Het CBS keek per bedrijfstak naar de gemiddelde leeftijd waarop personeel vorig jaar stopte met werken. Die leeftijd was bij medewerkers in het openbaar bestuur het laagst, met gemiddeld 65,1 jaar. Werknemers in de zorg en het onderwijs zitten daar ietsje boven.
Wie actief was in de landbouw, visserij of bosbouw bleef het langst aan de slag. Daar was de gemiddelde AOW-leeftijd 66,6 jaar. Dienstverlening en de handel zitten daar vlak achter.
De leeftijd waarop je recht hebt op een AOW-uitkering was vorig jaar 66 jaar en zeven maanden. In de agrarische sector gingen de meesten dus pas met pensioen op het moment dat ze recht kregen op de ouderdomsuitkering.
Vorig jaar gingen in totaal 84.000 mensen met pensioen. Zij waren gemiddeld 65 jaar en acht maanden oud. Dat is drie maanden ouder dan het jaar ervoor. Met uitzondering van 2021, gaan mensen de laatste vijftien jaar steeds later met pensioen.
Dit komt onder meer doordat de AOW-gerechtigde leeftijd sindsdien een aantal keren is verhoogd. Ook speelt mee dat mensen steeds korter voor hun pensioenleeftijd stoppen met werken. Zo gingen werkenden in 2006 al vier jaar voordat ze recht hadden op AOW met pensioen. Vorig jaar was dat verschil ongeveer een jaar.
Source: Nu.nl economisch