Elke vrijdag geniet Willem van Hanegem van het gras in de Kuip. Zonder wedstrijd. Gewoon, de stilte inhaleren, kijken hoe de schaduw schuift over het veld. Het geluid van de wind horen. Hij hoeft niet per se naar wedstrijden. Die kan hij ook op tv zien.
Op vrijdag neemt hij een podcast op, met journalist Wessel Penning, vanuit een box in het stadion. ‘Dan kijk ik zo op het veld. Dat is het mooiste wat er is. Dat klinkt gek, maar dat is gewoon zo. Er gebeurt niets, maar dat geeft niet. Gewoon, alleen dat stadion.’
Van Hanegem, de Kromme, is een van de iconen van Feyenoord, als vroegere middenvelder met magie in het linkerbeen. Een sterke persoonlijkheid en de ideale mix van kwaliteiten. Inzicht, kop- en schotkracht, tactisch en technisch vermogen, hardheid ook. Hij is bijna 80 jaar en hij volgt Feyenoord nog steeds op de voet. Hij treft generatiegenoot Rinus Israël nog geregeld, net als Lex Schoenmaker en Peter Brunings, een voormalige doelman, meestal reserve destijds. ‘Hij had altijd pech. Als hij een keer mocht meedoen, had niemand zin.’
Over de auteur
Willem Vissers is ruim 25 jaar voetbalverslaggever voor de Volkskrant. Hij versloeg acht WK’s. In 2022 is hij uitgeroepen tot sportjournalist van het jaar.
Hoe groot Van Hanegem is, daarover verbaast hij zichzelf ook soms. Talloze wat oudere supporters gingen van Feyenoord houden vanwege hem. Hij was onlangs in Rijswijk, met journalist Eddy van der Ley, tijdens een theatertour. ‘Daar zaten vierhonderd mensen. Dan mogen ze op het podium komen en een praatje maken, met een foto. Een heleboel mensen gaan dan huilen. Daar begrijp ik helemaal niets van. En daar zitten ook Hagenaars bij.’
Van Hanegem ís Feyenoord, ook omdat hij het sentiment verwoordt, onder meer in zijn column in het AD, soms chagrijnig, de andere keer cynisch, maar ook doorspekt met clubliefde, met kritisch vermogen en humor. Feyenoord tekent zijn leven. ‘Mijn eerste contract, in 1968, voor 25 duizend gulden. Per jaar. Niemand had er verstand van, van onderhandelen. De broer van Truus (zijn toenmalige echtgenote) ging mee. Henk. Die had een stukadoorsbedrijf. Maar Israël verdiende al 70 duizend, hoorde ik. Ik heb dat nooit erg gevonden.’
Het leven is zo veranderd. Nu zitten overal zaakwaarnemers bij jeugdwedstrijden om een talent van 15 jaar te paaien met een contract. Desondanks blijft het voetbal trekken, al zijn daar ook teleurstellingen. Van Hanegem ging onlangs alvast slapen, kort voor de verlenging van AS Roma - Feyenoord in de Europa League. Hij had het gevoel dat het niet meer goedkwam na de 2-1 van Paulo Dybala. Roma won met 4-1.
Hij gaat meestal vroeg naar bed, trouwens. En om vijf over vijf in de ochtend is hij wakker. Altijd tjilpen er vogeltjes op de vensterbank. Hij maakt het ontbijt klaar. ‘Ik zet water op voor de eitjes.’ Een gezond ontbijt, met noten en sap, ook voor echtgenote Marianna, die graag fietst, rent of loopt. ‘We fietsen soms samen het Kopje van Bloemendaal op. Dan is zij al aan de andere kant terug en kom ik eraan. En ik trap me de beroerte.’
Hoe oud ze is, dat weet hij niet precies. ‘Heb ik nooit geweten. Ik weet dat Willem (een zoon) jarig is op de dag dat Nederland Europees kampioen werd in 1988, op 25 juni. Ik weet niet precies hoe oud Boy (zoon) is of Alies. Gert (zoon) en Truus, weet ik ook niet.’
‘Ik ga 80 worden.’
Aan de ronde tafel bij golfclub Houtrak bij Halfweg (Noord-Holland) krijgt hij een fles wijn aangeboden, omdat hij een werknemer en haar zoon een fijne avond bezorgde bij Feyenoord. Het is gezellig, met een groot stuk dampende appeltaart met slagroom, een hele maaltijd bijna, met makkelijk te onthouden namen aan tafel: twee mannen heten Kees, van wie eentje Jansma van achteren, en drie Willem.
Het gesprek gaat over Wesley Sneijder, Mo Ihattaren, over de hele familie Van Marwijk/Van Bommel op de tribune bij talent Ruben van Bommel, de jongste zoon van trainer Mark. ‘Ik ben bij Mark geweest in Antwerpen. Hij is ook eens bij mij geweest, maar hij wist alleen niet dat het zo ver rijden was. 230 kilometer, vanaf Meerssen. Hij is gewoon een hele aardige gozert.’
Dan is daar de brede maatschappelijke discussie over profs die zich moeten gedragen om de haat niet te laten overslaan naar de tribunes. ‘Ik rijd zondagochtend op de fiets even naar de voetbal- en honkbalvelden. Ouders schreeuwen tegen zulke kindjes.’
Dat aanstellerige gedrag in de voetballerij vindt hij vreselijk. ‘Toen ik trainer was bij AZ, en dat kun je navragen, kreeg iemand die een schwalbe maakte 500 gulden boete. Een ander erin luizen, dat is het meest verschrikkelijke. Maar als je een biertje gooit, leggen ze de wedstrijd stil.’
