Frank van Veen-Bockting (64): ‘Dit tweede jaar van rouw vind ik veel zwaarder dan het eerste. Ik mis Freek heel erg. Hij was 89 toen hij stierf en al lang ziek, dus ik wist dat het eraan zat te komen, maar dat doet niets af aan het gemis.
‘Ik was 25 en hij 53 toen we elkaar ontmoetten in een homocafé in Amsterdam. Hij was getrouwd en had drie kinderen, een goede baan als geoloog bij Shell en hij woonde met zijn gezin in een groot huis. En hij zat nog hartstikke in de kast – een vriend die vermoedde dat hij daarmee worstelde, had hem naar die kroeg meegenomen. Ik zat een paar tafeltjes verderop en ik zag hem naar me kijken, dacht: wat moet die man van me? Zijn vriend ging weg, hij kwam naar me toe en we hebben de hele avond zitten praten, aan één stuk door. Daarna was hij verliefd. Ik nog niet, niet zoals hij, maar ik vond het wel fijn als hij me belde, wat hij bijna elke dag deed. Al gauw werd hij een soort vaderfiguur voor me, een coach die me aanmoedigde en steunde toen hij doorkreeg dat ik best onzeker was, vers uit de Achterhoek op mijn flatje in de Bijlmer.
‘Hij ging apart wonen, huurde een appartement. Ik schrok toen ik daar voor de eerste keer kwam: de halve woonkamer hing vol met foto’s van mij. Ik kreeg het er een beetje benauwd van. Als het je allemaal zo in de schoot wordt geworpen, wat valt er dan nog te veroveren? Daarbij: ik had een baan bij een bank, ik zat bij een koor, ik wilde nieuwe vrienden maken en niet voor de rest van mijn leven vastzitten aan een oude man. Ik nam wat afstand, hij ging terug naar zijn gezin. Vervolgens begon ik hem toch te missen. Net toen ik dacht: oké, ik ga er helemaal voor, kwam er een fase dat hij niet meer weg wilde bij zijn vrouw.
Leven na de dood is een rubriek in Volkskrant Magazine over rouwen en leven.
‘Zo heeft dat zeven jaar geduurd. Pas toen zijn vrouw een ander kreeg, durfde hij definitief bij haar weg te gaan. Dat heb ik hem wel kwalijk genomen, ik had liever gehad dat hij voor mij had gekozen voordat zijn vrouw onder de pannen was. Maar ik had in die jaren ook relaties, het was gewoon een ingewikkelde tijd. En hij stond altijd naast me. Hij snapte het als ik een leuke vent tegenkwam, maar hij liet me nooit helemaal los. Hij nam me mee uit eten, naar de opera – thuis had hij er vreselijk gedoe over gehad, maar op een gegeven moment mocht hij dan eens in de twee weken naar zijn vriend. Dan hadden we het fijn. Hij opende een wereld voor me die ik van huis uit niet kende.
‘In 2003 zijn we voor de eerste keer getrouwd. Zonder zijn ex-vrouw en kinderen uit te nodigen, dat wilde hij niet, die zouden dat niet aankunnen. Hij wilde altijd de kool en de geit sparen – voor een deel is hij nooit helemaal uit de kast gekomen. Als we naar een Shell-feestje gingen, was ik ‘een goede vriend’. Werd daar een groepsfoto gemaakt, dan werd ik een beetje naar de zijkant gemanoeuvreerd. En waren we samen op een begrafenis, dan legde hij geen hand op mijn knie als ik moest huilen; hij hield altijd rekening met wat de buitenwereld ervan dacht. Soms dacht ik: wie ben ik in je leven, wat is nou eigenlijk mijn rol?
‘Ondertussen werd ik ook ouder en was ik niet meer die onzekere jongen van toen. Onze verhouding veranderde, hij was niet langer de sterkere. Hij had me altijd veel over klassieke muziek geleerd, maar dat belerende van hem begon bij mij te wringen. Of hij vond dat we beslist Zomergasten moesten zien, terwijl ik voetbal wilde kijken. Dan kwam hij me storen: ‘Vind je dat nou interessant?’
‘Ik liep vooral tegen dat soort dingen aan toen we na zijn pensioen vanuit Leiden naar Noordoost-Groningen verhuisden, naar een vrijstaand huis met een grote tuin. Ik was in de veertig en hij begin zeventig, dat is een heel ander leeftijdsverschil dan aan het begin. Lichamelijk contact hoefde voor hem niet meer zo. Dingen ondernemen ook steeds minder. Maar ik was nog jong, ik had daar moeite mee.
‘In 2010 zijn we gescheiden. Ik kocht een huisje in zijn buurt, wilde echt afstand nemen. Maar we konden elkaar absoluut niet loslaten en al snel was ik weer drie dagen per week bij hem. Vooral toen hij tot drie keer toe een nieuwe heup moest en achter de rollator belandde, draaiden de rollen volledig om. Nu was ik de sterkere, nu zorgde ik voor hem. En dat wilde ik ook, want uiteindelijk was hij toch de man van mijn leven, die er altijd voor me was. Neem een dag als vandaag: ik ben naar Amsterdam gekomen voor de fysiotherapeut, voor dit interview, vanavond ga ik naar een concert in de Ziggo Dome. Dat vind ik best gedoe, want haal ik alles wel op tijd, en waar kan ik parkeren? Hij zei dan altijd dingen als: dat kun je, komt helemaal goed – dat mis ik, hij gaf me veiligheid.
‘In 2018 zijn we opnieuw getrouwd. Al schreeuwde hij onze liefde niet van de daken, hij heeft wel eens, toen hij nog college gaf, een heel A4’tje volgeschreven met Frank, Frank, Frank. En aan het einde, toen een arts constateerde dat hij een levertumor had, heeft hij gezegd dat ik zijn grote liefde was. Drie weken later is hij in een hospice gestorven. Zonder ooit over zijn dood te praten, dat wilde hij niet, hij wuifde het weg. Dat vind ik moeilijk, dat we niet echt afscheid hebben genomen, dat hij nooit heeft gezegd: ‘Je kunt het, je redt het ook zonder mij.’
‘Ik red het wel, overigens, want ik zal wel moeten. Maar het is verdomd eenzaam op zondagochtend, als we normaal altijd samen aan het ontbijt plannen zaten te maken: gaan we naar een concert vanmiddag in een kerkje hier in Groningen, of gaan we vanavond lekker uit eten? Ik heb een paar goede vriendinnen die ook hun man verloren zijn, die kan ik altijd bellen. Maar die wil ik niet te vaak lastigvallen, en ik wil ook niet zielig zijn.
‘Het eerste jaar na Freeks dood had ik het drukker, met het uitruimen van ons huis, de verkoop, de afhandeling van de erfenis. Met zijn kinderen heb ik inmiddels goed contact, alles is geregeld. Nu is het stiller, daarom vind ik dit tweede jaar nog moeilijker dan het eerste. Ik ben gaan voetballen om bezig te zijn, en ik ben in een nieuw project gedoken: ik ga naar een woongroep verhuizen in een complex dat momenteel wordt gebouwd en waar we met alle nieuwe bewoners veel overleg over hebben. Soms kan ik me daarop verheugen, maar meestal sta ik mezelf dat niet toe. Freek heeft zoveel voor me betekend dat ik me, ja, verplicht voel om diep om hem te rouwen.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden