De Europese Unie dringt steeds meer door in ons bestaan. Soms is zij zo dwingend aanwezig dat het schuurt, vooral op het punt van asiel, stikstof en klimaat. Dan is het belangrijk, schreef ik onlangs, dat de democratische verantwoording optimaal is geregeld. Is dat momenteel zo? Wat is de stand van de democratie in de EU?
Volkskrant-columnist Martin Sommer stelde pas dat de democratische besluitvorming in Brussel tekortschiet vergeleken met Den Haag. De checks-and-balances behorende bij Nederlandse wetgeving ontbreken en er is geen fatsoenlijke parlementaire behandeling. Bob van den Bos, die voor D66 in het Nederlandse en Europees Parlement zat, diende hem van repliek. Een Europese richtlijn, schreef hij, moet worden aangenomen door de regeringen van de lidstaten en door het Europees Parlement. Ze komt derhalve niet ondemocratisch tot stand.
Over de auteur
Arie Elshout is journalist. Hij schrijft om de week een wisselcolumn met Arnout Brouwers.
Dat laatste is waar, de democratie in de EU is gaandeweg versterkt. Het Europees Parlement heeft sinds 2009 instemmingsrecht. Een wet wordt pas wet als het parlement, de enige rechtstreeks gekozen EU-instelling, daarmee akkoord is gegaan in uitvoerige onderhandelingen met de Europese Commissie en de lidstaten. Toch is er nog altijd de perceptie van een democratisch tekort.
Velen zien het Europees Parlement niet als iets van hen, het is ver weg, de opkomst bij de verkiezing ervan is laag. Bij de duiding van politiek nieuws ligt in Nederland het accent op Den Haag, niet op Brussel. Dat is niet de schuld van de media, zoals vaak wordt beweerd, want als er iets te halen valt zullen ze dat niet laten. Er mist kennelijk iets. Het kan ook niet liggen aan wat in de EU wordt besloten, want afspraken over klimaat of privacy raken ons allemaal.
Dus moet het iets anders zijn waarom Europese politiek minder leeft. Ik denk dat de mate van beleving rechtstreeks verband houdt met de mate van democratie. Minder democratie betekent minder betrokkenheid bij burgers.
In Nederland loopt er een directe lijn tussen kiezer, parlement en regering. De kiezer bepaalt de verhoudingen in de Tweede Kamer en op grond van die verhoudingen wordt een meerderheidsregering geformeerd. Met zijn stem kan de kiezer bepalen of een kabinet over rechts, links of door het midden gaat. Die regering moet voortdurend bedacht zijn op het mogelijke verlies van haar meerderheid. In verkiezingen krijgen de kiezers de kans de regering weg te stemmen als zij haar beleid afkeuren. Dat alles leidt tot veel democratische druk en dynamiek, aangewakkerd door continue peilingen van het volkshumeur en aanvallen van crisiskoorts.
In de EU-democratie heeft de kiezer minder directe invloed. Hij kiest het Europees Parlement, maar bij de samenstelling van de Europese Commissie hebben de lidstaten het voortouw. De Commissie lijkt een regering maar is het niet. Doordat elk land een Commissaris mag leveren, heeft ze geen politieke kleur. Ze is niet gebaseerd op de verhoudingen in het Europees parlement, is niet verbonden met een bepaalde meerderheid. Commissies vallen nooit, zitten altijd de rit uit (op één uitzondering na in 1999). Hun beleid is nooit inzet van de verkiezingen, het summum van democratische verantwoording.
Vergeleken met de nationale politiek is in de EU de democratische druk en dynamiek dus niet optimaal. Er is minder drama. Sigrid Kaag zou als Commissaris minder tegenwind ondervinden dan nu als minister. Dat kan aantrekkelijk zijn voor mensen die hechten aan politieke rust, reinheid en regelmaat. Persoonlijk zie ik de mate van intensiteit als de lakmoesproef voor ware democratie, met de landspolitiek als de arena waarin politici het hardst op de proef worden gesteld.
Zoals Van den Bos terecht stelt, gaat het er in Brussel democratisch aan toe. Maar in de ingewikkelde onderhandelingen tussen ministers, Commissarissen en parlementariërs uit 27 landen, kan het gebeuren dat politici onder groepsdruk meer toegeven dan hun lief is. Bij de uitvoering thuis wacht dan de echte democratische test. Dat zien we nu in Nederland bij de uitwerking van de Europese stikstofdoelen.
De druk en dynamiek zijn maximaal, het is een chaotisch zoeken naar evenwicht door tegenwicht, zoals historicus Presser checks-and-balances vertaalde. Het gaat er rauw aan toe, maar het is democratie in optima forma. Op een manier die ontbreekt in Brussel, daar heeft Sommer gelijk in. Daarom blijft het Haagse gedoe onontbeerlijk.
Source: Volkskrant