Aan schrijven komt Zeynep Oral nauwelijks meer toe. Twee dagen voor het gesprek is ze herkozen als voorzitter van de Turkse afdeling van de schrijversorganisatie PEN International, een functie die ze ook de voorgaande jaren bekleedde. In die hoedanigheid staat ze Turkse schrijvers bij die problemen hebben met justitie, en dat zijn er nogal wat.
Ook voor hen, zeker voor hen, is het uiterst belangrijk wie zondag de verkiezingen in Turkije gaat winnen. Onder president Recep Tayyip Erdogan is de ruimte voor het vrije woord steeds verder afgekalfd. Van diens tegenkandidaat Kemal Kiliçdaroglu mag worden verwacht dat hij de rechtsstaat nieuw leven zal inblazen. Wint Erdogan, dan zal het klimaat juist guurder worden. De toekomst van de vrijheid van meningsuiting staat op het spel.
Zeynep Oral is een energieke vrouw die er veel jonger uitziet dan de 77 jaar die zij telt. Uit eigen lange ervaring weet zij dat Turkije een al even lange traditie heeft van censuur op boeken, een die ruimschoots voorafgaat aan de regeerperiode van Erdogan en zijn AK-partij. Ook de kemalisten hadden er een handje van.
En elke keer als er weer eens een militaire coup was gepleegd, werden daarna boeken verboden. Een van haar toneelstukken, Adsız oyun (‘Spel zonder naam’), trof dat lot. In de jaren tachtig hadden de machthebbers het vooral gemunt op het linkse gedachtengoed. Het werk van Nazim Hikmet, communist en Turkijes grootste dichter, was jarenlang niet verkrijgbaar. Bertold Brecht stond op de zwarte lijst. Verder was het ‘schenden van de goede zeden’ een constante in de censuur. Ook Henry Miller kwam in de jaren tachtig op de zwarte lijst met zijn seksueel expliciete Tropic of Cancer.
Toch is de huidige periode de ergste, vindt Oral. ‘Er gebeuren verschrikkelijke dingen. Turkije is het land met de meeste schrijvers en journalisten in de gevangenis. In plaats van zelf te schrijven, moeten wij als PEN-auteurs rechtszaken volgen. Soms zijn er wel tien of twaalf zaken tegen PEN-leden op één dag.
‘Het is erger en erger geworden, de dictatuur. Ik heb drie militaire staatsgrepen meegemaakt en twee couppogingen. Maar ik heb nooit zoiets gezien als dit, ook niet na de hardvochtigste staatsgreep, die van 1980. Toen kende je de regels, ze hadden een logica. Je wist wat je wel en niet kon doen. We wisten tussen de regels door te schrijven, dingen te zeggen zonder in gevaar te komen.
‘Nu bestaat zoiets niet. Nu zijn er geen regels. Iedereen kan elk moment worden opgepakt. Iemand hoeft je naam maar te noemen. De president heeft het openlijk gezegd: geef je buren aan. Als ik wil dat jij wordt gearresteerd, kan ik dat binnen tien minuten regelen. Een liedje kan door honderd mensen worden gezongen, een gedicht kan door honderd mensen worden voorgedragen. Maar dan wordt één persoon er uitgepikt, zonder dat duidelijk is waarom. Je kunt in Izmir iets zeggen, maar hetzelfde niet in Diyarbakir. Het is allemaal willekeur.’
Iets dergelijks gebeurde met een dichtregel van de 12de-eeuwse wiskundige en schrijver Ömer Hayyam. ‘Waarom zoek je de hemel en de hel in een andere wereld?’ Met andere woorden: de hel is hier. ‘Honderdduizend mensen hebben dat geretweet op Twitter. Maar alleen pianist en componist Fazil Say, een fenomeen in Turkije, werd aangeklaagd. Waarom hij? Waarom niet al die duizenden anderen? Omdat hij een uitgesproken tegenstander van de regering is.’
‘Belachelijk’ noemt ze het aantal veroordelingen op grond van het wettelijke verbod op het ‘beledigen van de president van de republiek’. Onder Erdogan is dat opgelopen tot zo’n vierduizend per jaar. ‘En hij mag alles zeggen. Hij mag schelden. Erdogan noemde de vrouwen van de massale Gezi-protesten in 2013 sürtük, sletten. Toen zeiden wij: dat klopt, wij zijn sletten. Het werd een geuzennaam.’
Een zaak die PEN Turkije hoog opneemt, is die van socioloog en schrijver Pinar Selek. Zij werd gearresteerd na een explosie in 1998 (nog voor het Erdogan-tijdperk) in de Kruidenbazaar van Istanbul, die aan zeven mensen het leven kostte. Viermaal, voor het laatst in 2014, werd zij vrijgesproken. Getuigen hebben verklaard dat een gaslek de oorzaak van de explosie was. Toch heeft de aanklager, die levenslang eist, opnieuw beroep aangetekend.
Het vermoeden bestaat dat de autoriteiten op Selek jagen vanwege haar werk voor de rechten van de Koerdische minderheid in Turkije en haar publicaties over de Koerdische kwestie. Haar vrijspraak is door het Hooggerechtshof ongeldig verklaard, de (vierde) beroepszaak is dit voorjaar geopend. Selek verblijft in Frankrijk en heeft het Franse staatsburgerschap verkregen.
Ook tegen PEN zelf loopt een rechtszaak. Oral: ‘Elke keer als er een boek wordt verboden, geven wij een verklaring uit. In een van die verklaringen stelden we dat we ons schaamden voor deze ‘fascistische daden’. Daar zijn we voor aangeklaagd.’
Opmerkelijk genoeg ontbreekt één categorie in de reeks verschijningsvormen die worden getroffen door censuur of juridische dwang: literaire fictie. Romans ontsnappen aan de heksenjacht op dissidente geluiden. Turkse fictie – ook maatschappijkritische – is vrijelijk te koop in de boekwinkel. Als auteurs worden vervolgd, is dat vanwege non-fictiewerk, opiniestukken, uitspraken op sociale media of aanklachten zoals die tegen Pinar Selek. Vaak gaat het om journalisten die ook romans hebben geschreven.
Niet duidelijk is waarom romans buiten schot blijven. Mogelijk heeft het te maken met het internationale aanzien van romanciers. Mogelijk ook is de literatuur een te kleine niche om echt bedreigend te kunnen zijn. ‘Weinig mensen in Turkije lezen boeken’, zegt Oral. ‘Daarom zijn de autoriteiten er niet zo bang voor.’
Ze zegt het, gezeten in de ruime woonkamer van haar appartement in Ortaköy, een wijk in het Europese deel van Istanbul. Aan een muur in de zithoek hangt het geschilderde portret van een jonge vrouw die erg doet denken aan Joan Baez, uit de tijd dat zij nog met Bob Dylan protestliederen zong. ‘Klopt’, zegt Oral. ‘Het is een zelfportret. Joan is een goede vriendin van me. Ze logeert hier af en toe.’
Naast het zelfportret van Baez hangt het ook door haar geschilderde portret van Orals in 2021 overleden echtgenoot Achmet. Een man met een grijze baard, een serene blik en een pet schuin op het hoofd. ‘Ahmedim’ staat erop, ‘Mijn Ahmet’. Het paar heeft twee zoons.
Het kamerbrede raam geeft het als altijd magistrale uitzicht op de Bosporus prijs, met aan de overkant de Aziatische oever. Blikvanger daar is de voormalige militaire academie Kuleli, nu een museum. Iets naar rechts, niet ver van Orals woning, is de 15 Juli Martelarenbrug te zien, zoals de 1.510 meter lange hangbrug officieel heet (veel inwoners van de stad gebruiken nog de oude naam, Bosporusbrug).
Op die vrijdag hartje zomer, zeven jaar geleden, deden enkele legeronderdelen een nogal amateuristische poging tot een staatsgreep, waarschijnlijk in samenwerking met leden van de beweging van prediker Fethullah Gülen, die naar de VS is uitgeweken. De couppoging mislukte, doordat de politie en andere eenheden van de strijdkrachten zich verzetten.
Ook burgers gingen, na een oproep daartoe van president Recep Tayyip Erdogan, de straat op om de putsch in de kiem te smoren. Met blote handen trokken zij op naar de soldaten die bezit hadden genomen van de Bosporusbrug, een van de meest strategische punten van de metropool. De volgende ochtend al gaven de coupplegers zich over.
De confrontatie op de brug kostte enkele burgers het leven, in heel Turkije kwamen ruim driehonderd mensen om. Deze ‘martelaren’ worden herdacht in de nieuwe naam van de brug, die door de regering tot symbool is gemaakt van de moed waarmee Turkse burgers de aanval op de democratie pareerden.
Bij Oral roept de brug gemengde gevoelens op. Vanzelfsprekend is ze geen liefhebber van staatsgrepen, maar ook ná 15 juli 2016 kreeg de democratie in Turkije het zwaar te verduren. Erdogan greep de mislukte staatsgreep aan om het overheidsapparaat te zuiveren; niet alleen van Gülen-aanhangers, ook anderen die niet in de pas liepen werden ontslagen en veelal vervolgd.
Ook het door Oral en PEN International gekoesterde vrije woord kwam zwaar in de verdrukking. De media werden met juridische en financiële machinaties nog meer onder controle gebracht dan al het geval was, tegen journalisten werden de onwaarschijnlijkste aanklachten ingediend, meestal wegens ‘steun aan een terroristische organisatie’. Tientallen journalisten zitten gevangen; onder hen ook mensen die als auteur lid zijn van PEN.
‘Neem de nieuwe wet op de censuur’, zegt Oral. ‘Verschrikkelijk! Voor elk stukje zogenaamde desinformatie kunnen ze je aanklagen.’ De ‘censuurwet’, zoals tegenstanders haar noemen, werd in oktober door het Turkse parlement aangenomen. Het strafbaar stellen van ‘desinformatie’, zoals de regering het noemt, zal vooral gevolgen hebben voor nieuwssites en sociale media. Die glipten tot nu vaak door de mazen van de wet.
Het meest controversiële onderdeel van de wet, artikel 29, zet een gevangenisstraf van maximaal drie jaar op het verspreiden van berichten ‘in strijd met de waarheid’ over Turkijes binnenlandse en internationale veiligheid, de openbare orde en de volksgezondheid die ‘zorgen, angst en paniek’ onder de bevolking kunnen veroorzaken. Amnesty International sprak in oktober van ‘opnieuw een sombere dag voor de vrijheid van meningsuiting en de persvrijheid in Turkije’.
Verontwaardigd is Oral ook over de manier waarop studenten en docenten van de Bos Source: Volkskrant