Home

De late maar niet te missen doorbraak van comedian Bridget Everett: ‘Ik ben een verlegen persoon’

Het heeft even geduurd voor de Amerikaanse comedian Bridget Everett, maar via het alternatieve New Yorkse cabaretwereldje bereikte ze op 49-jarige leeftijd toch haar doorbraak naar een groot publiek met de behoorlijk biografische serie Somebody Somewhere. Ze gidst ons deze week langs haar favorieten.

Wat te doen als je al jaren aanmoddert als artiest, en de kleine clubs maar niet ontstijgt? Als je de 40 bent gepasseerd, en nog steeds moet bijbeunen in de horeca? Wordt het dan niet tijd om je dromen over sterrendom aan de wilgen te hangen, en je te laten omscholen tot, zeg, leraar Engels? ‘Welnee’, zegt cabaretier Bridget Everett (51) via een Zoomverbinding vanuit haar appartement in New York, haar hondje Lulu blaft op de achtergrond. ‘Mensen gaven mij soms ongevraagd advies: stop er toch mee. Maar dan zei ik: nee! Zingen en optreden is het enige waar ik goed in ben, en de enige manier waarop ik mezelf kan zijn.’

Ruim twintig jaar deed Everett erover, om te komen waar ze nu is. Ze was coverzangeres, stand-upper in kleine clubs, scoorde soms een piepklein rolletje. Zoals in Sex in the City, de film uit 2008, waarin ze één minuut schittert als een vrouw die dronken komt solliciteren. En al die tijd was Everett serveerster, om de huur te kunnen betalen.

Onze gids dit weekeinde is een rubriek in Volkskrant Magazine waarin een bekend persoon (op velerlei terreinen) uit binnen- of buitenland ons gidst langs zijn of haar favorieten.

Maar in het alternatieve cabaretwereldje van New York bouwde Everett gestaag een naam op als extravagante, grofgebekte performer, een soort Bette Midler uit haar begindagen, maar dan groter en luider. Als zij en haar band The Tender Moments steeds vaker worden geboekt in het kleine, maar belangrijke New Yorkse theater Joe’s Pub, neemt haar carrière een vlucht. De shows die ze geeft, zijn wild: Everett draagt zelden een beha, zingt graag over haar borsten en over de genitaliën van haar familieleden, gaat op de gezichten van haar toeschouwers zitten, of begraaft ze diep in haar riante decolleté. ‘Op het podium ben ik een orkaan, hyperseksueel en intens’, zegt Everett. ‘Ik dacht altijd: als ik mezelf maar heel groot maak, dan kunnen mensen niet om me heen.’

En dan gebeurt in 2022 het ongelooflijke: Bridget Everett breekt op 49-jarige leeftijd alsnog door bij het grote publiek, met een serie over, nou ja, zichzelf: de bewierookte HBO-productie Somebody Somewhere.

Daarin speelt ze de rol van Sam, een alleenstaande vrouw in een midlifecrisis, die terugkeert naar het platteland van haar jeugd. In Manhattan, Kansas (‘The little apple’), rouwt Sam om haar pas overleden zusje Holly, en ligt ze in de clinch met haar oudere, pittig-christelijke zus Tricia. Ze heeft een geestdodende kantoorbaan en lijkt ontheemd in haar eigen leven. Maar dan raakt ze bevriend met haar zachtaardige collega Joel. Die blijkt geheime variété-avonden te organiseren in een verlaten uithoekje van het winkelcentrum. Sam komt kijken, vindt op het podium haar stem terug, en begint een ontroerende reis naar zingeving, naar thuiskomen op middelbare leeftijd.

Somebody Somewhere werd alom lovend ontvangen. ‘Een warme, eerlijke, en verrassend prachtige tv-comedy’, oordeelt The Guardian. Over het tweede seizoen, dat vorige maand uitkwam, schrijft de Amerikaanse nieuwswebsite The Daily Beast: ‘Een liefdevol inkijkje in het alledaagse bestaan, met personages die je hart keer op keer zullen breken’.

Everett steelt vooral de show, en de harten, met haar ingetogen, onweerstaanbaar natuurlijke spel. Maar ook de andere castleden zijn een feest om naar te kijken; een bont gezelschap van onbekende en oudere acteurs, veelal vrienden van Everett, die qua uiterlijk afwijken van de Hollywoodnorm. Acteur Jeff Hiller, die Joel speelt, zei daarover in The New York Times: ‘Ik heb nooit eerder zo’n serie gezien. Je hoeft niet knap of perfect te zijn, je kunt imperfect zijn, queer en raar en veel te groot.’

En ja, Somebody Somewhere is deels autobiografisch. Everett groeide net als Sam op in Manhattan, Kansas, en verloor ook een zus aan kanker. Everetts familiebanden zijn, net als in de serie, zowel hecht als ambigu. ‘Sam worstelt net als ik met haar eigenwaarde, en vindt houvast in zingen’, zegt Everett. ‘Maar er is een verschil: Sam is veel dapperder. Ik heb in mijn privéleven nogal vastgeroeste patronen. Vaak ben ik alleen thuis, met mijn hond, ik staar graag naar de muren van mijn appartement. Ik vind communiceren met anderen gewoon lastig. Sam gaat nieuwe relaties aan, ze is bereid risico’s te nemen om zo te groeien als mens. Petje af voor Sam, ze is gewoon een betere vrouw dan ik.’

