N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.
Ziekenhuiszorg In Zutphen en Zoetermeer worden de afdeling verloskunde en de spoedeisende hulp afgeschaald. In de geest van centralisatie zal dat in de toekomst in meer ziekenhuizen gebeuren.
In de ambulancesluis van het Zutphense Gelre Ziekenhuis staat een ambulance met de knipperlichten aan, die zojuist een patiënt voor de spoedeisende hulp (SEH) heeft gebracht. Het is een van de weinige patiënten op die afdeling. Op deze woensdag in maart zijn de meeste bedden leeg.
Het aantal spoedpatiënten in Zutphen verschilt per dag sterk. Soms komen er vijftig binnen – soms slechts enkele. ’s Nachts komen er doorgaans drie gevallen binnen, met uitschieters van zeven of acht. Daar staat de hele nacht een team voor klaar – twee SEH-verpleegkundigen, een arts-assistent en een arts-assistent met oproepdienst. Ook specialisten van vrijwel alle afdelingen (zoals een neuroloog, cardioloog, chirurg) hebben oproepdienst.
Die lage aantallen patiënten zijn een van de redenen dat deze spoedeisende hulp in Zutphen na de zomer ‘s nachts slechts nog een ‘spoedplein’ zal zijn: alleen open voor relatief eenvoudige spoedgevallen, zoals een gebroken arm. Complexe gevallen – zwaardere ongelukken, bijvoorbeeld – gaan naar het grotere Gelre Ziekenhuis in Apeldoorn, zo’n twintig minuten met de ambulance vanaf Zutphen. Het beperkte aantal patiënten maakt het ongunstig om de afdeling als volledige spoedeisende hulp door te laten gaan: personeel dat er op dat moment werkt, kan niet elders worden ingezet of moet daar later voor compenseren, terwijl het ziekenhuis al met een tekort aan personeel zit.
De geboortezorg is om diezelfde reden voor een groot deel al verdwenen uit het ziekenhuis in de Gelderse stad. Er zijn jaarlijks zo’n zeshonderd bevallingen, slechts twee per dag, wat niet kostendekkend is en schaars personeel bezet houdt. Eind april werd de afdeling gesloten, bevallingen vinden alleen nog plaats in Apeldoorn of andere ziekenhuizen in de omgeving. Ook moet het ziekenhuis vanwege een zwakke financiële situatie bezuinigen.
De verplaatsing van een deel van de spoedeisende hulp en de verloskunde van Zutphen naar Apeldoorn past in een bredere ontwikkeling binnen de Nederlandse ziekenhuiszorg. Met het Integraal Zorgakkoord – waarin het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport met de belangrijkste zorgpartijen eind vorig jaar afspraken vastlegde voor de inrichting van de zorg voor de komende vier jaar – is vastgelegd de zorg meer te centraliseren. Voer véél zorg uit op één plek, in plaats van overal een beetje. En dan vooral ingewikkelde zorg – inwendig letsel, neonatologie, kinderhartchirurgie – op minder plekken. Dat zou beter zijn voor de kwaliteit van zorg én voor de financiële huishouding van ziekenhuizen, omdat zij dure afdelingen met complexere zorg kunnen sluiten of afschalen.
Die complexe zorg zal bij Gelre Apeldoorn uitgevoerd worden, Zutphen wordt het centrum van planbare zorg: heupoperaties, knieoperaties, liesbreukoperaties. Bestuurder Pier Eringa wil het noodlijdende ziekenhuis in Zutphen, zoals hij eerder dit jaar zei, „volplompen [sic]” met planbare operaties. „Mensen zullen als het ware met de benen uit het pand hangen”, zei hij tegen de Stentor.
Chirurg Ernst Jan van Nieuwenhoven en teamleider spoedeisende hulp Leja Soer van het Gelre ziekenhuis in Zutphen. Foto Mona van den Berg
Ernst Jan van Nieuwenhoven, al bijna twintig jaar chirurg in de Gelre Ziekenhuizen (zowel Zutphen als Apeldoorn) en gespecialiseerd in oncologische chirurgie, zegt het iets genuanceerder: Zutphen wordt een centrum van ‘focusklinieken’. „We doen één soort operatie in één operatiekamer [OK]. Alle liesbreukoperaties in dezelfde OK, alle heupoperaties ook. Dan hoef je de OK niet een paar keer per dag om te bouwen.” In plaats van zes operaties, kunnen er dan bijvoorbeeld wel twaalf worden uitgevoerd.
Bovenal, zegt Van Nieuwenhoven, is het een oplossing voor het personeelstekort: er hoeft geen ruimte opengelaten te worden voor acute zorg (zoals een plotse bevalling) omdat alles ingepland wordt. „Daardoor hoeven we geen medewerkers meer in te roosteren voor onvoorziene zaken.”
Wat in Zutphen staat te gebeuren, zal in de toekomst voor meer ziekenhuizen de realiteit zijn. In het Zoetermeerse LangeLand Ziekenhuis loopt een soortgelijk proces. Hoe ziet de centralisatie van ziekenhuiszorg er in de praktijk uit, welke voordelen levert het op en welke problemen brengt het mee?
In het LangeLand Ziekenhuis werd de spoedeisende hulp vanwege personeelsgebrek afgelopen zomer al voor twee maanden een spoedplein. Inmiddels draait het weer als voorheen, maar in de nabije toekomst moet het permanent een spoedplein worden.
Het LangeLand zit middenin een fusie met het HagaZiekenhuis in Den Haag, en zal daarna verdergaan als het Zoetermeer HagaZiekenhuis. Ook daar wordt de geboortezorg binnenkort waarschijnlijk afgebouwd, omdat het aantal bevallingen per jaar niet genoeg is om de hele afdeling draaiende te houden. Er zijn jaarlijks ruim duizend bevallingen.
Deze bezuinigingen worden scherp veroordeeld door de Zoetermeerse wethouder Ingeborg ter Laak (Zorg, CDA), die vreest dat bepaalde zorg voor inwoners van Zoetermeer minder goed beschikbaar zal zijn. „Niet iedere zwangere heeft een auto en komt makkelijk van Zoetermeer naar Den Haag of Leiden”, zegt ze tegen NRC. Bovendien is Zoetermeer „geen klein dorp”, aldus Ter Laak, maar een stad met 127.000 inwoners. De zwangeren en spoedgevallen onder hen herverdelen over ziekenhuizen in andere steden noemt zij „een onmogelijke opgave”. Ter vergelijking: Zutphen heeft ruim 47.000 inwoners.
Foto Mona van den Berg
Centralisatie zou de kwaliteit van zorg verbeteren omdat kennis en kunde dan geconcentreerd is op specifieke plekken. Een chirurg wordt beter in slokdarmoperaties – bijvoorbeeld – als hij die een paar honderd keer per jaar doet in plaats van een tiental keer, is het idee.
Daar hebben ze in Zutphen al ervaring mee, zegt chirurg Van Nieuwenhoven. Vroeger was hij „gewoon chirurg” en deed hij „alles”. Mensen met gebroken enkels opereren, slokdarmoperaties, borstkankeroperaties, tussendoor een lekkend bloedvat repareren. Maar centralisatie is al jaren een thema in de zorg – vanwege personeelstekorten, financiële voordelen en kwaliteitsbevordering – en hoewel dat concreter werd met het Integraal Zorgakkoord van vorig jaar, werden in 2015 al de eerste centralisaties doorgevoerd in Zutphen.
Sindsdien opereren de Zutphense chirurgen bijvoorbeeld geen slokdarmen meer (dat gebeurt in Apeldoorn), maar zijn wel alle dikkedarmoperaties naar hen toe gehaald. Van Nieuwenhoven: „Het aantal naadlekkages aan de dikke darm [waarbij een gaatje ontstaat bij een hechting] is toen flink verminderd. Sindsdien opereer ik ook geen enkels en vaten meer.”
De ontwikkeling stuitte op weerstand onder het personeel – artsen, verpleegkundigen – weet Van Nieuwenhoven nog. „Het is heel fijn om álles te kunnen. De drempel om dat los te laten, was voor sommigen hoog.”
De recente afschaling van de spoedzorg en verloskunde in Zutphen past in die eerder ingezette koers, maar zit nu in een stroomversnelling vanwege het Zorgakkoord, personeelstekorten en financiële malaise. Voor een volwaardige spoedeisende hulp en verloskundige afdeling zijn er simpelweg te weinig medewerkers en zijn de kosten te hoog.
Tijdens de coronacrisis kregen ziekenhuizen financiële steun van de overheid omdat zij, net als de meeste bedrijfstakken in die tijd, minder konden doen – en dus minder verdienden. De ic’s lagen vol, vrijwel alle andere afdelingen waren leeg. Nu die steun er niet meer is, blijkt het voor ziekenhuizen lastig „het weer helemaal zelf te moeten doen”, zegt bestuurder van de Gelre Ziekenhuizen Pier Eringa, die eerder ook het LangeLand in Zoetermeer bestuurde. De omschakeling kwam te snel, terwijl de kosten opliepen – en nog steeds oplopen. De energierekening stijgt, de personeelskosten gaan omhoog door een nieuwe cao en een toename van (duurdere) zelfstandigen in de zorg, en te veel ‘verkeerde bedden’ die bezet worden gehouden, door mensen die in het ziekenhuis belanden en eigenlijk door moeten naar een zorginstelling, maar daar niet terecht kunnen.
In 2021 maakte Gelre Ziekenhuizen ruim 2 miljoen euro winst, vorig jaar eindigde met 20 miljoen euro verlies. „We zijn er niet in geslaagd financieel gezond te blijven na de coronacrisis”, zegt Eringa. De twee Gelre Ziekenhuizen zitten in bijzonder beheer bij de banken. Dat betekent dat de banken „heel goed opletten wat hier gebeurt”, zegt Eringa. „Alle financiële beslissingen moeten in overleg met de banken. We moeten bezuinigen, en de banken zien daarop toe.”
Door de financiële druk moet het ziekenhuis alle stappen nu in één keer nemen, dat is het jammere aan het verhaal
Ernst Jan van Nieuwenhoven chirurg
Daarom moet de voorgenomen reorganisatie in Zutphen nu gebeuren. Die versnelling maakt dat het ziekenhuis met nog meer Source: NRC