Home

Na 75 jaar is Israël een puzzel vol stukjes die niet passen: iedereen wil zijn eigen beloofde land

75 jaar geleden hoopten de grondleggers van Israël dat talloze gemeenschappen er samen zouden smelten tot één Joodse natie. In plaats daarvan is het een collectie van verschillende prioriteiten, grieven en geschiedenissen. Israël ligt niet alleen met Palestina, maar ook met zichzelf overhoop.

Het is een mooie gelegenheid voor een feestje: als velen bij je geboorte geen stuiver gaven voor je overlevingskansen, als er altijd moordzuchtige vijanden op de loer hebben gelegen, als je straatarm was, en het moest zien te rooien in een omgeving met weinig natuurlijke hulpbronnen, als je al deze tegenslagen hebt om weten te zetten in succes en de eerbiedwaardige leeftijd van 75 jaar hebt bereikt, dan is er alle reden om dat te vieren.

‘Nou nee’, zegt Daniel Sherman, strategisch consultant op het gebied van vrede en ontwikkeling. ‘De 75ste verjaardag van Israël is niet het moment om vuurwerk af te steken – we moeten aan de slag en essentieel werk verrichten.’

Het probleem is dat Israël met zichzelf overhoop ligt. Al maandenlang wordt er elke week geprotesteerd door honderdduizenden mensen die bang zijn dat de Israëlische democratie om zeep wordt geholpen door de uiterst rechtse regering van premier Benjamin Netanyahu: deze wil de regering meer macht geven, door die van het Hooggerechtshof drastisch in te perken. In een zee van blauwwitte vlaggen zingen demonstranten het woord ‘de-mo-cra-tie’ met Israëlische pop- en rapmuziek op de achtergrond.

Op pro-regeringsdemonstraties zwaaien mensen met dezelfde vlaggen, en roepen ze net zo hard ‘de-mo-cra-tie’, maar dan tegen de achtergrond van religieuze muziek. Het is alsof je in een gebroken spiegel kijkt: beide kampen vrezen een dictatuur. De één van de regering, de ander van ongekozen rechters die uitspraken doen over wetten van een gekozen regering. Ze noemen het ook allebei een gevecht om Joodse tradities en Joodse waarden. ‘Dit is een strijd om de identiteit van ons land’, zegt Sherman over de telefoon vanuit Israël. ‘Wie zijn we? En waar willen we naartoe?’

Deze vraag was voor Israël altijd al lastig te beantwoorden. De grondleggers hoopten 75 jaar geleden een smeltkroes te creëren, een samenleving die talloze gemeenschappen zou samensmeden tot één Joodse natie. In plaats daarvan is het land een puzzel geworden die niemand kan oplossen omdat de stukjes niet passen. Een collectie van mensen die allemaal hun eigen prioriteit hebben, met hun eigen grieven en hun eigen geschiedenis.

Alleen al onder degenen die door het jodendom met elkaar zijn verbonden, bestaan grote verschillen. Je hebt de ultraorthodoxe joden, de haredim, die de staat Israël niet erkennen omdat deze volgens hen pas zal ontstaan na de komst van de Messias. Er zijn seculiere joden die gewoon varkensvlees eten (of juist veganist zijn) en tijdens de rustdag sabbat met de auto naar het strand rijden. Er zijn gelovigen die alleen tijdens de feestdagen met religie bezig zijn en de rest van de tijd hard werken om het hoofd boven water te houden. En er zijn religieuze ultranationalisten die menen dat elke centimeter land die in de Bijbel wordt genoemd aan het Joodse volk toebehoort en dat recht met geweld opeisen.

En dan is er nog de Arabische minderheid, 21 procent van de bevolking, die zichzelf op talloze manieren identificeert: als Palestijn, moslim, christen, druus, Arabische Israëliër, of een combinatie hiervan. Voor de duidelijkheid: dit zijn Arabieren met Israëlisch paspoort, die mogen stemmen voor het parlement en een politieke partij kunnen vormen. Niet de inwoners van bezet gebied – Palestijnen die wel onder de knoet van het Israëlische leger vallen, maar formeel geregeerd worden door de Palestijnse Autoriteit.

Al deze mensen hebben een ander beeld van het land dat hun beloofd is, en allemaal hebben zij hun eigen ideeën over waar Israël naartoe moet gaan.

Hier worstelden de grondleggers al mee, vertelt Sherman. ‘Iedereen was het erover eens dat Israël een Joodse staat moest zijn, maar niet over hoe je dat ‘Joods’ dan moest invullen. Links, rechts, seculier en religieus hadden toen al fundamenteel verschillende ideeën over zaken als religie, of over de relatie met Palestijnen. Bij gebrek aan consensus werd er maar geen Grondwet geschreven: dat zou later wel komen.’

Het zijn deze losse eindjes die 75 jaar later voor grote polarisatie zorgen. Dat heeft alles met demografie te maken. De Ashkenazi, veelal liberale immigranten uit Europa, de Verenigde Staten en (later) de voormalige Sovjet-Unie, hadden de eerste decennia de touwtjes ferm in handen. Daar tegenover staan de Mizrahi, immigranten, uit landen als Jemen, Marokko of Irak, die conservatiever zijn en zich altijd gediscrimineerd hebben gevoeld, die nu aanzienlijke politieke macht uitoefenen.

