Wekelijks neemt Bor Beekman, Robert van Gijssel, Merlijn Kerkhof, Anna van Leeuwen of Herien Wensink stelling in de wereld van film, muziek, theater of beeldende kunst.
‘Danser Jan Kooijman schrijft een dramaserie over ongewenst gedrag in de danswereld’, luidde het nieuwsbericht. De serie zal gaan, vervolgde nu.nl, ‘over een succesvolle choreografe die opvalt door haar afwijkende werkwijze’. Kooijman wil in de serie ‘het grijze gebied rond machtsmisbruik’ verkennen.
Interessante thematiek natuurlijk, zoals recent ook in de verwarrende film Tár werd onderzocht. Maar ik bleef wel even haken bij ‘haar werkwijze’. Net als in Tár kiest Kooijman dus voor een vrouwelijke dader.
Het mag, uiteraard. En ja, er zijn ook vrouwen onder de daders in #MeToo-zaken. Toch was dit de reden waarom Tár niet alleen werd bejubeld, maar ook stevig bekritiseerd. Want leidt zo’n keuze niet af van een belangrijk feit, namelijk dat seksueel grensoverschrijdend gedrag meestal door mannen wordt gepleegd? Waarom kiezen deze (mannelijke) makers dan toch voor een vrouwelijke dader? Vinden ze een mannelijke hoofdpersoon ongemakkelijk? Te dichtbij? Of te voor de hand liggend?
Regisseur Todd Field koos bewust niet voor een man, zei hij in interviews, omdat hij in dat geval vreesde dat ‘we onmiddellijk hadden geweten wat we moesten voelen’. Dat lijkt me onzin, en het impliceert dat je nooit een genuanceerde film over een mannelijke dader zou kunnen maken. Bekijk de sublieme documentaire Ruut Weissman – de hoofdpersoon (2020), over de gevallen toneelschooldirecteur, en je ziet meteen dat dat wél kan, en hoe welkom en nodig het is.
Retorische vraag: wat zou de consequentie zijn voor het debat en de beeldvorming rond #MeToo, als we in veel mainstreamfictie vrouwen als daders zien?
Moeten we het niet gewoon over de mannen hebben? En nee, niet alleen langs de starre as van veroordeling of rechtvaardiging, maar juist in gelaagd, complex en genuanceerd drama dat dat grijze gebied zorgvuldig omspit? Dan kan het bijvoorbeeld ook gaan over de vraag: wanneer is een (vermeende) dader genoeg gestraft, en kan hij terugkeren in zijn oude vak?
Die vraag is relevant in een week waarin een (veroordeelde) dader pontificaal ‘een artistieke daad van verzet’ pleegt. Dinsdag berichtte deze krant over Peak Mytikas, de nieuwe voorstelling van Jan Fabre, die ondanks een veroordeling tot 18 maanden voorwaardelijke celstraf met een nieuwe, onverminderd megalomane, acht uur durende dansperformance komt. Anders dan vroeger nu zonder naakt, maar met bebloede topjes en lendedoeken. In de voorstelling klinken teksten als ‘Bodies are forbidden’ en ‘Fuck the law’.
Een anonieme toeschouwer zag ‘een eerlijk portret van een gecastreerd kunstenaar’, mij klinkt het toch vooral als de gedanste variant van ‘je mag ook niks meer zeggen’. Fabre doet in zijn voorstelling dus alsof zijn veroordeling louter censuur is door preutse, wraakzuchtige kunsthaters. (Voor de goede orde: volgens de rechter had hij zich ‘stelselmatig schuldig gemaakt aan geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag’. Wat je noemt een ‘afwijkende werkwijze’.)
Zijn nieuwe voorstelling onthult hoe Fabre echt over zijn slachtoffers en de rechtspraak denkt, al heeft hij zich tijdens het proces keurig verontschuldigd: ‘Ik dacht dat ik een empathisch kunstenaar was. Ik kende mezelf niet goed genoeg.’
Peak Mytikas illustreert dat dat nog altijd niet het geval is. Zulk flagrant gebrek aan zelfinzicht, dat staat garant voor ijzersterk drama.
Source: Volkskrant