Sinds de invoering van de euro moeten lidstaten bewijzen dat hun begrotingstekort niet buitensporig is. Die mag niet boven de 3 procent komen van het bbp (bruto binnenlands product: alles wat in een land wordt verdiend). En de staatsschuld moet minder dan 60 procent van het bbp zijn. Hiermee moet voorkomen worden dat landen zo diep in de schulden belanden, dat de financiële stabiliteit in de rest van de EU onder druk komt te staan.
In theorie moeten landen zich hieraan houden, maar al vanaf 2003 overtraden grote landen als Duitsland, Frankrijk en Italië die normen. Wel hebben veel landen jaren naar die normen gestreefd. Zo bezuinigde Nederland in 2013 stevig vanwege de Brusselse normen. "Ze waren te rigide en star", zegt Harald Benink, hoogleraar Banking & Finance in Tilburg.
"De boekhoudkundige benadering van sturen op die regels veroorzaakte in de vorige crisis een dubbeldiprecessie (twee perioden van een krimpende economie vlak na elkaar, red.)", zegt Bas Jacobs, hoogleraar economie en overheidsfinanciën aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
"Landen gingen toen flink bezuinigen, waardoor de economische krimp nog erger werd. Gelukkig hebben we daarvan geleerd en zijn de begrotingsregels in de coronapandemie en energiecrisis tijdelijk buiten werking gesteld."
Vanaf 2024 moeten er nieuwe begrotingsregels komen. De Europese Commissie heeft in april hiervoor een voorstel gedaan, dat nu wordt besproken in het Europees Parlement en in juni door Europese ministers van Financiën.
Het idee is dat de nieuwe begrotingsregels minder rigide worden. De bepaling dat je bij een staatsschuld van 140 procent van het bbp (zoals Italië nu heeft) je weer richting de 60 procent moet en jaarlijks één twintigste deel hiervan moet realiseren, wordt geschrapt. Die maatregel is vooral bij zulke hoge schulden heel stevig en zou zeer hoge bezuinigingen vragen. Wel komt er een bepaling waarin een te hoog begrotingstekort jaarlijks een half procent verkleind moet worden. "Dat is niet ondoenlijk", zegt Benink.
De nieuwe begrotingsregels moeten meer ruimte voor maatwerk bieden. Europa vraagt landen met een te hoog begrotingstekort of te hoge staatsschuld om met een verbeterplan te komen om binnen vier tot zeven jaar beterschap te tonen. Samen met Brussel wordt dan gekeken of zo herstel kan worden bereikt. "Dat is veel moderner dan van bovenaf verbetering eisen en dreigen met sancties", vindt Benink.
De grenzen van 3 procent tekort en 60 procent staatsschuld blijven in verdragen staan. Maar er wordt op een andere manier op gestuurd. Verder is er in de nieuwe voorstellen begrip voor tijdelijke tekorten door hoge investeringen in concurrentiekracht, digitalisering en klimaatmaatregelen.
"De nieuwe voorstellen zijn minder rigide, omdat ze niet alleen kijken naar het begrotingstekort van één jaar. Of naar de staatsschuld uit het verleden, maar ook een blik werpen op de toekomst", zegt Jacobs. "Van de grote recessie hebben we geleerd dat je een crisis niet moet verergeren met nog meer bezuinigingen."
Jacobs ziet dat zwaktes in de oude regels zijn aangepakt. "Maar waar de nieuwe regels minder rigide zijn, zijn ze ook wat vager. En dat maakt het ingewikkelder om ze na te leven. Landen die hun financiële situatie moeten verbeteren, kunnen alleen mooie beloftes doen. Die mogelijk niet worden nagekomen."
In eerdere discussies over begrotingsregels lieten Noord-Europese landen zoals Nederland, Duitsland en bijvoorbeeld ook Finland zich doorgaans van hun strenge kant zien. Ze wilden scherpe naleving van de normen voor tekorten en staatsschuld.
Nu laat vooral Duitsland zich gelden. De Duitse minister van Financiën vindt de Europese voorstellen niet streng genoeg. In een ingezonden artikel in de Financial Times schreef hij dat een hoge staatsschuld automatisch stap voor stap moet teruglopen.
"Duitsland vreest dat de staatsschuld te traag wordt teruggebracht", zegt Benink. "Maar macro-economisch is er niet zoveel reden om rigoureus naar een staatsschuld van 60 procent te streven. Niet veel landen voldoen daaraan, al bedraagt de Nederlandse staatsschuld zelfs maar 50 procent."
Benink denkt dat er voor goede naleving van de herstelplannen wel een oplossing is. "Als je Europa lidstaten een wortel voorhoudt, bijvoorbeeld geld voor klimaatinvesteringen, hebben ze ook een drijfveer om hun plannen waar te maken. Dat werkt beter dan straffen."
Benink noemt als voorbeeld het coronaherstelfonds van de Europese Unie. Lidstaten krijgen daarbij pas geld als ze ook hervormingen doorvoeren. "Dit kun je nog veel verder doorvoeren via nieuwe op te richten Europese investeringsfondsen." Die kunnen bijvoorbeeld pas uitkeren als landen hun begroting en staatsschuld op orde hebben.
Source: Nu.nl economisch