De Roemeense filmmaker Alexandru Belc (42) maakte zijn entree in de filmwereld ruim vijftien jaar geleden onder de hoede van gelauwerde landgenoten. Eerst als bewaker van de scenariocontinuïteit van Cristian Mungiu’s abortusdrama 4 maanden, 3 weken, 2 dagen, die in 2007 bekroond met de Gouden Palm op het filmfestival van Cannes. Twee jaar daarna als assistentregisseur van Corneliu Porumboiu’s Police, adjectiv, waarin via het politie-apparaat de vermorzelende Roemeense bureaucratie door de mangel wordt gehaald.
‘Mijn ouders luisterden in de jaren zeventig naar de radioshow Metronom’, zegt de Roemeense filmmaker Alexandru Belc. ‘Maar ze luisterden voorzichtig. Niemand wist ervan. Aan openlijke luisterfeestjes zoals je ze in mijn film ziet waagden ze zich al helemaal niet. Geen denken aan.’
Het warmbloedige en beklemmende speelfilmdebuut van de 42-jarige Belc dankt zijn titel aan het Roemeense radioprogramma, dat in 1969 verboden werd door het regime van dictator Nicolae Ceausescu en vanuit München een geheime doorstart maakte bij Radio Free Europe. Dankzij de kleurrijke presentator Cornel Chiriac, die zijn provocaties tegen de communistische dictatuur in Roemenië afwisselde met het draaien van de nieuwste, westerse muziek, bereikte het programma een groot, veelal jeugdig publiek. Belc: ‘Metronom was niet alleen een hit onder Roemeense luisteraars, maar ook onder Polen, Hongaren, Bulgaren. Als ze de taal niet verstonden, luisterden ze voor de muziek.’
Berend Jan Bockting schrijft sinds 2012 voor de Volkskrant over film.
Voorzichtig luisteren: de jonge mensen in de film van Belc willen er niets van weten. De 17-jarige Ana (indrukwekkend gespeeld door debutant Mara Bugarin) gaat anno 1972 tegen de wens van haar moeder naar het Metronom-luisterfeestje van een vriendin. De sfeer is er uitgelaten, iedereen kleedt zich kleurrijk volgens de Amerikaanse hippiemode. Ana danst en flirt tussen de boekenkasten, zoent en vrijt met haar vriendje, terwijl Jim Morrisons Light My Fire vanuit de huiskamer doorklinkt tot in de nabijgelegen slaapkamer. Belc verleidt de kijker met lange, ononderbroken opnamen om volledig op te gaan in het jeugdige geluk.
Halverwege kantelt de film. De Securitate, de Roemeense geheime dienst, valt binnen en voert alle feestgangers af. Een platenhoes van Led Zeppelin wordt gefotografeerd als bewijsmateriaal. Gevangenisstraf dreigt. Er volgt een nasleep die even langdurig en minutieus in beeld wordt gebracht als het feest. Belc, tot voor kort een documentairemaker wiens werk zelden buiten de Roemeense landsgrenzen was te zien, werd vorig jaar op het filmfestival van Cannes voor Metronom bekroond tot beste regisseur in de Un Certain Regard-sectie, het belangrijkste zijprogramma van het festival.
‘Ik zag in mijn film in eerste instantie ook een documentaire’, zegt de regisseur daags na de première in Cannes. ‘Het verhaal van presentator Cornel Chiriac vráágt daarom. Hij was een icoon voor jonge mensen. En hij kwam onder mysterieuze omstandigheden aan zijn einde. Hij werd in 1975 doodgestoken op een parkeerplaats in München. Daar is toen snel een jonge jongen voor opgepakt, maar in Roemenië zijn ze er nog altijd van overtuigd dat het ging om een politieke moord, in opdracht van de Securitate.’
Maar tijdens het grasduinen door de vrijgegeven dossiers van de Securitate stuitte Belc op verhalen die hem meer aan het hart gingen. ‘De geheime dienst had dossiers aangelegd van jonge mensen die waren opgepakt omdat ze stiekem naar Metronom hadden geluisterd. Ik heb een aantal van die mensen opgezocht en besloot het perspectief van mijn film om te gooien.’
‘Ik vond de verhalen van opgepakte luisteraars betekenisvoller dan de geschiedenis van één radiopresentator. Ze zeggen ook meer over onze huidige tijd. Het verlangen om vrij te zijn is waarschijnlijk voor velen herkenbaar. Dit verhaal laat de onschuld van dit verlangen zien – en hoe hard zelfs iets onschuldigs als een huisfeestje kan botsen op het keurslijf van een politiek regime. Dansen wordt dan een politieke daad.’
