Mag ik drie voorbeelden geven? Van beleidsvoornemens die illustreren dat het kabinet voornemens lijkt consequent onverstandig beleid te voeren?
Onderwijsminister Robbert Dijkgraaf, ten eerste, wil de prestatie-eisen verlagen die universiteiten stellen aan eerstejaarsstudenten. Opleidingen eisen nu (gemiddeld) dat studenten 45 van de 60 studiepunten behalen. Lukt dit niet, dan moet de student vertrekken. Dijkgraaf wil wettelijk regelen dat universiteiten maximaal 30 punten mogen eisen van eerstejaars.
Vanwaar dit voornemen? Ik citeer: ‘Ik wil het welzijn van studenten verbeteren. Ik hoor keer op keer in gesprekken met studenten dat ze veel prestatiedruk ervaren.’ De nadruk, voegt Dijkgraaf eraan toe, ligt bij studenten ‘vooral op de studievoortgang’ en minder op hun ‘welzijn’.
Hoezo is dit een voorbeeld van een slecht beleidsvoornemen? De minister is toch alleen maar aardig voor die arme studenten? Nou, zeg maar gerust: slijmerig. 60 studiepunten staat voor 1.680 uur werk. Dat is in theorie, want in de praktijk besteden studenten gemiddeld minder dan 28 uur aan één studiepunt. Dijkgraaf zadelt universiteiten dus met studenten op die in een heel jaar maar voor 840 uur prestaties leveren omdat ze het zo druk hebben met hun ‘welzijn’.
Wat had Dijkgraaf dan moeten doen? Laten weten dat het ‘welzijn’ van studenten vooral gebaat is bij gestage ‘studievoortgang’. En dat, als de ‘prestatiedruk’ op de uni te hoog is, er volop werk te vinden is in de bouw, de distributie en de horeca.
De minister van Sociale Zaken, Karien van Gennip, op haar beurt heeft besloten het Stap-budget te beëindigen. Ik viel van mijn stoel toen ik dat las. Stap is een jonge en zeer populaire regeling voor bijscholing door volwassenen, óók populair bij mensen met mbo als hoogst genoten opleiding. Er is heus het een en ander op aan te merken, maar niets dat niet gefikst kan worden met aanvullende spelregels. Stap is misschien wel de sleutel tot het veranderen, ten goede, van de leercultuur in Nederland.
Blijkbaar hebben Dijkgraaf en Van Gennip overleg gehad. Van Gennip zei: ‘Als jij het doorzettingsvermogen van studenten nou in de kiem smoort…’ En toen vulde Dijkgraaf aan: ‘… dan kan jij mooi verhinderen dat ze later nog iets bijleren.’
Op een heel ander terrein, het water namelijk, doet minister Mark Harbers slecht werk. De kwaliteit van het water in Nederland is beroerd, de laagste kwaliteit van Europa zelfs. Hier zijn bindende Europese regels voor, de Europese Kaderrichtlijn Water, van kracht sinds het jaar 2000. Nederland moet uiterlijk in 2027 de kwaliteit van het water op orde hebben, en de minister van Infrastructuur en Waterstaat stuurde de Tweede Kamer onlangs een sussende brief dat het allemaal goedkomt.
Wat, echter, concludeert de onafhankelijke Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (RLi) deze week? Dat Harbers in die Kamerbrief uit zijn nek zit te kletsen. Met het ‘huidige beleid’ van Harbers kunnen de doelen in 2027 ‘redelijkerwijs niet meer worden behaald’. Nederland gaat in 2027 (weer) op slot, net als nu in de stikstofcrisis.
In plaats van studenten aan te sporen een uurtje extra achter de studieboeken te kruipen, volwassenen te stimuleren in hun vrije tijd een cursus te volgen, en (boeren)bedrijven te dwingen het water niet te vervuilen, doet dit kabinet het omgekeerde.
Nederland is beter af zonder dit kabinet.
Over de auteur
Frank Kalshoven is oprichter van De Argumentenfabriek. Reageren? E-mail: frank@argumentenfabriek.nl.