Home

De ‘Spaanse Elena Ferrante’ bleek geen vrouw maar drie mannen: ‘Wij concurreren met tv-series en voetbal, niet met andere schrijvers’

In 2018 verscheen in Spanje La novia gitana (De zigeunerbruid), de debuutthriller van Carmen Mola. Het boek viel op vanwege het extreme geweld en introduceerde een sterk personage: hoofdinspecteur Elena Blanco, een doorgewinterde grappa-drinker van rond de 50 die het liefst rollebolt in een terreinwagen. Maar de meeste aandacht trok de vraag naar de identiteit van de schrijver, die al snel de bijnaam ‘de Spaanse Elena Ferrante’ kreeg.

Er volgden nog twee succesvolle thrillers rond Elena Blanco, La red púrpura (2019; Het duistere net) en La Nena (2020; Het jaar van het varken). Maar nog altijd wist niemand wie Carmen Mola was. Totdat in oktober 2021 de uiterst lucratieve Premio Planeta (1 miljoen euro!) aan Mola werd toegekend voor het manuscript van La Bestia. Geen nieuw verhaal over Elena Blanco dit keer, maar een historische thriller die zich afspeelt in Madrid in de zomer van 1834. Om de prijs te kunnen ontvangen moest Mola haar identiteit nu wel prijsgeven. En dat was groot nieuws in Spanje: achter Carmen Mola gingen drie scenarioschrijvers schuil, Jorge Díaz, Agustín Martínez en Antonio Mercero. Het bericht sijpelde zelfs door naar het buitenland.

Over de auteur
Maarten Steenmeijer is boekenrecensent van de Volkskrant. Hij is hispanist en vertaler.

Een lawine van reacties volgde. Vanuit feministische hoek was er kritiek op het ‘misbruik’ van een vrouwelijk pseudoniem en de Madrileense vrouwenboekhandel Mujeres y Compañía verwijderde terstond alle boeken van Mola uit de schappen. Maar je kon het ook van een andere kant bekijken. ‘Er zijn drie mannen nodig om het werk van één vrouw te doen’, zo luidde een van de vele grappen die de ronde deden op sociale media.

De drie schrijvers zitten ieder in hun eigen werkkamer thuis in Madrid als ik hen spreek via Zoom.

AMe: ‘We werkten met z’n drieën aan het scenario van een Spaanse televisieserie die gebaseerd was op een roman van Agustín, Monteperdido (in het Nederlands verschenen onder de titel Meisjes vermist, red.). Toen we een keer een biertje aan het drinken waren na een werkvergadering kwam een van ons – ik dacht Jorge, maar ik weet het niet zeker – op het idee om romans te gaan schrijven op de manier waarop we samen scripts maakten: brainstormen, zoeken naar plotwendingen, naar een climax, naar het ritme, want een van de geboden van de televisie is: gij zult niet vervelen.’

JD: ‘In een televisieserie mag een personage in hoofdstuk 1 niet dezelfde zijn als in hoofdstuk 13 of hoofdstuk 18. Dat principe hebben we in Het Beest ook toegepast. De lezer mag nooit helemaal zeker weten wat er kan gebeuren.’

JD: ‘Voordat we gaan schrijven, brengen we de roman helemaal in kaart. We nemen zo’n twee maanden de tijd om met elkaar de plot te bedenken, de personages… Het resultaat leggen we vast in een document dat in de scriptwereld een treatment heet en waarin we niet per scène maar per hoofdstuk noteren wat daarin precies gebeurt en welke ontwikkelingen de personages doormaken. Dan delen we het boek in drieën op en schrijft ieder van ons zijn portie. Daarna sturen we onze teksten naar elkaar toe en bewerken ze. Onze samenwerking is zó intensief dat we achteraf niet meer weten wie nu wat heeft ingebracht.’

AMe: ‘Twee auteursnamen op de cover zou nog net gaan, maar drie is te veel, daarom wilden we een pseudoniem.’

JD: ‘Bovendien vonden we dat het om het boek ging, niet om wie het had geschreven.’

AMe: ‘Tijdens verschillende brainstormsessies schoten de ideeën alle kanten uit: mannennaam, vrouwennaam, Engelse naam. Toen zei een van ons: ‘Carmen.’ Waarop een van de anderen reageerde: ‘Carmen mola’, oftewel: ‘Carmen is gaaf.’ Waarop weer een ander zei: ‘Carmen Mola, dat is ’m!’ Het is een prima naam: lekker kort, klinkt goed en echt Spaans. En hij is in alle talen makkelijk uit te spreken.’

AMa: ‘Na Het jaar van het varken wilden we aan een nieuw deel van de Elena Blanco-serie beginnen. En toen kwam de lockdown. We mochten onze huizen niet uit en hadden geen idee hoe de wereld eruit zou zien als we de straat weer op mochten. Het voelde daarom niet goed om te gaan brainstormen over weer een roman die dicht op de huid van de tijd zit. Wie weet zag de wereld er na de lockdown wel heel anders uit en dan zou de roman die wij bedacht hadden daar niet goed bij aansluiten. Zo kwamen we op het idee van een historische roman.

‘Er speelde nog iets anders. Na drie pure thrillers geschreven te hebben wilden we weleens kijken of Carmen Mola ook uit de voeten kon met een ander genre. Uiteindelijk is Het Beest een mix van genres geworden: het is een thriller, een historische roman en een avonturenroman, terwijl er ook elementen van de romans van Dickens en van de gothic novel in zitten.

