Het nieuws dat Leen Pfrommer is overleden is nog vers. Marianne Timmer kan het eigenlijk nog niet goed geloven. Een kleine twee weken geleden zag ze hem nog bij een reünie van schaatsers. ‘Hij was fit en kwiek. Hij heeft genoten en gelachen’, zegt ze. ‘Dit heb ik niet zien aankomen.’ Pfrommer overleed, 87 jaar oud, na een kort ziekbed in het UMC in Utrecht.
Fit was Pfrommer zijn hele leven lang. Timmer, tweevoudig olympisch kampioen, maakte hem mee bij Jong Oranje, in de vroege jaren negentig. Hij was een man van de strenge aanpak in trainingen. ‘Hij was van de discipline. Hij leerde je dat je door moest gaan als het moeilijk werd, een militair die hield van een strakke structuur. Dat past in de topsport’, zegt ze. ‘En hij gaf zelf het goede voorbeeld. Hij deed zelf altijd mee.’
Pfrommer was opgeleid en lang werkzaam als militair, bij de sportafdeling van de KMA in Breda, en van jongs af verslingerd aan de schaatssport. Een grootheid op het ijs was hij zelf niet. Verder dan een 26ste plaats op het NK allround van 1962 kwam hij niet. Zijn kracht lag bij het coachen van anderen, zo bewees hij al vroeg toen hij Jan Bols vanuit het gewest Drenthe klaarstoomde voor de Olympische Winterspelen van 1968.
Na die Winterspelen werd Pfrommer zelf tot bondscoach benoemd. Zo was hij het die Ard Schenk en Kees Verkerk bijstond in de jaren dat het langebaanschaatsen in Nederland razend populair werd. Eind jaren zeventig kwam hij in de clinch met onder anderen Hans van Helden, de vaandeldrager van het schaatsen na Ard en Keessie. Niet iedereen kon met zijn stelligheid omgaan.
Het was Pfrommer die het veld ruimde en bij de NOS als commentator aan de slag ging. Gebeiteld in het collectief geheugen is zijn commentaar bij het WK 1981 toen Hilbert van der Duim een ronde te vroeg stopte met schaatsen op de 5.000 meter. ‘Hilbert jongen, je moet doorrijden!’
In die uitroep zat meer dan het enthousiasme van een toeschouwer, denkt Van der Duim zelf. ‘Hij had altijd het gevoel dat hij meer uit me had kunnen krijgen dan andere trainers.’ De tweevoudig wereldkampioen allround, was ook bij de schaatsersreünie van twee weken geleden. Hij zat er naast Pfrommer en koestert die herinnering. ‘Ik merkte wel dat hij iets ouder aan het worden was, maar het was een leuk moment. Leen was een toegankelijke man.’
Halverwege de jaren tachtig keerde Pfrommer terug op het ijs, als coach bij Jong Oranje. In die hoedanigheid kreeg hij ontelbare talenten en latere winnaars onder zijn hoede. Hij bracht de jonge schaatsers bij wat er bij het topsportleven komt kijken: geloof in eigen kunnen en vooral gedisciplineerd werken. Dat is ook wat Ids Postma, de olympisch 1.000-meterkampioen van 1998, zich herinnert. ‘Het was hard trainen bij hem.’
Jeroen Straathof werd eens door Pfrommer bij -20 de ijsbaan van Hamar opgestuurd. Let wel: niet het overdekte Vikingskipet waar Straathof in 1996 wereldkampioen 1.500 meter zou worden, maar de buitenbaan. Onder die poolomstandigheden moest hij een 10.000 meter schaatsen. ‘Hij deed soms wel gekke dingen.’
‘Hij was heel erg een liefhebber van het schaatsen’, zegt Postma. Hij weet nog hoe de coach tijdens een trainingskamp in Inzell in een sneeuwstorm de baan aan het vegen was. Niet voor zijn eigen pupillen, die vanwege het barre weer een keertje mochten overslaan, maar voor de andere jeugdschaatsers die wel wilden rijden. ‘Die kleintjes willen toch ook een mooie baan hebben’, was zijn uitleg.
De trainingskampen in Inzell waren in veel opzichten vormend, niet alleen op het ijs. Pfrommer maakte voor de tieners die hij onder zijn hoede had echt iets van zo’n reis. Zijn vrouw Ietje ging steevast mee en kookte. De schaatsers hielpen haar in toerbeurt met afwassen. Zo voelde het huiselijk, ook dankzij hond Frida die ook mee ging naar Zuid-Duitsland. Timmer: ‘Die huiselijkheid was belangrijk voor zulke jonge schaatsers.’
Hij was betrokken bij zijn sporters, vertelt Straathof. Toen hij in 1992 volstrekt verrassend wereldkampioen bij de junioren werd, ging Pfrommer compleet uit zijn dak. En een dag na terugkeer dook hij bij de huldiging in Straathofs woonplaats Zoeterwoude op. ‘Hij was echt bevlogen.’ En iemand bij wie Straathof zich op zijn gemak voelde. ‘Je kon gerust bij hem en Iet ‘s avonds langskomen om een kopje thee te drinken.’
Tot voor kort kwam Pfrommer zelf nog wel eens op de bonnefooi langs bij Postma, die hem net als Timmer in 2000 en 2001 bij de DSB-ploeg opnieuw als coach kreeg. Pfrommer trainde een groep oudere schaatsers en wanneer zij op fietstocht in de buurt van Postma’s boerderij waren, woeien ze altijd even langs. ‘Kwamen ze koffie doen.’
Pfrommer was warm naast de ijsbaan, hard als het moest. Een kampioenenmaker met een duidelijke boodschap voor zijn pupillen, vertelt Timmer. Een boodschap die behalve zij nog veel anderen in de jaren dat hij coachte ter harte hebben genomen. ‘Je kunt meer dan je denkt.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden