Home

‘Sorry! Mag ik je wat vragen?’ riep ik, het schaamrood op de kaken

Het was droog, zacht weer en ik was met boodschappentas, maar zonder jas naar buiten gegaan. Toen ik mijn fiets van het slot wilde halen, bedacht ik dat mijn sleutels nog binnen lagen.

Alles ontrolde zich volgens het overbekende schema. Het ongelovig bekloppen van de broekzakken. Het onthutsende besef dat ook mijn telefoon nog binnen lag. Het binnensmonds ‘neeeee’ kermen. Het panisch nagaan wie er nog meer de huissleutel hebben, en waar ze zich bevinden. Huisgenoot P: in Antwerpen. Mijn zus: in de Bommelerwaard. Mijn oudste zoon: in Kopenhagen. Mijn dochter: God weet waar. Mijn jongste zoon: aan het werk als ober, in café Het Bierpaard.

Kijk eens aan. Het Bierpaard zit ergens op de gracht. Maar op wélke gracht ook alweer? Hoe kwam ik daar achter, zonder telefoon? Ik propte mijn nutteloos geworden boodschappentas in mijn fietstas en begon in de richting van de grachtengordel te lopen.

Een vrouw met twee dochtertjes stak juist de straat over. ‘Als je ooit hulp nodig hebt, spreek dan iemand aan die zelf kinderen bij zich heeft’, had ik mijn eigen kroost jarenlang op het hart gedrukt. ‘Sorry! Mag ik je wat vragen?’ riep ik, het schaamrood op de kaken, al had ik niets oneerbaars gedaan, maar ja, u kent dat wel.

‘Espagnol?’ antwoordde de vrouw schouderophalend. Mijn Spaans past in een theelepeltje, dus hoe moest ik haar uitleggen wat ik met haar telefoon wilde uitspoken? (‘Yo busco... el caballo... de la cerveza... por favor?’) Ik zei maar ‘sorry’, en liep door.

Er ging me een licht op. Om de hoek, op het Leidseplein, staat de grote Apple-winkel. Daar kun je zomaar binnen lopen en alle apparaten gebruiken zonder dat iemand je lastig valt. Ter plekke tikte ik op de eerste de beste laptop ‘café Het Bierpaard’ in. Hebbes. Half uurtje lopen.

Toen ik binnenstapte stond mijn zoon glazen te spoelen. Ook nu voltrok zich alles weer volgens verwachting. Eerst verbazing (‘Mama?’) toen hoongelach (‘Jeeeezus, debiel!’) , toen de overdracht van zijn sleutel (‘niet kwijt maken, hè!’) En weer terug naar huis, de sleutel in mijn zweterige vuist geklemd.

De huisdeur ging open als de klep van een schatkist. Ha, daar lag mijn telefoon al. Maar waar waren mijn sleutels? Gelukkig heb ik daar ooit, ken uzelve, een hangertje met een zendertje aan bevestigd. Met mijn telefoon kan ik die sleutels oppiepen, en dat deed ik. Nou ja, om een lang verhaal kort te maken: ze zaten in mijn boodschappentas. En die zat in mijn fietstas. Buiten, voor de deur.

Ik heb het mijn zoon niet durven vertellen. Gelukkig leest hij geen kranten.

Source: Volkskrant

Previous

Next