Hij praat over Messi en Maradona, waarbij Van Hanegem toch voor Maradona kiest. ‘Aan hem zat ook een randje.’ Maar vooral Feyenoord komt voorbij in anekdotiek en analyse. De club zit verankerd in zijn hart. Het publiek, de kampioenen, de voormalige ploeggenoten. ‘Rinus (Israël) is geweldig. Rijsbergen ook. Die gaat veel naar musea. Wij noemden hem altijd Waterlander. Een of twee keer in de week ging hij huilen. Dan waren we aan het trainen en zaten we op zijn flikker. En dan ging hij in de kleedkamer huilen, omdat we hem zo achterna zaten. Maar dat was belangrijk voor zijn ontwikkeling, toch? Hij werd een geweldige centrale verdediger. Dat deden we in zijn belang, niet omdat wij dat leuk vonden.’
Nu is een speler na één jaar weg en is de hiërarchie in de kleedkamer soms verdwenen. ‘Lex Schoenmaker ging naar Truus om uit te huilen. Dan zei Truus: neem een stuk hout, sla ze op hun flikker. Als je ze nu tegenkomt, zeggen ze: toen vond ik het erg, maar het heeft ons wel geholpen. Frank Arnesen vertelde pas nog over zijn tijd bij Ajax. Ik zat bij AZ. En Sören Lerby was de man bij Ajax. Toen heeft hij zo gelachen, Frank, omdat Lerby opeens op de grond lag. Hij liep net tegen de verkeerde aan. Met Johan Neeskens gebeurde dat ook. Geweldige jongen. Hij kwam toen ik aan mijn keel was geopereerd naar het ziekenhuis, met een zak pindarotsjes.’
Tijden zijn veranderd. Arne Slot is de grote trainer, Feyenoord is bijna kampioen. Maar Van Hanegem blijft kritisch. ‘Ik zit soms te kijken met Boy en dan vraagt hij waarom ik zo kritisch ben. Dan zeg ik: Boy, weet je wat het probleem is? De rest is zo slecht. De onderste ploegen van de eredivisie, nou ja, tot plek vijf of zo, dat is echt niet om aan te gluren. Het verbaast me niet dat ik tegenwoordig soms ga slapen.’
‘Jaja, maar je denkt toch niet dat ik dement ben. Ik wist dat ze gingen verliezen tegen Roma, na die 2-1. Dan ga ik slapen. Kijk, en dat doet dan zeer. De buitenspelers hebben wedstrijden lang droevig gespeeld. Die kleine Braziliaan, Paixao, zou ik altijd opstellen. Dat begrijp ik niet.’
‘Kökcü laat zien dat hij tegenwoordig gas kan geven. Daarvoor was het een beetje: ik speel Wimpie aan en Wimpie moet de bal maar weer aan mij geven. Nu zie je hem ballen geven, de diepte in, werken.’
‘Ja, thuis in zijn kamer misschien. De belangrijkste spelers zijn Trauner en Hancko, de centrale verdedigers. Geertruida is niet zo goed als iedereen roept. Ik zweer het je. Hoe vaak hij de bal aanneemt en dat-ie onder zijn schoen door rolt. Vaak staat hij aan de verkeerde kant te dekken.’
‘Jaja. In de finale van vorig jaar, AS Roma - Feyenoord? Wat deed de trainer toen? Hij ging heel behoudend spelen.’
‘Nee, Slot. Mourinho ging aanvallen. Slot pas na de rust, toen ze achterstonden. En ik werd ook moe van Advocaat (de trainer voordat Slot kwam, red.). We weten allemaal dat hij een trainer is die speelt om niet te verliezen. Hij was een keer 22 wedstrijden ongeslagen. Dan denk ik: waarom ga je niet eens wat meer vooruit spelen. Dan had hij misschien ook nog eens kampioen kunnen worden. Maar hij speelt schijtluizenvoetbal. Iedereen was dat zat. De spelers vooral. En Advocaat gaf die engerd, Berghuis, alle privileges.
‘Dan komt er een trainer die anders gaat spelen, veel aantrekkelijker. Veel leuker voor ons. En dan is opeens niemand beter dan Slot. Schreuder, die trainer van Ajax was in het begin van het seizoen, was toch ook beter dan Ten Hag? Schreuder was de man bij Ajax. Dat hebben we gezien. Het kan ook zijn dat die gozert die ook bij het Nederlands elftal zit, Sipke Hulshoff, dat hij de man is bij Feyenoord. Tegenwoordig heb je haast een hele bus vol imbecielen op de bank met een laptop. Drie van die mafkezen. Waarom schrijven jullie dat niet op? Dat er nog twee of drie minuten zijn, een speler wil er graag in, en dan krijgt hij nog hele verhalen van een man met een bord naast hem? Dat is toch erg.’
‘Ik denk niet aan toen. Echt niet. Ik vind het geweldig dat ze kampioen zijn, voor de mensen vooral, de supporters. Zij zijn het mooist. Feyenoord is niet de beste club, maar wel de mooiste club. Door de mensen, al zitten daar dan ook een hoop imbecielen tussen. Mijn kinderen, mijn kleinkinderen, ze hebben een seizoenkaart.’
‘Ik heb niet het idee dat het helpt, al dat geschreeuw. Ik vind dat spelers het zelf moeten oplossen. Je kunt alleen dingetjes zeggen. Maar wat heeft het voor zin als jij een fout maakt en ik ga lopen schreeuwen tegen jou. Dat heeft echt geen zin. Laat de spelers samen plezier hebben in wat ze aan het doen zijn. Dat is het belangrijkste.’
Van Hanegem gaat zo naar huis. Hij zegt: ‘Weet je wat verstandig was? Dat de nieuwe directeur van Feyenoord, Te Kloese, meteen zei: cancel, nu, dat nieuwe stadion. De Kuip is mooi genoeg.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaats Source: Volkskrant