Een vriendin die mij goed kent, en weet dat ik bereid ben om als een dol paard achter elke trend aan te rennen, vroeg me of ik Japandi al kende.
Japandi? Een woontrend, zei ze. Mengeling van Japans en Scandinavisch.
Soms zijn de dingen wel heel makkelijk terug te voeren op die groep samenzwerende ontwerpers die jaarlijks bij elkaar komen om de trendjes van de komende tijd bij elkaar te brainstormen. Je verwacht een beetje creativiteit van dat soort mensen, maar kennelijk hadden ze hun dag niet. Ze concludeerden dat alle vrouwen vanaf 30 jaar gek zijn op Japan en op Scandinavië, en toen zei iemand ‘Japandi.’ Doorzichtig, maar toch slim.
Na enig verzet ging ik googlen wat het behelsde; moest ik hier denken aan een vlinderstoel die half achter een rijstpapieren scherm stond, of eerder aan een Pippi Langkous-huis vol tatamimatten? Ik raakte verstrikt in een Japandisch woud van adagiums als ‘hout is een belangrijk materiaal’ en ‘de eenvoud van Japanse vormgeving en het minimalisme van een Scandinavisch interieur’, en ‘warm en rustgevend, met een vleugje imperfectie’.
O ja, dacht ik, dat vleugje imperfectie, dat is natuurlijk wabi sabi, dat is heel Japans, dat is bijvoorbeeld een linnen servet met kreukels, of een kopje met een barst maar die repareer je dan met gouden lijm en dan is het toch ineens perfect in zijn imperfectie.
De teksten zeiden me niks, dus plaatjes gegoogled. Ik zal iedereen de moeite besparen: Japandi betekent beige. Alles beige. De bank is beige, het kleed is beige, de twee lage poefjes zijn beige, de wandlamp is beige, het kunstornament van stro is beige, de vissersmandachtige lamp boven de tafel is beige en de tafel zelf is ook beige. Ik denk dat deze stijl speciaal is ontwikkeld voor profvoetballers met veel geld, weinig smaak, angst voor kleur en gillende haast om een penthouse in Barcelona in te laten richten.
Het is een diepe belediging voor zowel Japan als Scandinavië om te denken: we mengen jullie door elkaar en dan is alles beige. Geen land wil toch beige zijn? En al helemaal niet als je gemixt bent met een streek ver van je vandaan. Ze hadden het beter Beigibeigi kunnen noemen, dan zet je tenminste niet een stel eeuwenoude culturen weg en willen profvoetballers het nog steeds.
Ik zag ook nul imperfectie. Geen vlek op het beige kleed, niet één poezenhaar op de beige bank. Terwijl: als beige zich nou voor ergens voor leent, is het voor het vertonen van imperfecties.
Daarom heb ik thuis een groene bank, blauwe muren, een gele keuken en een roze wc. Want daar kun je vlekken op maken zonder dat je het ziet. En nog steeds: imperfectie zat, in mijn huis. Ik weet ook niet hoe ik het doe. Het is een gave.
Source: Volkskrant