Daarbij is er de exponentiële groei van de ultraorthodoxen. Bij de oprichting van de staat Israël vormden zij 1 procent van de bevolking en toenmalig premier David Ben-Gurion besloot dat zij geen dienstplicht hoefden te vervullen, zodat de haredim hun leven konden wijden aan het bestuderen van de heilige Joodse boeken. Nu maken zij echter 13 procent uit van de bevolking, en hun afzijdigheid zet bij de liberalen steeds meer kwaad bloed. De haredim werken niet, betalen geen belasting en vervullen geen dienstplicht.

‘Ik weet niet hoe houdbaar dat is’, zegt Steven Klein, senior editor bij de krant Haaretz en docent over minderheden aan de Universiteit van Tel Aviv. Omdat de haredim 6, 7, 8 kinderen krijgen, maken zij volgens de voorspellingen in het jaar 2065 maar liefst 32 procent van de bevolking uit. ‘Er komt een punt dat het land dit niet kan dragen.’

Bovendien nemen ze steeds meer ruimte in. Klein: ‘Waar zij vroeger een kleine geïsoleerde gemeenschap vormden, komen de haredi steeds meer in aanraking met een wereld die ze niet willen: de lhbti-gemeenschap, de sabbat die niet gerespecteerd wordt. En dus beginnen ze terug te duwen. Dat lukt ook, want omdat hun aantallen zo gegroeid zijn hebben ze meer politieke macht gekregen.’

Om die reden schreeuwen liberale Israëliërs tijdens demonstraties dat hun land ‘geen Iran’ mag worden. Want wat als religieuze partijen hun religieuze wetten aan de rest van het land gaan opdringen? Israël heeft geen Grondwet, en anders dan bij de meeste democratieën ook geen senaat die nieuwe wetten moet goedkeuren. Hierdoor is het Hooggerechtshof het enige orgaan dat op de rem kan trappen als de regering wetten wil invoeren die in strijd zijn met de basiswetten van het land en, bijvoorbeeld, de rechten van minderheden bedreigen.

Dan is er nog dat andere punt waar tijdens de demonstraties nauwelijks over wordt gesproken, maar ook alles heeft te maken met de vraag hoe Israël een écht democratisch land kan zijn. De bezetting. Formeel hoort de Westelijke Jordaanoever niet bij de staat Israël. Maar het land heeft er wel het monopolie op geweld, controleert de bevolking met een systeem van checkpoints en breidt de nederzettingen in het gebied constant uit. Daarnaast gebruikt het zijn macht om de draconische blokkade van de Gazastrook te handhaven.

Waar veel Palestijnen hopen dat Israël ooit een land wordt met gelijke rechten voor iedereen, vrezen zelfs veel linkse Israëliërs daarmee het Joodse karakter van de natie te verliezen. ‘Dat is de reden dat we de bezette gebieden nooit formeel hebben geannexeerd’, legt Steven Klein uit. ‘Dan moet je de vraag beantwoorden: krijgen deze inwoners ook rechten? Als je dat wel doet, ben je geen Joodse staat meer. Als je het nalaat, is het geen democratie.’

Volgens Sherman zou ook deze vraag een rol moeten spelen bij de huidige discussie over de identiteit van het land, en hij is hoopvol, maar niet optimistisch. ‘We staan op een kruispunt, en het kan alle kanten opgaan. Ik hoop dat we de goede weg kiezen, want we zullen allemaal met elkaar samen moeten leven.’

Het levert aan Palestijnse zijde grote frustraties op: altijd is er die onvoorwaardelijke westerse steun voor Israël. Maar na 75 jaar is het beeld wel verschoven. Lees hier hoe het imago van de underdog onderuit is gehaald.’

Op zondag 14 mei is het 75 jaar geleden dat Israël haar onafhankelijkheid uitriep, maar aan het eind van de negentiende eeuw wordt al voor het eerst gesproken over een Joods thuisland.

Theodor Herzl, een Oostenrijkse activist en journalist, schrijft in 1886 in zijn pamflet Der Judenstaat dat een eigen staat de enige plek zou zijn waar Joden veilig kunnen leven. Die moet volgens hem verrijzen in Palestina, de plek waar de wortels van het jodendom liggen. Vanaf het einde van de negentiende eeuw, migreren er steeds meer Joden naar dit gebied toe.

Op dat moment maakt het gebied nog deel uit van het gigantische Ottomaanse Rijk, en wonen er zowel Palestijnen als een Joodse minderheid. Nadat de Ottomanen in de Eerste Wereldoorlog worden verslagen, valt het gebied onder het mandaat van de Britten. Zij dragen dit mandaat in 1947 over aan de Verenigde Naties, die er een Joodse en Arabische staat willen stichten. Arabische leiders verwerpen het plan.

De Joden laten zich hun droom van een eigen land niet afpakken. Op 14 mei 1948 als de Britten zich officieel terugtrekken, roept Israël zichzelf uit tot onafhankelijke staat met David Ben-Gurion als premier.

Een dag later vallen Arabische troepen uit vijf omringende landen het gebied binnen. Ondanks de enorme overmacht, verliezen de Arabieren deze oorlog en ruim 700 duizend Palesti Source: Volkskrant

Previous

Next