Belc vertelt over zijn ouders. Dat deze film niet hun verhaal vertelt, maar wel het verhaal van hun generatie. ‘Vooral mijn moeder was een grote hulp bij het ontwikkelen van een aantal personages. Ze kon goed uitleggen hoe de psychologie van de tieners van toen totaal verschilt met die van nu. Dat is uiteraard niet los te zien van de overgang van het communisme naar het kapitalisme. Roemeense jongeren van toen waren gereserveerder. Preutser, ook. Ze spraken echt niet zo makkelijk over hun seksleven als jongeren nu en hadden ook niet de vrije moraal van de hippiebeweging. Vooral jonge vrouwen waren zich extreem bewust van een mogelijk oordeel van de buitenwereld.’
‘Ik wilde geen videoclip maken. Geen montagesequentie van dansende mensen. Daarom wilde ik de rechten op de muziek verkrijgen vóór we begonnen met draaien, zodat we die op de set konden opzetten. Alleen zo creëer je een echt feest, met echt dansende mensen, zonder onderbrekingen van een regisseur die precies zegt wie waar moet staan. Daardoor zie je de energie tussen de mensen steeds betekenisvoller worden naarmate de scène vordert. Alsof je toekijkt hoe ze zich langzaam drogeren, zonder dat er daadwerkelijk drugs wordt gebruikt.’
‘Ja, en na de eerste keer heb ik hem meteen nog eens gekeken. Het was een week voor de opnamen van Metronom, mijn assistent-regisseur logeerde bij mij thuis en vroeg of ik Lovers Rock had gezien. Dat had ik niet – ik ging helemaal op in de voorbereiding op mijn film. Het was al laat, maar hij stond erop de beamer aan te sluiten. Ik stond perplex. Dit is onze film!, riep ik. Uiteraard speelt Lovers Rock zich af in een totaal andere context: hier zijn het jonge, zwarte Engelsen die in Londen hun eigen feest organiseren omdat ze in de geijkte clubs niet welkom zijn.
‘Ik zag de film vooral als inspiratie: een bevestiging van het idee dat dansen zoveel meer kan zijn dan zelfexpressie. Hoe McQueen speelt met muziek, hoe hij in één hypersensuele scène iedereen tegen elkaar aan laat dansen en het beeld overgaat in slow motion, waardoor je als het ware kijkt naar één groot dansend organisme, zo wilde ik het ook doen.’
Ook de gevolgen van de arrestatie na het feest brengt Belc minutieus in beeld. Voor elke gedachte en elke afweging van Ana is plaats. Een blik op het film-cv biedt wellicht een verklaring voor de vertelstijl van de regisseur: hij begon zijn carrière als scenario-assistent bij 4 maanden, 3 weken & 2 dagen (2007), de óók zo precies vertelde klassieker over abortus van zijn gelauwerde landgenoot Cristian Mungiu.
‘Dat zou je wel zeggen, hè. Dit is hoe ik graag verhalen vertel: in uitgekiende, kleine stapjes. Ik had het niet bondiger kunnen maken. Als ik een scène ontwikkel denk ik aan elk detail: elke blik van een personage, elke gedachte, elke handeling. Elke scène is voor mij als een op zichzelf staande film, met een begin, een midden, een conflict en – wellicht – een oplossing.’
‘Eigenlijk niet. Mungiu was een van mijn leraren, mijn tweede universiteit, maar ik moet de recentste films van mijn bekendere Roemeense collega’s allemaal nog zien. Als ik zelf aan een film werk ben ik niet in staat andere films te kijken. De afgelopen jaren speelde ik vooral op mijn Playstation 4. Ik heb veel goeds ontdekt. The Last of Us bijvoorbeeld, een steengoed verhaal over een wereld in de greep van een dodelijk virus, waar je als speler soepel doorheen wordt geleid (inmiddels ook een succesvolle HBO-serie, red.).’
Stilte. ‘Je kunt zeggen dat veel games ook bestaan uit ononderbroken opnamen waarbij een camera de speler volgt. Zou kunnen, die invloed, maar dan wel onbewust. Ik zie wél levendig voor me om ooit een verhaal voor een videogame te schrijven. Ik hou ook van spellen waar je zelf kiest in welke richting het verhaal beweegt, waarin de beslissingen die je als personage maakt resulteren in verschillende einden. De werelden van film en videogame zijn in werkelijkheid nog vaak gescheiden, maar waarom zou ik mij als maker tot één medium beperken?’
De Roemeense filmmaker Alexandru Belc (42) maakt zijn speelfilmdebuut met Metronom. Zijn entree in de filmwereld maakte hij al ruim vijftien jaar eerder onder de hoede van gelauwerde landgenoten. Eerst als bewaker van de scenariocontinuïteit van Cristian Mungiu’s abortusdrama 4 maanden, 3 weken, 2 dagen, die in 2007 werd bekroond met de Gouden Palm op het filmfestival van Cannes. Twee jaar daarna als assistent-regisseur van Corneliu Porumboiu’s Police, Adjective, waarin de vermorzelende Roemeense bureaucratie door de mangel wordt gehaald.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd