Eind jaren tachtig schreef mijn vader een computerprogramma om goedkoop boodschappen te kunnen doen. Het programma bevatte de voorraden en prijzen van alle budgetsupermarkten in de buurt. Als mijn vader de weekboodschappen invoerde, kwam er uit de matrixprinter een lijst rollen, waarop voor elk artikel de goedkoopste winkel was gevonden. De hele lijst was gesorteerd per supermarkt en zelfs per afdeling. Daarmee fietste mijn vader een ochtendje heen en weer, in de zekerheid dat hij de goedkoopste boodschappen van de hele buurt deed.
Ik was een jaar of 8 en zwaar onder de indruk van zo veel vindingrijkheid. Wat ik toen nog niet doorhad, was dat het voor mijn ouders ook bittere noodzaak was. Een jaar eerder leefde ons gezin nog van een bijstandsuitkering. Daarna ging mijn moeder werken aan de lopende band in een broodfabriek.
Over de auteur
Vincent Kouters is sinds 2006 theaterrecensent voor de Volkskrant. Ook schrijft hij de rubriek ‘Geld voor beginners’ en maakt hij de podcast Over geld praat je niet, met Aaf Brandt Corstius.
Geld was eigenlijk altijd een probleem bij ons thuis; er was voortdurend te weinig van, continu moesten mijn ouders op zoek naar handige oplossingen. Vakanties vierden we op het landgoed van mijn oudoom in Zeeuws-Vlaanderen, waar we gratis mochten kamperen. Televisies en wasmachines regelde mijn vader via zijn broer, die bij een elektronicawinkel werkte en waar klanten apparaten inleverden die ‘in wezen nog zo goed als nieuw’ waren. Later heb ik mijn studie en bijbehorende woonkosten zelf betaald.
Hoewel ik geen trauma aan deze milde armoede heb overgehouden, heb ik er wel degelijk last van gehad. Als tiener schaamde ik me namelijk kapot. Op zich is het voor tieners niet ongebruikelijk om alles aan je ouders gênant te vinden. Maar ik schaamde me ook nog eens kapot voor mijn kleding van Zeeman en Wibra, voor de immer merkloze spullen die wij hadden en voor het feit dat wij geen auto hadden en alles met de bus moesten doen.
En dat allemaal door dat stomme geld dat we niet hadden. Steeds maar weer moest het daarover gaan. Dan wilde ik bijvoorbeeld een paar schaatsen hebben (omdat de hele klas de volgende dag het ijs op ging), maar dan begon mijn vader meteen over de kosten. ‘Hoe vaak ga je die dingen gebruiken, denk je?’ Al die ruzietjes en pijnlijke momenten wilde ik als volwassene ontlopen. De oplossing leek me simpel: het nooit over geld hebben. Zolang ik mijn ambities en wensen bescheiden hield, moest dat prima te doen zijn.
Dat was een foute gedachtengang weet ik nu.
Inmiddels heb ik het boek Over geld praat je wel verschenen, dat 17 mei verschijnt. Daarin vertel ik hoe ik van een geldhater ben veranderd in iemand die zijn zaakjes op orde kreeg en in vijf jaar een ton bij elkaar spaarde en belegde. Wat was er in de tussentijd gebeurd?
Ik had drie inzichten gekregen over geld en dan met name de psychologische kant ervan. Deze waren voor mij zo bevrijdend dat ik ze graag wil delen. Omdat ik vrij zeker weet dat er meer mensen zijn die eigenlijk beter met hun geld willen omgaan, maar geen idee hebben waar te beginnen. Feitje: er zijn in Nederland veel mensen (25 procent, aldus het CBS) met nagenoeg geen spaargeld, ook al hebben ze een modaal inkomen. Dit gold vijf jaar geleden ook voor mij. Ik zag wel dat dat problematisch was. Maar ja, zo was ik nu eenmaal, dacht ik: een beetje gek.
Mijn eerste inzicht was: als het op geld aankomt, is niemand gek. Dat schrijft de Amerikaan Morgan Housel in De psychologie van geld. Dit boek, dat vorig jaar in Nederlandse vertaling verscheen, is een van mijn inspiratiebronnen. Housel beschrijft hierin hoe iedereen, van arm tot rijk en zeker ook superrijk, soms gekke of onverstandige financiële beslissingen neemt. De een spendeert zijn vermogen aan onnodige privéjets, de ander koopt onnodige rommel op aanbetaling bij Wehkamp. In mijn geval werkte ik na mijn studie jarenlang als freelance theaterjournalist voor een verder prima inkomen, maar zonder pensioen op te bouwen, studieschuld af te betalen of iets te regelen voor als ik ziek of arbeidsongeschikt mocht worden.
Dit soort onverstandige beslissingen nemen we dus niet omdat we gek zijn. Iederéén doet soms maar wat, aldus Housel. In zijn boek pleit hij ervoor dat we af moeten van de illusie dat geld een uitsluitend rationele benadering vraagt. Dat we met de juiste formules en spreadsheets grip zouden kunnen krijgen op onze uitgaven en investeringen. Dat is onzin volgens hem. Geld is namelijk een bij uitstek emotioneel onderwerp. Als we zaken op orde willen krijgen, is het veel effectiever om die emoties te herkennen.
Dat stelt ook financieel psycholoog Anne Abbenes van het Financial Psychology Institute Europe. Zij doet al jaren onderzoek naar de invloed van ons brein, emoties en persoonlijke overtuigingen op financieel gedrag. ‘Geld is voor iedereen lastig, niet alleen voor jou’, zegt ze aan de telefoon. ‘Iedereen heeft zijn eigen onbewuste geldovertuigingen. Geldscripts noemen we die, want het zijn automatismen. Er zijn honderden geldscripts.’ Ze heeft een test ontwikkeld waarmee ze aan de hand van die geldscripts het financiële gedrag van mensen kan indelen in vijf hoofdcategorieën. Elke heeft een bepaalde vogel als symbool. Mijn script was tot voor kort de struisvogel, oftewel de geldvermijder.
De test bestaat uit een uitgebreide vragenlijst, die Abbenes in een later stadium voor iedereen beschikbaar wil maken. Als je vandaag al wil beginnen met het achterhalen van je geldscript, kun je jezelf ook een aantal vragen stellen. Zoals: wat is mijn grootste geldangst? Wat is mijn grootste geldwens? Wat is mijn eerste geldherinnering? En wat heb ik van mijn ouders geleerd over geld?
Abbenes: ‘Het goede nieuws is: zodra je weet wat je geldovertuigingen zijn, kun je het script herschrijven en iets doen aan je geldzorgen. En ik weet zeker: dat is tien keer effectiever dan een cursus budgetteren, boekhouden of beleggen. Voordat je je gedrag kunt wijzigen moet je namelijk eerst naar de wortels van je gedrag kijken.’
Voor het tweede inzicht moest ik terug naar die wortels van mijn gedrag, naar de boodschappenlijstjesmachine van mijn vader en de schaamte. Abbenes legt uit waarom: ‘Geldscripts ontstaan in je jeugd door het financiële gedrag van je ouders te observeren. Dit wordt in je brein als een blauwdruk opgeslagen en dit script wordt automatisch afgespeeld zodra je als volwassene met geld te maken krijgt. Geldscripts zijn in het begin functioneel: als kind bieden ze je bescherming. Als volwassene merk je ook de belemmering.’
Een voorbeeld is het script dat je rijkdom altijd moet tonen, dat je geld gebruikt om te laten zien dat je bestaat. Denk aan de glimmende auto’s van sommige mannen, maar ook aan de zogenaamde ‘havermelkelite’, de moderne yuppen dus, met hun prijzige koffies en Scandinavische designinterieurs; mensen die niet aarzelen over zaken als botox of lipfiller. Dit zijn de pauwen in Abbenes’ model. Dit gedrag is overigens niet per se afkeurenswaardig. Niemand is gek, weet je nog? Het gaat erom dat je je ervan bewust bent, zodat je kunt ingrijpen voordat het problematisch wordt.
Toen ik daarover ging nadenken realiseerde ik me dat mijn ouders me, grotendeels onbewust, deze overtuiging hebben meegegeven: rijkdom of bijvoorbeeld zoiets als beleggen is niet voor ons soort mensen weggelegd. Je hoeft het niet eens te proberen, wees blij dat je kunt overleven.
‘Wat jij in je latere leven ervoer, was financiële verlamming’, verduidelijkt Abbenes. ‘Je had het geluk dat er genoeg geld binnenkwam om van te leven, dus van armoede was geen sprake meer. Maar verder wilde je er niks mee te maken hebben. Want als je aan de slag zou gaan met dat geld, dan werd je geconfronteerd met het soort leven dat je ouders hadden, en die bijbehorende schaamte. Zolang je het geld negeerde, bestond dat niet.’
Pas toen ik op mijn 36ste ging lezen en praten over geld, ontdekte ik dat de negatieve associaties uit mijn jeugd in mijn geval nergens meer op gebaseerd waren. Ze vormden enkel nog een psychische blokkade. Dit inzicht voelde voor mij als een bevrijding. Ik realiseerde me dat iedereen kan, mag en moet nadenken over zijn geldzaken. Zelfs een theaterjournalist met een bescheiden inkomen en zonder acute geldzorgen.
Van een probleem was geld veranderd in een middel dat tijd, vrijheid en, ja, ik zeg het gewoon, geluk kan geven. En met geluk bedoel ik niet dat ik als een Dagobert Duck sta te watertanden naast een berg muntjes. Ik bedoel de rust in mijn hoofd die ik ervaar, sinds ik ben begonnen orde op zaken te stellen. Het is me voor het eerst in mijn leven gelukt om serieus te sparen, besparen en beleggen. Om zo uit de (studie)schulden te komen en uiteindelijk een vermogen van een ton op te bouwen.
Dat is best een extreem voorbeeld, dat besef ik ook. Het is me inmiddels duidelijk geworden dat ik niet alleen een problematische kijk op geld heb opgedaan bij mijn ouders, maar ook hun vindingrijkheid en zuinigheid heb overgenomen. Elk nadeel heeft zijn voordeel.
Het voornaamste inzicht dat ik had volgt uit de vorige twee. Ik had die inzichten namelijk niet kunnen hebben, als ik niet was gaan praten en lezen over geld. Dan had ik Housels boek niet opgepakt en Abbenes ook niet leren kennen.
Laat geld geen taboe worden, zegt Abbenes, een stiekem verlangen, want dat brengt je in de problemen en maakt je bijvoorbeeld een makkelijke prooi voor de vele snel-rijk-goeroes die het int Source: Volkskrant