Alsof ze het met elkaar hadden afgesproken, de merken en hun reclamebureaus. De laatste tijd zijn in reclamespotjes op televisie aanzienlijk meer vormen van diversiteit te zien dan voorheen. Zagen we in cosmeticareclames al langer etnische diversiteit vertegenwoordigd, inmiddels geven de eerste merken ook genderdiversiteit een plek.
De luxe kat krijgt haar prijzige voer nu ook geserveerd door een goed uitziende meneer. We zien lingeriemodellen met lichaamsvormen waar de gemiddelde vrouw zich wat beter in herkent. Gezinnen van kleur, ouderparen van hetzelfde geslacht en paralympische sporters zijn geen uitzondering meer.
Over de auteur
Salima El Guada is deskundige op het gebied van diversiteit, inclusie en intercultureel werken. Zij is werkzaam als adviseur bij antidiscriminatie-voorziening Vizier in Gelderland. In mei is zij gastcolumnist voor de Volkskrant, die elke maand iemand uitnodigt een serie columns te publiceren op volkskrant.nl/opinie.
Ik juich de vooruitgang toe maar vraag me tegelijkertijd af of die toegenomen representatie op het scherm gelijk opgaat met meer diversiteit op de werkvloer in het algemeen.
Aan goede wil lijkt het niet te ontbreken gezien de groeiende hoeveelheid bedrijven die charters ondertekenen op het gebied van diversiteit, ‘unconscious bias’-trainingen organiseert voor medewerkers en DEI-ambtenaren (diversity, equity, inclusion) aanstelt.
Tegenover deze intenties en inspanningen staan de regelmatig terugkerende verhalen uit de praktijk over snelle instroom en even zo snelle uitstroom van divers talent op de werkvloer, van discriminatie en uitsluiting, van ongelijke kansen. Zoals wel vaker is de werkelijkheid een stuk minder glanzend dan in de reclame.
Het creëren van een diverse en inclusieve werkomgeving met aandacht voor duurzame instroom en behoud van divers talent, blijkt geen eenvoudige opgave.
De werkvloer is dan ook geen vacuüm. Er werken mensen en dat betekent dat er net als in de echte wereld regels en afspraken gelden. maar de werkvloer is bij uitstek ook een plek die bol staat van de onuitgesproken codes en conventies. Dat geldt vooral voor organisaties die bestaan uit een min of meer homogene groep werknemers met vergelijkbare achtergronden en gedeelde normen en waarden. Denk hierbij echter niet alleen aan het stereotype beeld van de afdeling met alleen witte mannen van middelbare leeftijd, maar ook bijvoorbeeld die jonge frisse start-up waar alleen plek lijkt te zijn voor jonge frisse starters.
Van oudsher waren het vrouwen die met zichtbare en minder zichtbare of ongrijpbare obstakels op de werkvloer geconfronteerd worden, zoals het glazen plafond. De laatste jaren bereiken meer ervaringen van mensen met een diverse achtergrond met het gebrek aan inclusie het bredere publiek. Die ervaringen zijn niet nieuw, dat ze openlijker gedeeld worden is dat wel.
Je moet als medewerker namelijk sterk in je schoenen staan als je het gevoel hebt dat jouw neurodiversiteit, genderdiversiteit of etnische diversiteit een rol speelt in negatieve ervaringen op het werk. De eerste reactie is vaak dat je tegen een stootje moet kunnen, je moet zien in te vechten, een persoonlijk ontwikkelingstraject moet volgen of minder de slachtofferrol aan moet nemen. ‘Wij zijn binnen de organisatie kleurenblind’, is nog zo’n vaak gebezigde dooddoener.
Collega’s en leidinggevenden die deze woorden in de mond nemen, bedoelen het waarschijnlijk goed maar ontlopen hiermee een verantwoordelijkheid. Net als je beroepen op ‘kleurenblindheid’ is iemand de slachtofferrol aanpraten een effectief mechanisme om de aandacht af te leiden van de verantwoordelijkheid van het systeem of het collectief, en die bij het individu neer te leggen.
Het is tijd dat werkgevers diversiteit en inclusie op de werkvloer handen en voeten gaan geven door binnen hun organisatie het gesprek aan te gaan over het erkennen en waarderen van divers talent. Daarvoor is de wil nodig om eerlijk naar jezelf en je bedrijfscultuur te kijken met alle bijbehorende kleuren, schaduwen en grijstinten.
De echte ‘kleurenblindheid’ volgt hopelijk daarna, in navolging van die ene klasgenoot van mijn dochtertje, die mij ooit eens goed bekeek en vaststelde: ‘Jij bent bruin.’ Toen ik dat bevestigde, draaide hij zich tevreden om en ging verder met zijn spel.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Source: Volkskrant