Home

Vliegschaamte zal nooit echt een ding worden, zolang treinvrees de overhand heeft, denkt Thomas

Wie wil vliegen hoeft alleen online een bestemming in te vullen, om een keurig lijstje keuzes te krijgen: tijd, prijs, beenruimte, vliegtuigkleur, nootjeskwaliteit – zeg het maar.
Wie de trein wil nemen, zakt er maar in.

Ik wilde met het gezin treinen naar Rome – niet echt een exotische, obscure bestemming. Het leek echter alsof ik een lift zocht naar Kabul, zo moeilijk bleek het. Ik vond niet één site waar de hardwerkende Nederlander gewoon kon zeggen: maandag naar Rome, vier treinkaartjes graag. Ongetwijfeld zijn er handige planners, forums met ervaren reizigers, noem maar op, maar onder mijn niet geheel onervaren Google-vingers dook het niet op. Na enig zoeken bleek Google Maps de enige die me überhaupt een route aanbood: Parijs-Lyon-Milaan-Rome. Ongetwijfeld roept nu ergens een lezer vergeefs dat je véél beter over Oostenrijk kunt, of dat je dinsdag moet reizen omdat het véél goedkoper is, maar dat is nu precies mijn punt: dat de teleurgestelde burger niet gewoon op één plek een bestemming kan aanklikken, en drie klikken later de kaartjes in zijn inbox heeft. De Europese Commissie zal hier ongetwijfeld hard aan werken, maar voorlopig schrikken de lange reistijd en hoge prijzen (reken twee keer zo duur) de meesten af. Vliegschaamte zal nooit echt een ding worden, zolang treinvrees de overhand heeft.

Terwijl het spoor zó veel prettiger reist dan de lucht, natuurlijk. We hoefden niet door de Hel van Schiphol, we hoefden niet opeengepakt te wachten op een uitgesteld opstijgen. In de trein hadden we de hele tijd normaal bereik op alle apparaten, een uitzicht dat met elk uur mooier werd en bovenal een tafeltje waar we met ons viertjes omheen konden zitten, waarop boeken lagen, laptops, speelkaarten, plus koffie en broodjes uit de restauratiewagon waar ik op een vriendelijke bediening mijn Frans en Italiaans kon warmdraaien.

De overstaps bleken nog wel een uitdaging. Van Parijs is het bekend. Daar kunnen ze zich niet voorstellen dat het niet je eindbestemming is. Je moet dwars door de stad van het ene naar het andere station. Normaal zou ik dan de taxi nemen want dan krijg je toch nog een stukje stad mee, maar met de prijzen van de treintickets in mijn achterhoofd stond ik erop ditmaal toch de aanzienlijk goedkopere metro te nemen. Een heel gedoe met twee kinderen en vier rolkoffers.

Een werkende ticketautomaat was nog even zoeken, en ook het juiste perron diende zich niet vanzelf aan. En hier begon zich een verontrustend patroon af te tekenen dat zich de hele reis zou herhalen: onze oudste zoon begon ons te betuttelen. Hierheen papa, nee mama daar is niets, even opschieten nou jongens anders komen we te laat. Op vrij directieve wijze stuurde hij ons de metro door, hielp hij ons met onwillige kaartautomaten, gidste hij ons naar de juiste uitgang naar Gare de Lyon, en trok hij ons door de krankzinnige mensenmassa op dat station heen, terwijl wij aldoor om ons heen aan het pruttelen waren van: maar welk perron dan? Hoe weet je dat? Weet je zeker dat je goed gaat? Stoïcijns leidde hij ons, verwarde oudjes, de hele weg naar onze zitplaatsen. Eenmaal gezeten in de (Italiaanse) trein naar Lyon keken mijn vrouw en ik elkaar geschrokken aan: dit was het moment geweest waarop wij een last waren geworden voor hém, in plaats van andersom.

Source: Volkskrant

Previous

Next