‘De kiem was een bericht over een volksopstand in Madrid in 1834 waarbij zo’n zeventig geestelijken werden gedood. De stad was in de greep van een cholera-epidemie en het volk dacht dat dit de schuld van de clerus was. Geestelijken zouden het water in de stad hebben vergiftigd.’

AMe: ‘De aanleiding voor deze oorlog was een troonopvolgingskwestie. De absolutistische koning Ferdinand VII stierf in 1833 zonder mannelijke nakomelingen. Volgens de Salische wet kon zijn dochter Isabel hem niet opvolgen. Vlak voor zijn dood had de koning die wet daarom afgeschaft en daar waren de carlisten, aanhangers van zijn broer en troonopvolger Carlos, het niet mee eens. Het conflict liep uit op een burgeroorlog waarin ultrareactionaire carlisten en veranderingsgezinde liberalen tegenover elkaar stonden.’

AMa: ‘De Carbonari hebben echt bestaan. Ze komen oorspronkelijk uit Italië en wilden het land tot een eenheid smeden. Later duiken ze op in Frankrijk en volgens bepaalde bronnen ook in Spanje. In die tijd dacht men dat bij geheime genootschappen zoals de vrijmetselarij bloedige rituelen gangbaar waren. Op basis van dit gegeven hebben we het ritueel verzonnen dat we toeschrijven aan de Carbonari: meisjes die vlak na hun eerste menstruatie worden geofferd. Dit element is niet aan de werkelijkheid ontleend, maar is meer verwant aan de gothic novel.’

JD: ‘Het is niet de taak van een schrijver om partij te kiezen, maar ik denk wel dat je uit onze roman kunt opmaken dat we de carlisten maar niks vinden. En het is waar dat de daden van de liberalen in het boek inderdaad niet door de beugel kunnen, maar de ideeën waarvoor zij stonden deugen wél.’

AMa: ‘Als we érgens duidelijk partij voor kiezen dan is het voor de allerarmsten, die slachtoffer waren van zowel de carlisten als de liberalen.’

AMe: ‘Ja, je kunt de roman zien als een hommage aan Madrid, ook al was dat toen een belegerde stad die werd gedomineerd door soutanes en kloosters en waar het leven hard en duister was. Dat wilden we ten volle laten zien. Maar het verhaal biedt ook hoop.’

AMa: ‘Het feminisme is een rode draad in de romans van Carmen Mola. Niet als onderwerp van het verhaal, maar het is wel zichtbaar in onze strategie om vrouwelijke personages in domeinen te laten opereren die traditioneel bij de man horen. Neem Lucía, een personage dat we ontleend hebben aan de romans van Dickens. Maar zijn weeskinderen zijn altijd jongens. Het leek ons interessant om de rollen om te draaien en uit te gaan van de vraag wat het betekende om vrouw te zijn in het Madrid van 1834.’

JD: ‘We hebben ons heel goed gedocumenteerd. Het Madrid dat wij in Het Beest opvoeren lijkt daarom veel op het echte Madrid van die tijd. Maar soms zoeken we de grenzen van het geloofwaardige op, zoals bij het personage naar wie de titel verwijst, een reus van twee meter tien die Madrid onveilig maakt. We schrijven geen geschiedkundige werken maar fictie en dan mag je spelen met de werkelijkheid.’

AMe: ‘Dat is een constante in onze gesprekken: de geloofwaardigheid van de ideeën die ons te binnen schieten voor verrassende wendingen in het verhaal.’

JD: ‘Het gebeurt nogal eens dat we juist dingen die echt zijn gebeurd niet kunnen gebruiken. De romantische dichter José Cadalso groef het graf van zijn overleden geliefde open om haar mee naar huis te nemen. We hebben erover gedacht om Ana Castelar hetzelfde te laten doen met het lichaam van haar overleden minnaar, maar dat leek ons bij nader inzien toch niet zo’n goed idee. Ongeloofwaardig.’

AMa: ‘Nee, dat is niet wat we daarmee beogen. Zowel in de Elena Blanco-romans als in Het Beest onderzoeken we het geweld, het extreme kwaad. Hoever kan een mens gaan om bepaalde dingen te bereiken? Het zou volgens ons hypocriet zijn om het geweld alleen maar te noemen en niet te laten zien.’

JD: ‘Daar hebben we het nooit met elkaar over gehad. Ik hecht in elk geval niet veel belang aan wat critici van ons werk vinden. Wij willen romans schrijven waar de mensen plezier aan beleven. Een schrijver concurreert niet met andere schrijvers maar met televisieseries, met voetbalwedstrijden, met een wandeling door het park, met het strand. Wij moeten het voor elkaar zien te boksen dat ons publiek een prettige leeservaring heeft. Leescampagnes worden altijd georganiseerd op basis van aannames als ‘Wanneer je leest, word je een beter mens’ en ‘Lezen is goed voor je ontwikkeling’. Wij vinden dat het criterium ‘leesplezier’ meer aandacht verdient. Wij proberen goede romans te schrijven, niet om critici te overtuigen maar lezers. Ik weet niet hoe de andere twee hierover denken.’

AMa: ‘H Source: Volkskrant

Previous

Next