‘Larry is naast een geweldige beeldend kunstenaar ook mijn kostuumontwerper. In mijn begindagen was er nog niet zoveel body positivity, veel mensen maakten me belachelijk, ze riepen dat ik dik was. Er was ook weinig te kiezen voor grote vrouwen, misschien een satijnen jasje van een grotematenmerk, wilder werd het niet. Maar toen ontmoette ik Larry, en ging er een heel nieuwe wereld voor me open. Larry houdt echt van mijn lichaam, hij kan mijn vormen vieren als geen ander. Voor hem hoef ik niets te verbergen. Ik kan me nog een van de eerste jurken herinneren die hij voor mij maakte, dat decolleté liep zo’n beetje tot mijn kruis. Larry ontwierp speciaal voor mij doorschijnende jurken, chiffon pakken met lovertjes en veren. Hij moedigde me zo aan om nog meer mezelf te zijn op het podium. Zijn kostuums vormen geen schild, ze geven me vleugels.’

‘Als je mij tien jaar geleden had gevraagd of ik een hondje wilde dat in mijn tas past, had ik gezegd: absoluut niet. Maar op een gegeven moment begon ik me eenzaam te voelen, ik scrolde steeds vaker op Petfinder (een Amerikaanse dierenadoptiesite, red.), aanvankelijk op zoek naar een kat. Maar toen dacht ik: hoe moet ik dat doen met al dat reizen? Dus toen werd het Poppy, een kleine dwergkees die ik overal mee naartoe kon nemen. Poppy was pure perfectie, zo makkelijk en zachtaardig. Helaas is ze overleden tijdens de opnamen van het eerste seizoen. Ik heb heel sterk het gevoel dat ik zonder haar de serie niet had kunnen maken, door Poppy wist ik me open te stellen naar anderen. Nu heb ik een nieuwe hond, Lulu, echt een krankzinnig hondje, ik kom net van de dierenarts en ze heeft zich daar gedragen als een maniak. Mijn hondjes hebben beide een traumatische achtergrond; ik hou van gebroken schoonheid, van hondjes met een tragisch verleden en een gouden hart.’

‘Tijdens de pandemie werd ik ontzettend verliefd op funk en soul uit de jaren zeventig. Ik was op Spotify op zoek naar obscure disco en soul, en toen stuitte ik op het hele oeuvre van The Three Degrees. Ze hebben natuurlijk grote hits gehad als Dirty old man en When will i see you again, maar het waren vooral hun minder bekende nummers waardoor ik zo’n fan werd. Ik ben idolaat van hun stemmen, en hun samenzang gaf me een gevoel van kracht, geluk en beweging in een verder heel stille tijd. The Three Degrees, en uit diezelfde periode The Jones Girls, hebben me echt door de coronatijd gesleept.’

‘Ook iets waarmee ik ben begonnen in de pandemie: eetbare cannabis in de vorm van gummybeertjes of andere snoepjes. Die dingen zijn ideaal, en nu zijn ze ook nog eens legaal in New York. Toen ik jong was, ging het vaak mis als ik joints rookte, ik ging altijd te hard, ik rookte dan de hele joint op en raakte in een catatone toestand. Maar met edibles kan ik veel beter doseren, en moet ik zo vreselijk lachen. Dat is toch meer de bedoeling. Laatst kwam Murray (Hill, komiek en drag king die Fred Rococo speelt in Somebody Somewhere, red.) langs, we hebben de hele nacht het gezelschapsspel Mexican train dominoes gespeeld, ik had het gevoel dat ik handdoeken op de bank moest leggen, zo erg deden we het in ons broek. Dat is wel een ding hoor, die slappe bekkenbodem als je ouder wordt. Maar het is ook het leukste dat er is, zo hard lachen.’

‘Ik ben lange tijd als een soort kleuter door het leven gegaan, maar de laatste tijd voel ik me af en toe echt een volwassen vrouw. Dat gevoel krijg ik als ik mijn rekeningen betaal, en als ik martini en oesters bestel tijdens een happy hour. Een van mijn goede vrienden is leraar, hij heeft momenteel vakantie en nu beginnen we al om 3 uur ’s middags. Dat voelt ergens als een illegale activiteit, aan de andere kant: waarom ook niet? Martini en oesters vormen een bevredigend ritueel; ik hou niet eens zo van oesters, maar de sensatie van het ijskoude drankje, en dan zo’n eveneens ijskoude oester die ik even op mijn tong laat liggen, en die dan door mijn keel glijdt, heerlijk!’

‘Er is een fragment uit de documentaire Let the Good Times Roll (een concertfilm uit begin jaren zeventig, red.) waarin je Little Richard ziet terwijl hij zich eerst oppompt voor een optreden, en vervolgens de zaal helemaal platspeelt. Die zeventien minuten uit deze documentaire hebben mij veranderd als artiest. Little Richard geeft alles van zichzelf aan het publiek, hij transformeert de massa met zijn energie, op een gegeven moment trekt hij zijn kleren uit en gooit hij ze in het publiek. Er is geen grens aan wat hij wil doen om het publiek op te zwepen, hij is wetteloos. Als je hem zo ziet, begrijp je meteen welke invloed hij heeft gehad op latere punk, glamrock en queer performances. Zijn invloed op de popculturele geschiedenis valt sowieso niet te overschatten. Ik bedoel, als je naar Prince kij Source: Volkskrant

Previous

Next