Home

Nog één keer het dieper-weten van Jan Troost

Achter de tweets van de Stichting Ambulancewens, die terminaal zieke mensen de mogelijkheid biedt een laatste uitje te maken, gaat bijna elke dag een kort verhaal schuil. Deze week, bijvoorbeeld: ‘Mevrouw (1972) uit Deventer, die nog één keer bruidsjurken gaat passen.’

In de berichten balt het sentiment zich samen in het geboortejaar van de wenser en in de accenten op de e. In die é’s zit de wetenschap dat we allemaal, op een dag, de dingen nog één keer zullen kunnen doen.

Soms levert Stichting Ambulancewens ook beeldmateriaal, zoals bij Mevrouw (1986) uit Nieuwegein, die nog één keer met haar gezin naar het Dolfinarium kon. Op de foto: een moeder, een vader en twee jonge kinderen. Moeder op een brancard. Iedereen lacht.

Een van de verklaringen voor het feit dat berichten als die van Stichting Ambulancewens zo aangrijpend zijn in hun droge feitelijkheid, is vermoedelijk dat je je kunt voorstellen dat het jezelf overkomt, of iemand die je liefhebt. Dat je wordt teruggebracht tot een aanspreekvorm, een geboortejaar en een laatste dagje uit. Dat besef is als een spier die je af en toe onbewust aanspant, je traint hem voor de dagen dat je hem nodig zult hebben.

Minder eenvoudig is het, minder voor de hand liggend ook, om je voor te stellen dat je bijvoorbeeld levenslang beperkt bent – als je dat niet werkelijk bent. Je weet niet hoe het is en je zult het ook nooit weten. Je ziet sommige dingen nooit, als je altijd rechtop loopt. Je komt sommige mensen nooit tegen en je weet niet werkelijk wat het is om hulpbehoevend te zijn als je niet afhankelijk bent van hulp om te kunnen leven. Of: je weet het wel, maar het is een emotieloos, oppervlakkig weten, een weten dat zich tot een dieper weten verhoudt als een rijtje idioomwoorden dat je van buiten hebt geleerd tot het vloeiend spreken van een taal.

Jan Troost wéét het. Jan Troost is 65 en hij gaat binnenkort dood. Slokdarmkanker. Er werd bij leven zelfs al een uitvaart voor hem georganiseerd, een prematorium party.

Doktoren voorspelden ooit dat hij niet ouder zou worden dan 21. Osteogenesis imperfecta. Broze botten. Hij belandde in een rolstoel en in een wereld vol obstakels.

Vijftig jaar lang heeft Jan Troost getracht het dieper-weten van iemand met een beperking over te brengen op mensen die de wereld inrichten. Op zijn 14de demonstreerde hij voor de toegang tot een cultureel centrum. Hij dacht dat zijn strijd binnen een jaar of vijf wel gewonnen zou zijn, maar hij bleef er een leven lang zoet mee. Vóór het meedoen, tegen het weggestopt worden in een of andere instelling op een lommerrijk terrein. Toen hij midden jaren negentig ijverde voor deelname van rolstoelers aan de Nijmeegse Vierdaagse, werd hij bedreigd. De organisatie was ook tegen: ‘Jarenlang hebben wij er alles aan gedaan om auto’s en fietsen van het parcours te weren. En dan zouden we nu nieuwe wielen toelaten?’

Op 9 mei tweette Stichting Ambulancewens: ‘Wens 5 is voor meneer (1958) uit Wijchen, hij gaat vandaag nog één keer naar de Tweede Kamer in Den Haag om daar zijn oud-collega’s te ontmoeten.’ Kamerleden namen dinsdag afscheid van Jan Troost, die nog één keer wees op wat anderen eenvoudig over het hoofd zien en die het denken over beperkingen verder bracht dan een uit het hoofd geleerde les.

Source: Volkskrant

Previous

Next