Home

Hij onderzoekt wat mensen gelukkig maakt. ‘Om de magie van het leven te ervaren, kun je niet terugschrikken voor uitdagingen’

Positieve, betekenisvolle relaties zijn cruciaal voor een goed leven. Ze beïnvloeden zelfs de fysieke gezondheid. Dat zegt klinisch psycholoog Marc Schulz. Samen met Robert Waldinger leidt hij het langstlopende wetenschappelijke onderzoek naar geluk.

Marc Schulz zegt redelijk verlegen te zijn, maar op straat gaat hij graag het gesprek aan met vreemden. ‘Mijn volwassen kinderen maken me er belachelijk om’, zegt hij via een videoverbinding vanuit zijn huis in Bryn Mawr, een plaatsje in Pennsylvania. ‘O nee, daar gaat pap weer, hoor ik ze dan zeggen. Maar ik doe het toch. Ik merk dat ik er gelukkig van word.’

Schulz, een klinisch psycholoog, verwijst naar een onderzoek uit 2014, waarbij treinreizigers in twee groepen werden verdeeld. De ene helft werd verplicht een vreemde aan te spreken. In de andere ging iedereen zijn eigen gang. Zij lazen de krant, keken op hun telefoon of luisterden muziek.

Over de auteur
Gijs Beukers is mediaverslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft vooral over televisie, podcasts en boeken.

‘Alle deelnemers, niet alleen de verlegen types, dachten dat vreemden niet geïnteresseerd in ze zouden zijn’, zegt Schulz. ‘Dat bleek wel het geval! Mensen die een praatje moesten aanknopen, waren na afloop van de rit gelukkiger.’

Schulz kent de kritiek: dit onderzoek is uitgevoerd onder Amerikanen, een volk dat in minder luidruchtige landen als babbelziek bekendstaat. ‘Maar we zien dit soort resultaten ook terug in andere culturen.’

Het treinexperiment staat beschreven in Het goede leven – Lessen van het langstlopende wetenschappelijke onderzoek naar geluk. Dat boek, geschreven door Schulz en zijn vriend en collega Robert Waldinger, is gebaseerd op de inzichten van de Harvard Study of Adult Development. In dat door Schulz en Waldinger geleide onderzoek staat de vraag centraal: wat maakt de mens gelukkig?

In 1938 besloten 724 mannen aan het onderzoek mee te doen. Tweederde van hen, vaak kinderen van kansarme migranten uit Europa, woonde in de binnenstad van Boston. De rest was tweedejaars aan de universiteit Harvard. Hun hele leven werkten zij mee aan hersenscans, bloedonderzoek en stonden ze haarmonsters af om de hoeveelheid stresshormonen te meten. Ook beantwoordden zij vragen over geluk.

Hoe representatief is een onderzoek onder witte, Amerikaanse mannen waarvan eenderde – onder wie de latere president John F. Kennedy – uitzonderlijk geprivilegieerd is? ‘Na verloop van tijd zijn er ook vrouwen en kinderen van deelnemers mee gaan doen, maar het is inderdaad geen buitengewoon diverse groep’, erkent Schulz. ‘Voor de balans hebben we daarom ook naar honderden andere studies gekeken. Mensen met een andere etnische achtergrond deden daaraan mee, vrouwen, mensen die zich noch man noch vrouw voelen.’

Schulz definieert een goed leven als een ingewikkeld leven, gevuld met geluk en betekenis, maar ook met verdriet en teleurstelling. ‘Om de magie van het leven te ervaren, kun je niet terugschrikken voor uitdagingen, voor betekenisvolle relaties, ook al kunnen die je kwetsen.’

Uit het onderzoek, zegt Schulz, blijkt één ding cruciaal bij het hebben van een goed leven: positieve, betekenisvolle relaties. ‘Dat kan iedereen zijn: geliefden, vrienden, familie, collega’s. Als je ze maar kunt bellen als je ’s nachts hulp nodig hebt.’

Tot verrassing van Schulz dragen die positieve relaties niet alleen bij aan geestelijk welzijn. ‘Langzaam maar zeker beginnen we beter te begrijpen hoe relaties onder onze huid kruipen, hoe ze ook onze fysieke gezondheid beïnvloeden’, zegt hij. En dat komt niet alleen doordat een vriend je op het hart drukt naar de hardloopvereniging of de huisarts te gaan.

‘Interessanter is dat er bewijs bestaat dat stress ons afweersysteem aantast’, zegt Schulz. Mantelzorgers deden er in een onderzoek negen dagen langer over om te genezen van een wondje dan mensen die dergelijke verantwoordelijkheden niet hadden. Ook eenzaamheid is gevaarlijk. Uit een analyse van 148 onderzoeken bleek dat het sterftecijfer van mensen met de minste sociale banden in een bepaald jaar tussen de 2,3 keer (voor mannen) en 2,8 keer (voor vrouwen) hoger ligt dan mensen met de meeste sociale contacten. ‘Dit zijn sterke verbanden, vergelijkbaar met die tussen rokers en niet-rokers’, zegt Schulz.

