Home

Hadden al die voorjaarsbloemen een stem, dan schreeuwden ze ‘help!’

Ik woon in de Betuwe, die nu op zijn mooist is. Mijn kleine stadstuin doet daar ook aan mee. Er staat een bloeiende lijsterbes en eromheen bloeien bluebells, vergeet-mij-nietjes, stinkende gouwe, zenegroen, koekoeksbloemen, geraniums, longkruid, lobelia’s, viooltjes, tijm en look zonder look. Het zou er op een zonnige warme lentedag moeten gonzen van de insecten, maar het is oorverdovend stil, net als in de bermen en slootkanten waar fluitenkruid, pinksterbloemen, boterbloemen, paardenbloemen en koolzaad wachten tot er eens een bij of hommel langskomt, eens in het uur.

Het heeft iets onheilspellends. Extinction Rebellion slaat terecht groot zichtbaar en hoorbaar alarm, mijn tuin slaat ook groot alarm, maar helaas muisstil en onzichtbaar. Dat gaat niet alleen over klimaatverandering, maar ook over de verwoestende effecten van de industriële landbouw.

Hadden al die voorjaarsbloemen wel een stem, dan schreeuwden ze het uit: Help!
Joke Beekman, Tiel

Prachtige serie over AI. Toch ontbrak er iets wezenlijks. De filosoof Hubert Dreyfus (1929 – 2017) was betrokken bij de allereerste experimenten met AI. Toen al werd voor hem duidelijk dat deze systemen ons op vele terreinen gaan overtroeven, maar dat er altijd iets blijft waar we als mensen superieur in zijn. Dit heeft te maken met ervaringskennis (tacit knowledge).

Deze ligt ten grondslag aan vakmanschap: de leraar die echt contact heeft met leerlingen, de zorgverlener die meer betekent voor de zorgbehoevende dan het alleen verlenen van de noodzakelijke zorg. Juist dat extra’s wat mensen kunnen toevoegen, zorgt voor werkplezier.

En hoe gaan we daarmee om? In de laatste decennia zijn we druk bezig dit vakmanschap de kop in te drukken. Vakgebieden worden ingeperkt tot de ‘core business’, medewerkers worden ‘human resources’ en werkzaamheden worden strak begrensd door op te volgen regels, procedures en protocollen. Daarmee brengen we onze activiteiten terug tot dat wat een computer met AI sneller en beter kan.

Mensen verworden tot dataleveranciers. Mijn advies: laten we niet bang zijn voor AI, maar onze energie vooral steken in de herwaardering van vakmanschap.
Govert Geldof, Tzum

Minister Kuipers van Volksgezondheid wil met het optuigen van regionale coördinatie voor de acute zorg de patiënt beter helpen en de arts ontlasten. De arts is nu niet op de hoogte van de beschikbare bedden, waardoor de patiënt niet de juiste zorg krijgt.

Hij verwijt de zorgaanbieders dat ze de hele dag de kaarten tegen de borst houden. Dat is ongetwijfeld waar, want het basisprincipe van concurrentie is dat ik jou pas wat gun, als jij wat voor mij iets terugdoet. Voor niets gaat de zon op.

Mijn vraag aan de minister is of hij niet wil overwegen om maar gelijk ons hele zorgstelsel op de schop te nemen om schijnconcurrentie in te ruilen voor goede samenwerking. Ik ben ervan overtuigd dat de meeste medewerkers in de zorg al lang van het heilig geloof in concurrentie zijn afgevallen en snakken naar samenwerking in het belang van de patient.

De politici, die altijd achter de feiten aanlopen, moeten alleen nog even bekeerd worden tot dit nieuwe geloof in samenwerking en onderling vertrouwen.
Martin van den Berg, Utrecht

Alle studies naar de tijdsbesteding van studenten geven ruwweg hetzelfde beeld: per week besteden studenten drie dagen aan studeren, twee dagen aan werken in bijbanen en twee dagen aan het weekend. Dat studenten zo weinig tijd besteden aan studeren en zoveel aan werken naast hun studie geeft aan dat studenten helemaal geen ‘studiestress’ hebben maar ‘schuldenstress’. Ze zijn bang om hun studie af te ronden met een schuld van 70 of 80.000 euro (of meer).

Dus als Minister Dijkgraaf werkelijk bekommerd is om stress van studenten, zou hij beter maatregelen kunnen nemen in de inkomenssfeer van studenten. In plaats van gratuite maatregelen te nemen die nodeloos de kwaliteit van het hoger onderwijs schaden.
Peter Rodenburg, Universitair docent Europese studies, Amsterdam

Wilt u reageren op een brief of een artikel? Stuur dan een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Het belangrijkst is dat een brief helder en duidelijk is. Wie een origineel en nog niet eerder verwoord standpunt naar voren brengt, maakt grotere kans de krant te halen. Een brief die mooi en prikkelend is geschreven, heeft ook een streepje voor. Kritiek op de Volkskrant wordt vaak gepubliceerd, op-de-man-gespeelde kritiek op personen plaatsen we liever niet.

Iedere brief wordt gelezen door een team van ervaren opinieredacteuren en krijgt een kans. En wekelijks halen ongeveer vijftig brieven de krant. Over de uitslag kan helaas niet worden gecorrespondeerd. Wij zijn er trots op dat onze lezers mooie en goede brieven schrijven, waarvan we elke dag een levendige rubriek kunnen samenstellen.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next