, solidariteit’, zegt Ahmed voldaan als hij even later aan een glaasje mierzoete thee nipt in Adly, een wijk in het centrum van Caïro waar veel Soedanezen wonen. ‘We zijn elkaars broers en zussen, we moeten elkaar helpen.’ Verderop zit een Soedanese kapper, op de terrasjes van koffiezaken zitten groepjes rokende Soedanese mannen te kijken naar een voetbalwedstrijd.

Er wonen naar schatting negen miljoen migranten en vluchtelingen in Egypte, van wie er maar liefst vier miljoen Soedanees zijn. Door de gevechten bij de zuiderbuur groeit dat aantal met de dag: volgens de Egyptische overheid zijn er de afgelopen weken al meer dan 60 duizend Soedanezen de grens overgestoken.

Muziekleraar Ahmed werkte eigenlijk al jaren niet meer voor Takamol, een organisatie die zich inzet voor de gigantische Soedanese gemeenschap in Egypte. ‘Maar zo gauw de gevechten tussen het Soedanese leger en de paramilitairen van de RSF losbarstten, ging mijn telefoon meteen’, zegt Ahmed. Als gemeenschapsleider is het zijn plicht om in actie te komen, vindt hij. ‘Ze zijn vooral op zoek naar werk en onderdak’, gaat hij verder, ‘en daar proberen wij ze bij te helpen.’

De meeste Soedanezen die tot nu toe naar Egypte zijn gevlucht, horen bij de elite. Alleen zij konden het zich veroorloven om de exorbitant duur geworden buskaartjes (à 500 euro per stuk) van de hoofdstad Khartoem naar grensdorpje Halfa te betalen. Ook de gepensioneerde Nageeb Khalifa en zijn volwassen zoon Ashraf, beiden een week geleden aangekomen in Caïro, horen bij die Soedanese bovenklasse. Vader Khalifa werkte het leeuwendeel van zijn leven in conflictgebieden overal ter wereld, voor de VN. Met het geld dat hij in zijn loopbaan verdiende, kocht hij in 2012 een tweede huis in Al Rehab, een gigantische nieuwbouwwijk ten oosten van Caïro.

Vanaf de achtste etage kijkt Nageeb Khalifa uit over de honderden identieke flatgebouwen die hier in ‘Nieuw Caïro’ uit de woestijngrond zijn gestampt. Khalifa, een tengere man gekleed in een ruimzittend joggingpak, heeft nog niet eerder in het huis gewoond, sommige meubels ontbreken. ‘We hebben nog geen tv’, zegt hij schouderophalend, ‘dus zitten we de hele dag op onze telefoon te kijken om erachter te komen of er nieuws uit Soedan is.’ De twee mannen zijn de eersten die zijn aangekomen in het riante appartement, vijf familieleden zijn nog onderweg.

In Khartoem woonden de twee dicht bij de tv-studio’s van de Soedanese staatszender, een strategische plek waar hevig om werd gevochten. ‘De raketten vlogen over onze hoofden’, zegt Khalifa terwijl hij een sigaret opsteekt. Zijn zoon en hij bleven thuis schuilen, tot de bombardementen na anderhalve week plots ophielden. ‘Dat was een vreemd moment,’ gaat Khalifa verder, ‘want het voelde alsof ik iets miste. We waren al gewend geraakt aan de oorlogsgeluiden. Gek genoeg kwam toen de angst pas.’ Hij gebruikte de gevechtspauze om samen met zijn zoon en zwager naar de Egyptische grens te vluchten.

More than 150,000 people have now fled Sudan, where fighting between military leaders continues: both Sudanese citizens and refugees hosted in Sudan have crossed into Egypt, South Sudan, Chad and other countries.

Needs are huge. Resources are scarce. Aid is required, urgently!

Hoewel Khalifa een appartement bezit in Caïro en zijn zoon dankzij zijn goede contacten binnen een mum van tijd zijn visum kreeg, werden de twee door de Egyptische grenswachters met de nek aangekeken. ‘Ze spraken bewust over ya zol’, zegt Khalifa. ‘Dat betekent zoiets als ‘die man’. Ze zeiden het op een denigrerende manier, hun lichaamstaal en gezichtsuitdrukkingen waren spottend. Zo zouden ze nooit tegen hun eigen mensen praten.’ Toch maakten de twee er geen punt van. ‘We moesten die grens over.’

Het racisme jegens Soedanezen is al decennialang een probleem in Egypte. In maart vorig jaar gingen honderden Soedanese demonstranten de straten van Caïro op om aandacht te vragen voor aanhoudende intimidatie en racistische behandeling van Soedanezen door Egyptenaren. De demonstranten werden door de politie hardhandig gearresteerd en in elkaar geslagen, waarna ze zonder veroordeling gedwongen arbeid moesten verrichten. ‘Jullie luie Soedanezen moeten werken’, zou de politie volgens bronnen van mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch hebben gezegd, ‘want jullie maken veel problemen en lawaai hier in Egypte.’

Soedanezen vrezen dat dat racisme alleen maar zal toenemen als er nog meer landgenoten naar buurlanden vluchten. Meer dan 200 duizend Soedanezen ontvluchtten hun land al, zeker 700 duizend mensen hebben hun huis moeten verlaten sinds de gevechten half april begonnen. Aangezien de hulpverlening in Soedan nog maar mondjesmaat op gang komt, hebben veel Soedanezen geen fatsoenlijk onderdak – wat kan betekenen dat de Soedanese exodus naar Egypte nog wel even blijft voortduren. De Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen van de Verenigde Naties, Filippo Grandi, houdt er rekening mee dat meer dan 800 duizend burgers naar buurlanden zullen vluchten.

‘Als de gevechten aanhouden en mensen niet terug naar hun huizen kunnen, komen er grote problemen’, zegt de gepensioneerde Nageeb Khalifa, terwijl hij een trekje van zijn sigaret neemt. Toen hij als operationeel manager voor de VN werkte, zag hij hoe grote groepen vluchtelingen de economie en sociale cohesie onder druk kunnen zetten. Zelfs het geld van de rijkere Soedanezen raakt een keer op, zegt hij. ‘Dus ze zullen op een bepaald moment toch echt op zoek moeten naar werk.’ Egypte kampt al met grote problemen op het gebied van werkloosheid, iets wat de groeiende groep Soedanezen nog verder onder druk zal zetten.

Ook gemeenschapsleider Bakry Ahmed maakt zich zorgen. ‘We krijgen als Soedanezen geregeld te horen dat wij de toch al hoge prijzen nog verder opdrijven’, zegt hij, ‘omdat we hiernaartoe komen met ons geld.’ Hoewel Ahmed zegt in eerste instantie uit naastenliefde te willen helpen, geeft hij toe dat die angst ook motiveert om Soedanezen zo goed mogelijk op te vangen. Want als er een grote groep armere vluchtelingen naar Egypte komt, vreest hij dat de Soedanese gemeenschap daar weleens onder zou kunnen lijden.

‘Als er vluchtelingen komen die doorlopend hulp nodig hebben’, legt Ahmed uit, ‘zou dat hier veel problemen kunnen opleveren. Terwijl er hier in Egypte al zo veel problemen zijn. Als er grote groepen Soedanezen deze kant op blijven komen, vrees ik over wat ons te wachten staat.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, Source: Volkskrant

Previous

Next