Peter Mooij heeft hem nog. Een in groene stof verpakte bal, met ogen erop geplakt en aan weerszijden twee geknoopte handjes. In een daarvan een vlaggetje met zijn naam erop: Ed, de dikke alg. ‘Bij het opruimen gaat hij steeds wat meer richting prullenbak’, vertelt Mooij. ‘Maar ik heb het nog niet over mijn hart kunnen verkrijgen om hem weg te gooien.’
Nog niet zo lang geleden maakten ze een zekere furore in de wetenschap, Ed, de dikke alg en hij. De alg had een Twitteraccount waarop Mooij foto’s van hun belevenissen postte, mocht mee naar publieksoptredens en figureerde in filmpjes. Mooij vernoemde zelfs een boek naar hem. De dikke alg – Over de zoektocht naar biodiesel uit algen.
Over de auteur
Maarten Keulemans is wetenschapsredacteur bij de Volkskrant, met als specialismen microleven, klimaat, archeologie en gentech. Voor zijn coronaverslaggeving werd hij uitgeroepen tot journalist van het jaar.
Want dat was het doel. Vind de ultieme dikke alg, in de natuur of door genetische manipulatie, en de biologische brandstof van de toekomst kon weleens een feit zijn. ‘Ik ga in de toekomst Shell overnemen’, staat er nog altijd naast het portret van Peter Mooij, op een oude website gewijd aan veelbelovende jonge promovendi.
Inmiddels, zes jaar later, ligt Ed te verstoffen in een kast en heeft Mooij de algen na zijn promotie verruild voor een andere tak van wetenschap: het winnen van grondstoffen uit afvalwater, bij onderzoeksinstelling AMS Institute. Echt rouwig is hij er niet om. ‘Het is technisch allemaal goed mogelijk, olie uit algen halen. Maar de opbrengst is laag. Ik ben erachter gekomen dat de belangrijkste uitdaging is: hoeveel is de politiek bereid hierin te investeren?’
Afgelopen maanden zakte de droom van een toekomst vol algendiesel plotseling in elkaar. ExxonMobil, het oliebedrijf dat het afgelopen decennium ruim 300 miljoen euro investeerde in algenolie, blijkt in december geruisloos de stekker uit het project te hebben getrokken, zo ontdekte zakensite Bloomberg. Het Californische algenbedrijf Viridos, waarmee ExxonMobil nauw samenwerkte en dat een opzichtige proefopstelling heeft met bassins vol rondkolkende algen, moest meer dan de helft van zijn personeel ontslaan.
Niet heel anders gesteld is dat in Nederland. Toen in Wageningen ruim tien jaar geleden de proefkweekfaciliteit AlgaeParc opende, stuurde oliemaatschappij Total haar bestuurslid Jean-Michel Brusson langs. ‘Algen maken het mogelijk om zonlicht om te zetten in interessante stoffen zoals biodiesel’, zei Brusson, op een promotiefilmpje dat nog altijd op de site van AlgaeParc staat.
Volgens zijn website ondersteunt Total nog steeds ‘een veelheid van onderzoeksprojecten’ op algengebied. Maar vragen over de details blijven bij herhaling onbeantwoord, en uit AlgaeParc heeft Total zich in elk geval teruggetrokken, al hoeven er geen mensen weg.
De promotievideo van AlgaeParc, mét Total Mobil als sponsor.
Algen. Latijn voor zeewier. De term is een verzamelnaam voor een enorm scala van waterorganismen, van cyanobacteriën tot wieren en reusachtige kelpwouden. Maar de algen waarmee wetenschappers werken, zijn in de regel microscopisch kleine, eencellige, plantaardige bolletjes en staafjes, met zangerige soortnamen als Chlorella, Euglena, Nannochloropsis of Neochloris. Gruis, dat van buitenaf alleen te zien is omdat het helder water verandert in een groene, vettige soep.
Niet vreemd dat wetenschappers aan algen dachten, toen men na de eeuwwisseling op zoek ging naar alternatieven voor fossiele brandstof. Het rommelde in het Midden-Oosten, de olieprijs steeg, en in 2006 kondigde president George W. Bush aan dat hij driekwart van de olie-import uit het Midden-Oosten wilde vervangen door biodiesel. Maar met veel alternatieven wilde het niet lukken. De teelt van energiegewassen zoals suikerbiet, soja en oliezaad concurreert met de landbouw en dat begon de voedselprijs op te drijven.
Dan maar terug naar de basis. De organismen waarvan olie uiteindelijk is gemaakt. ‘Fossiele olie uit de bodem bestaat uiteindelijk voor een groot deel uit dikke lagen algenresten, die zich door de miljoenen jaren heen hebben opgehoopt’, vertelt Mooij. Dat gaf hoop. Hier is een organisme dat kan groeien in zeewater, zich in zonlicht uitbundig vermeerdert, en dat van nature soms al zo’n 20 procent olieachtige vetten bevat.
Het was tegen die achtergrond dat onder meer ExxonMobil tot zijn algenplan kwam. Dik 540 miljoen dollar wilde het bedrijf investeren in een samenwerking met geneticapionier Craig Venter, bekend van ’s werelds eerste menselijke dna-kaart. In 2025 zou Exxon tienduizend vaten algenolie per dag produceren, luidde de belofte.
In Nederland zette hoogleraar biotechnologie René Wijffels in 2010 samen met zijn collega Maria Barbosa de stand van zaken op een rij, op verzoek van het Amerikaanse wetenschapsblad Science. Meer dan tweeduizend keer is hun overzichtsartikel intussen geciteerd: ‘We denken dat tien tot vijftien jaar een redelijke verwachting is voor de ontwikkeling van een duurzaam en economisch rendabel proces voor de commerciële productie van biobrandstof uit algen.’
‘Dat is inderdaad een beetje een tricky zinnetje’, erkent Wijffels nu, tien tot vijftien jaar later. ‘Als ik eerlijk ben, hadden we ook toen al grote twijfels.’ Destijds was olie nu eenmaal het gesprek van de dag, legt hij uit. ‘Daarom borduurden we daarop voort. Maar als je goed leest, schrijven we in dat Science-artikel vooral: over tien tot vijftien jaar is commerciële productie van algen mogelijk. Voor allerlei toepassingen.’
De algenprofessor des vaderlands houdt kantoor in een kweekkas, een paar honderd meter verwijderd van de universiteit. Aan de muur hangt een krantenknipsel van vijf jaar geleden: ‘Obese alg is geknipt voor biodiesel’, luidt de kop. Verderop in de kas klotst een massa die doet denken aan een spinaziesmoothie door een doorzichtig buizenstelsel. Dat zijn de kweekalgen van de AlgaeParc-faciliteit, waarvan Wijffels wetenschappelijk leider is.
In de jaren die op het Science-artikel volgden, begon de wal het schip te keren. Het bleek uiterst ingewikkeld om algen te vinden die én snel groeien én meer vet bevatten. En zelfs nadat men in de VS een alg had ontwikkeld die wel 40 procent vet bevat, waren de problemen niet voorbij. Algen vormen een soep die weinig licht doorlaat. Je moet ze dus voortdurend omroeren, om te voorkomen dat ze doodgaan – en dat kost energie. In de buitenlucht is de opbrengst lager en kunnen algenkolonies verziekt raken door concurrerende micro-organismen. En oogsten valt ook niet mee: uiteindelijk zul je alg van water moeten scheiden en het moeten omzetten in brandstof.
Tel al die hobbels en hindernissen op en het zwarte spul uit de grond blijkt stukken goedkoper, schetst Wijffels. Daar is al het voorwerk immers al gedaan. ‘Het plantaardig materiaal in aardolie is door de tienduizenden jaren heen al samengeperst, geconcentreerd geraakt en omgezet in olie. De energiedichtheid is vele malen hoger dan bij onze gekweekte algen, waar je met al dat water zit.’
Eigenlijk blijkt dat al uit het Science-artikel. Een oppervlak zo groot als Portugal zou er aan kweekruimte nodig zijn om het gehele Europese wegverkeer van algenbrandstof te voorzien, becijferden Barbosa en Wijffels. ‘Een van de redenen om dat artikel te schrijven was om aan te geven: wat is nou een realistische productie die je kunt halen’, zegt Wijffels. ‘Er waren destijds start-ups die doodleuk beweerden dat de productie van algenolie nog wel een factor vijftig hoger kan. Daar gingen wij tegenin.’
Veel is sindsdien veranderd. De elektrische auto raakte in zwang, waardoor biobrandstof niet langer het duurzame alternatief bij uitstek is. En de olieprijs zakte, onder meer door nieuwe winningstechnieken. De prijs is zo’n 78 dollar per vat, haast de helft van de 140 dollar die olie kostte toen ExxonMobil zijn grote algenplan ontvouwde.
Waarna trouwens het bedrijf de verdenking op zich laadde van ‘greenwashing’: kijk-ons-eens-duurzaam-zijn met algen. Zo spendeerde Exxon tientallen miljoenen aan onder meer een uitgebreide advertentiecampagne in The New York Times, een oogstrelende televisiespot over een ‘Energy Farmer’ en een compleet productieteam creatieven die alle Source: Volkskrant