Home

Onderwijsinspecteur wil dat schoolbesturen meer regie nemen om kwaliteit te verbeteren, maar mét strenge eisen van de overheid

Schoolbesturen moeten meer regie nemen om taal, rekenen en burgerschap te verbeteren. Dit betoogt de Onderwijsinspectie in haar nieuwste uitgave van De Staat van het Onderwijs. ‘Strenge eisen zijn er nu niet, terwijl het een vak is om een school goed te besturen.’

Dát de verbetering van basisvaardigheden en het bieden van gelijke kansen de belangrijkste opgaven zijn voor scholen, daarvan is het onderwijs na alle alarmerende berichten van de laatste jaren wel doordrongen. ‘Nu moeten we ons focussen op het hoe’, zegt Alida Oppers, inspecteur-generaal bij de Onderwijsinspectie, die toeziet op de kwaliteit van het onderwijs. ‘Dus: hoe krijgen we die basisvaardigheden naar een hoger niveau? Hoe zorgen we ervoor dat het niet uitmaakt waar je wieg of je school staat?’

In de Staat van het Onderwijs, de belangrijkste onderwijsrapportage van het jaar die woensdag wordt gepresenteerd, pleit de inspectie ervoor de schoolbesturen meer regie toe te kennen. Die zijn onder meer verantwoordelijk voor het aannemen van nieuwe leerkrachten en beheren de pot geld waarmee invulling wordt gegeven aan het onderwijsprogramma.

Minister Dennis Wiersma (primair en voortgezet onderwijs) betoogde vorige maand juist nog dat de macht van besturen, die in zijn optiek te veel zijn afgedreven van de dagelijkse praktijk in de klas, moet worden ingeperkt. Daarentegen zou de overheid meer regie moeten pakken, door allereerst de leerdoelen in het onderwijs te concretiseren en leraren hiervoor de maximale ondersteuning te bieden.

Botsen de visie van de minister en de inspectie? ‘Nee’, zegt Oppers resoluut. ‘Het één sluit het ander niet uit. Bestuurders zijn verantwoordelijk voor de kwaliteit van het onderwijs op hun scholen. De overheid bepaalt als regelgever hoe hoog de lat moet liggen. Dat wordt nu te veel als een tegenstelling gezien, terwijl iedereen zijn verantwoordelijkheid moet pakken.’

‘We zien dat besturen die een kritische dialoog aangaan met schoolleiders en docenten, zeer worden gewaardeerd door het personeel. Vooral in het primair onderwijs worden daarin positieve stappen gezet, en dat zie je terug in de resultaten. Het is bijvoorbeeld echt een lichtpuntje dat in groep 8 het begrijpend lezen op niveau is gebracht. Bestuurders in het primair onderwijs hebben daaraan bijgedragen, door met concrete plannen te komen en waar nodig bij te sturen.

‘In het mbo en het voortgezet onderwijs zijn besturen vaak te afzijdig en wordt er te veel aan docenten overgelaten. Bestuurders stellen vage doelen als: we willen het aantal geslaagden zo hoog mogelijk hebben. Er is te weinig betrokkenheid bij de problematiek. Het gevaar is dat er een situatie ontstaat waarin iedereen op de tribune zit en niemand in de arena.’

‘Door als overheid strengere eisen te stellen aan bestuurders. Die zijn er nu niet, terwijl het een vak is om een school goed te besturen. Het lerarentekort vraagt om een personeelsbeleid dat mensen vasthoudt, door ze te laten groeien in hun vak en nascholing te bieden die nodig is.’

Dat er in het onderwijs zo vaak met de beschuldigende vinger naar elkaar wordt gewezen, verbaast Oppers, die voor haar aantreden bij de Onderwijsinspectie (in 2020) zes jaar voor het ministerie van Onderwijs werkte. ‘Ik heb niet eerder meegemaakt dat in één sector zo naar elkaar wordt gewezen. Het is de ene groep leraren tegen de andere, het is de werkgevers tegen de werknemers. Geen leerling koopt daar wat voor.’

‘Dat is de million dollar question. Het bijzondere is dat iedereen het erover eens is dat we het beste willen voor de leerling. Het kost veel negatieve energie, dat is zo jammer.’

‘Drie jaar geleden hebben we ons toezicht al versterkt. We merkten toen dat steeds meer scholen een voldoende kregen van de inspectie, terwijl de prestaties van leerlingen terugliepen. Dat heeft tot zelfreflectie geleid, de risicomodellen zijn aangescherpt. We komen nu al veel op scholen en gaan dat nog meer doen. Daar hebben we ook extra geld voor gekregen van de minister.

‘De gedachte vanuit de Tweede Kamer om meer onaangekondigde bezoeken af te leggen, is dat je scholen op heterdaad kunt betrappen op kwaliteit. Maar als een school een toneelstukje opvoert, doorzien onze inspecteurs dat binnen drie gesprekjes. Zij zijn daar veel te slim voor. Dan lopen ze bijvoorbeeld een andere klas binnen dan van tevoren is aangekondigd.

‘Of het effectief is om vaker onaangekondigd een school te bezoeken, is trouwens maar de vraag. Het kan bijvoorbeeld zijn dat de mensen die je wilt spreken er dan net niet zijn als je langskomt, bijvoorbeeld vanwege een studiedag of een schoolreisje.’

‘Het voortgezet onderwijs is niet verplicht de basisvaardigheden te meten bij de toetsen in de onderbouw. Dat vinden we een gemis. Daar komt bij – en dat is echt een handicap voor ons toezicht – dat we scholen alleen op wettelijke minimumeisen voor taal en rekenen mogen beoordelen. Dit zorgt ervoor dat sommige besturen weinig ambitieus zijn in het behalen van goede prestaties, wat resulteert in een te grote groep zes-min-scholen. Als de eisen in de wet voor die scholen hoger komt te liggen, dan kunnen we daar ook scherper op handhaven.

‘In Engeland gebeurt zoiets al en kunnen scholen met een voldoende, goed of zelfs uitstekend worden beoordeeld. Dat motiveert scholen om steeds een stapje hogerop te komen.’

Source: Volkskrant

Previous

Next