Voor een gezonde oude dag is het huwelijksgeluk van een vijftiger een betere indicator dan zijn cholesterolgehalte, bleek uit het Harvard-onderzoek. Dat huwelijksgeluk bekoelt vaak na de geboorte van een kind. ‘We zien dit doorgaans als de belangrijkste gebeurtenis in ons leven, maar de zorg voor een kind leidt ook tot slaapgebrek en stress’, zegt Schulz. ‘En verantwoordelijkheden nemen de plaats in van vriendschappen, waardoor we nog meer van onze partners gaan verlangen.’

Schulz plaatst een kanttekening. ‘Alleen focussen op huwelijksgeluk zou niet goed zijn. Door de geboorte van een kind groeien mensen op andere gebieden, hebben ze het idee dat ze een rijker leven leiden.’ En het huwelijksgeluk neemt weer toe als de kinderen uit huis gaan, de empty nest boost.

Schulz, opgegroeid in New York, is gespecialiseerd in de transitie naar het ouderschap. Hij studeerde klinische psychologie en raakte tijdens zijn masteropleiding betrokken bij longitudinale studies, studies die mensen over een lange periode volgen. Rond die tijd leerde hij Robert Waldinger kennen. Een jaar of twintig geleden kregen zij de leiding over het Harvard-onderzoek.

Er is bijna geen ander onderzoek dat het geluk van mensen hun leven lang bijhoudt, zegt Schulz. Door bij te houden wanneer een ontwikkeling in een leven plaatsvindt, kunnen de onderzoekers stellen dat er sprake is van een causaal verband tussen betekenisvolle relaties en geluk. Schulz: ‘Hoe weet je nu dat het niet andersom is? Dat je door gelukkig te zijn meer betekenisvolle relaties krijgt? Uit onze studie blijkt dat deelnemers eerst relaties kregen en daarna pas gelukkiger werden.’

In de jaren dertig gingen Harvard-medewerkers naar deelnemers toe om de omgang met hun kinderen te observeren. Zestig jaar later werd gekeken in hoeverre die kinderen in staat waren om relaties te onderhouden.

Dit is het gebied van de hechtingstheorie, in de jaren veertig en vijftig ontwikkeld door John Bowlby. Volgens de Britse psychiater hebben ‘veilig gehechte’ mensen liefdevolle ouders gehad die adequaat op emoties reageerden. Daardoor zouden zij stabiel zijn en erin slagen intieme relaties aan te gaan. ‘Angstig gehechte’ mensen zouden verlatingsangst ontwikkelen omdat hun ouders inconsequent reageerden op bijvoorbeeld huilbuien.

‘Ik denk dat de hechtingstheorie bruikbaar is, er is veel ondersteunend bewijs voor’, zegt Schulz. ‘Vroege ervaringen scheppen verwachtingen van toekomstige relaties. Uit ons onderzoek bleek dat iemand met een gelukkige, liefdevolle jeugd zestig jaar later beter in staat was om relaties te onderhouden. Ongelooflijk toch, dat zoiets zo lang invloed heeft?’

De invloed van de hechtingstheorie is zo groot dat sommige mensen met een traumatische jeugd denken gedoemd te zijn tot een ongelukkig leven. Dat is onterecht, zegt Schulz, er is hoop. ‘Ten eerste zijn mensen vaak niet óf veilig óf angstig gehecht, maar bevinden ze zich op een spectrum. Ten tweede zou je het leven een langdurige gelegenheid voor corrigerende ervaringen kunnen noemen. Als ik als kind liefdeloze ouders heb gehad maar als twintiger liefdevolle vrienden maak, veranderen mijn verwachtingen van relaties.’

Begrijpen wat de ander bezighoudt is belangrijk in een relatie. Dat is een open deur. Wel opvallend is dat aantonen dat je je best doet om empathisch over te komen nog belangrijker is dan werkelijk begrip voor de ander. Schulz: ‘Mensen waarderen het enorm als je ze vraagt om iets uit te leggen, waarom iets belangrijk voor ze is. Ze hebben er een hekel aan als ze de indruk krijgen dat je niet echt luistert, bijvoorbeeld doordat je op je telefoon zit.’

Dankzij schermen zijn we constant afgeleid, zelfs tijdens een gesprek, zegt Schulz. Schrijver Linda Stone muntte de term ‘voortdurende gedeeltelijke aandacht’. Schulz: ‘Volgens sommige onderzoeken kijken Amerikanen elf uur per dag naar een scherm. We doen het op de wc, maar ook in gezelschap. Het wordt daardoor steeds moeilijker een echt gesprek te voeren.’

De smartphone wordt verantwoordelijk gehouden voor een ‘eenzaamheidspandemie’ onder jongeren in de Verenigde Staten. Uit onderzoek van de Amerikaanse psycholoog Jean Twenge, die in het blad The Atlantic een geruchtmakend stuk schreef met de kop Have Smartphones Destroyed a Generation?, bleek dat het aantal jongeren dat kampte met depressie sterk steeg na 2012 – vijf jaar na de introductie van de iPhone.

Schulz nuanceert de rol van de smartphone. ‘Andere factoren speelden in die tijd ook een rol. De economische crisis was net achter de rug. Toen ik opgroeide, hoorde ik dat ik een beter leven ging krijgen dan mijn Source: Volkskrant

Previous

Next