We tobben wat af met z’n allen. Er is ook wel veel aan de hand, maar toch, we roepen het ook over onszelf af. Droge feiten hebben we gedegradeerd tot het sulletje van de klas; ze mogen nog wel meedoen, maar het sentiment gaat ervandoor met de populariteitsprijs. Op basis van sentiment worden meningen gevormd, regeerakkoorden opengebroken en campagnes gewonnen. Daarbij zijn het uiteraard niet de meest zonnige gevoelens waarop wordt gevaren, van tevredenheid is niemand onder de indruk.
Beter is het om verontwaardigd en/of angstig, dan wel foeterend te spreken over een groeiend maatschappelijk onbehagen en de onzekerheid waarin wij zoekend ronddolen. Gelukkig wordt de asielketen overspoeld met vluchtelingen tegen wier ellende ons bestaan comfortabel afsteekt. Relativering is echter een kortdurend medicijn, dus de overheid moet als de wiedeweerga aan de slag om het emotionele welzijn van het volk te redden.
Nu wil het geval dat er deze week een ontzettend leuk rapport is uitgebracht door de WRR. We gooien elkaar nog net niet dood met alle onderzoeksrapporten, maar vooruit, dit exemplaar is werkelijk de moeite waard. De WRR heeft namelijk uitgezocht wat de begrippen ‘maatschappelijk onbehagen’ en ‘onzekerheid’ eigenlijk inhouden, en wat de overheid zou kunnen doen om die weg te nemen.
Daarbij is het goed te beseffen dat zowel maatschappelijk onbehagen als onzekerheid niet uitsluitend een negatief begrip is. Zo schrijft de WRR dat een gezond niveau van spanning wenselijker is dan totale zekerheid; dat laatste zou vooral een gebrek aan alertheid, zelfgenoegzaamheid en passiviteit opleveren. Hetzelfde geldt voor maatschappelijk onbehagen; bij een totaal gebrek daaraan wordt niemand meer kritisch bevraagd, blijven nuttige signalen over sluimerende problemen uit en sukkelt iedereen langzaam in slaap. Nou zal ons dat niet snel gebeuren, maar in de manier waarop huidige opgaven worden besproken lijkt het streven steeds meer gericht op het volledig wegnemen of compenseren van alle pijn. Sinds wanneer zijn we dat gaan verlangen? Nog los van de valse beloften die met zo’n hoge verwachting gepaard gaan, lijkt me dat een ongezonde verhouding opleveren tussen de overheid en haar burgers.
De WRR stelt nu dat de overheid zich minder moet richten op het wegnemen van onzekerheid en maatschappelijk onbehagen, en zich meer moet richten op het vergroten van persoonlijke controle. De mate waarin mensen grip op hun eigen leven ervaren, heeft namelijk invloed op gevoelens van onbehagen en onzekerheid. In plaats van een negatieve beleidsagenda (het wegnemen van obstakels) zou de overheid een positieve beleidsagenda moeten voeren (het bevorderen van mogelijkheden).
Deze insteek zou zomaar eens kunnen leiden tot een volkomen andere sfeer waarin problemen worden besproken. In plaats van te blijven praten over een vaag onbehagen, kan het gesprek gaan over concrete mogelijkheden. De relatie bestaat dan niet uit een reddende overheid (die daarin telkens kan falen) en onzekere burgers, maar uit een faciliterende overheid die de infrastructuur moet creëren waarin burgers hun eigen doelen kunnen nastreven.
We zouden op die manier meteen ook afstand kunnen nemen van de tirannie van het sentiment, want dat gaat ons weinig meer opleveren. Anders dan weer een nieuw rapport misschien.
Source: Volkskrant