Na een loopbaan in het lokaal bestuur heeft Franc Weerwind (D66) als minister voor Rechtsbescherming ‘impact voor het hele land’. Hoewel hij een wat formele indruk maakt, bestaat er in de Tweede Kamer geen twijfel over zijn toewijding aan het onderwerp, mede door zijn achtergrond.
Bij zijn aanmelding als leerling van het christelijk atheneum Adriaen Pauw in Heemstede zei de toenmalige rector tegen zijn vader: ‘Als Franc slaagt, zal hij de eerste gekleurde leerling zijn die hier het diploma krijgt.’
De middelbare scholier Franc Weerwind stond erbij en hoorde het aan. In zijn Anton de Kom-lezing, gehouden in 2017 als burgemeester van Almere, refereerde Weerwind aan het voorval: ‘Hij had er duidelijk geen vertrouwen in. Dat maakte mij boos.’
Nu, weer zes jaar verder, zegt Weerwind: ‘Ik vond die opmerking van de rector tegen mij als jongeling compleet overbodig. En verkeerd. Gelukkig kom ik uit een familie die om mij heen stond. Mijn ouders hebben mij en mijn broer alle kansen gegeven. Dus ik kon ermee omgaan. Het heeft mij niet belet de school met een diploma af te ronden. Maar hoevelen worden door zo’n zin niet uit het veld geslagen?’
Sinds januari vorig jaar is Franc Weerwind (58) namens D66 tweede man op het departement van Justitie en Veiligheid. Zijn functie, minister voor Rechtsbescherming, bestaat sinds 2017. De werklast werd, op het sterk gegroeide ministerie, te groot voor alleen de minister van Justitie (nu Dilan Yesilgöz-Zegerius, VVD) en een staatssecretaris (Eric van der Burg, VVD).
In de loopbaan van Weerwind stond tot nu toe het lokaal bestuur centraal. Hij was burgemeester in Niedorp, Velsen en Almere. Landelijke nevenfuncties had hij onder meer als voorzitter van de Fietsersbond en van het Nationaal Instituut Nederlands Slavernijverleden en Erfenis (Ninsee). Ook binnen D66 manifesteerde hij zich. Hij zat in de kandidatencommissie die Tweede Kamerleden selecteerde en schreef, onder leiding van Wouter Koolmees, mee aan het verkiezingsprogramma.
Nu heeft zijn werk ‘impact voor het hele land’, stelt hij vast. De bewindsman heeft een reeks moeilijke dossiers op zijn bureau. In de Tweede Kamer maakt Weerwind tot nu toe een wat formele indruk. Weerwind wil onderwerpen ofwel ‘doorgronden’, voordat hij er ‘koersvast’ een beslissing over neemt. Ofwel wil hij er ‘een korte klap op geven’, zoals bij het aan banden leggen van gokreclames. Maar in het parlement bestaat aan zijn motivatie voor rechtsbescherming, mede door zijn achtergrond, geen enkele twijfel.
Weerwind: ‘Iedere Nederlander moet weten dat bij een conflict of probleem de wet er voor hem of haar is. Dat de toegang tot het recht beschikbaar is, ongeacht zijn of haar portemonnee. Groningen en het toeslagenschandaal geven het belang en de urgentie van rechtsbescherming aan. We zijn door elkaar geschud.’
Zijn voorganger, Sander Dekker (VVD), kreeg in het regeerakkoord van Rutte III als opdracht de sociale advocatuur te hervormen binnen het bestaande budget van 400 miljoen euro. Het draaide uit op een jarenlange botsing met de beroepsgroep. Dekker wilde eindeloos doorprocederen aan banden leggen door in samenwerking met verzekeraars ‘rechtshulppakketten’ te ontwikkelen, waardoor voor bijvoorbeeld een echtscheiding een vast tarief zou gelden.
‘Niet overal hoeft standaard een advocaat bij’, was een van zijn gevleugelde uitspraken, net als: ‘Minder zaken, meer oplossingen.’ Ook zou Dekker de Raad voor Rechtsbijstand en het Juridisch Loket omvormen tot één organisatie. Minister Weerwind ziet daar nu vanaf. ‘Daar ga ik niet mee werken.’
‘Ik redeneer niet vanuit instituties, maar vanuit de mens. Wat heeft iemand nodig die naar de Raad voor Rechtsbijstand stapt? Een advocaat of mediator. Iemand die aanklopt bij het Juridisch Loket gaat vaak juist gebukt onder multiproblematiek. Huurachterstand, schulden, sociale moeilijkheden. Dat zijn totaal verschillende hulpvragen. Dan kun je wel zeggen: ik voeg de twee instanties bij elkaar tot een bulkorganisatie, want dat is effectiever en efficiënter, maar dat is systeemdenken. Ik denk vanuit het individu.’
Rutte III trad in januari 2021 af vanwege het toeslagenschandaal. Op Prinsjesdag van dat jaar kwam het demissionaire kabinet alsnog met de 127 miljoen euro extra over de brug waar de sociale advocatuur al jaren om vroeg. ‘Het is zonneklaar dat mij dat heeft geholpen bij mijn start’, zegt Weerwind. ‘Maar we zijn er nog niet. De beroepsgroep vergrijst bijvoorbeeld, daar moeten we ook een antwoord op vinden.’
‘Ik ben met alle betrokken partijen in gesprek. Ik praat ook met de grote, commerciële Zuidas-kantoren. Het gaat niet alleen om geld. Een bijdrage kan ook bestaan uit het ter beschikking stellen van een bibliotheek, menskracht of informatiesystemen. We zijn in dialoog.’
‘Ja. We zijn op zoek naar een compromis om dit op de best mogelijke manier centraal te organiseren. Ik zie de beroepsgroep advocatuur als een van de hoeders van de rechtsstaat. Dus ik ga niet over één nacht ijs.’
‘Het onderzoek loopt, daar kan ik niks over zeggen. In zijn algemeenheid kan ik zeggen dat alle actualiteit rond de zaak-Taghi aantoont dat met goede en integere advocaten een publiek belang is gemoeid.’
‘Ik onderschrijf het belang van de-juridisering, van mediation waar mogelijk. Maar lukt het partijen niet tot een oplossing te komen, dan moeten ze de stap naar de rechter kunnen maken. Die weg moet altijd open zijn. Ook voor mensen met een kleine beurs.
‘Dat belang zie ik ook in een ander dossier, de jeugdbescherming. Ouders, jongvolwassenen: weten zij wat hun juridisch overkomt? Het antwoord is veelal: neen. Dat leid ik af uit gesprekken die ik met hen voer. Dan denk ik: verdorie, we zijn in Nederland een democratische rechtsstaat, maar hoe pakt de manier waarop we het hebben geregeld op microniveau uit? Dat gaat niet alleen over toegang tot de rechter. Kunnen mensen bijvoorbeeld een vonnis ook begrijpen als ze niet zwaar geletterd zijn?’
‘Dat sentiment is zeker aanwezig en het uit zich in ongenoegen, in niet begrepen worden. Het uit zich ook electoraal. Als je ziet hoe beweeglijk de kiezer is: mensen zijn op zoek naar een oplossing voor hun probleem, op zoek naar meer vertrouwen in de democratische rechtsstaat. Het is onze taak ervoor te zorgen dat die rechtsstaat stabiliteit toont.’
‘De commissie moet met de focus van de burger kijken hoe de drie staatsmachten zich tot elkaar verhouden en hoe de machtige overheid met de belangen van die burger omgaat. Dat gaat ook om dingen die triviaal lijken, maar het niet zijn. Het telefoonnummer van het Juridisch Loket bijvoorbeeld was niet gratis. Onbegrijpelijk voor een instelling die laagdrempelig moet zijn. Dat hebben we veranderd.
‘In Nederland kunnen schulden binnen een paar maanden van 50 tot 800 euro oplopen. Ik schrik daarvan. Waarom doen we dat? Dat geld komt niet ten goede aan de schuldeiser, maar aan de handel die daar tussen zit. Dat vraagt bestuurlijke aandacht en die gaan we daaraan zeker ook geven. Net als aan de snelle ontwikkeling van ‘Buy now, pay later’, waar ook veel jongeren gebruik van maken.’
De ouders van Weerwind kwamen los van elkaar in de jaren vijftig vanuit het nog koloniale Suriname naar Nederland, om een opleiding te volgen. Zijn vader kwam aan land in IJmuiden (gemeente Velsen), waar jongste zoon Franc later burgemeester zou worden. ‘Hij vertelde mij pas over die aankomst toen ik al twee jaar in functie was’, zegt Weerwind. ‘Eerder vond hij niet nodig.’ Zijn moeder arriveerde in Vlissingen. Zij werd onderwijzeres, zijn inmiddels overleden vader hoofdverpleegkundige.
In 1863 werd de slavernij afgeschaft, maar het duurde nog tien jaar voordat het systeem was uitgebannen. Vandaar dat 2023 als het 150ste herdenkingsjaar geldt. Terwijl de ‘vrijgemaakten’ nog tien jaar onder staatstoezicht moesten blijven werken, kregen zij een familienaam toebedeeld. ‘De naam Weerwind is meegekomen uit Windeweer, een dorp in Groningen, is mij altijd verteld’, zegt Weerwind.
Hij is van huis uit Nederlands-Hervormd. In zijn jeugd was Suriname niet dominant, maar wel aanwezig. ‘In de keuken vooral, dat was fantastisch, al aten wij ook de Hollandse winterkost. Anton de Kom stond in de kast en mijn ouders bespraken hun geheimpjes in het Surinaams.’ (Lacht) ‘Totdat zij erachter kwamen dat mijn broer en ik op een gegeven moment die taal ook beheersten.’
Uitgerekend aan Weerwind werd gevraagd op 19 december in Paramaribo te zijn, toen premier Mark Rutte in Den Haag excuses maakte voor het slavernijverleden. ‘Ik vond dat totaal niet ongemakkelijk’, zegt Weerwind. ‘Natuurlijk heb ik de ophef meegekregen, maar ik was daar om een toelichting te geven. De excuses kwamen van de minister-president, namens de regering.’
‘Ja, en 30 juni ook. Op 30 juni beginnen we met herdenken. En op 1 juli is dan het vieren.’
‘Ik vind inruilen niet juist. Bewustwording in het collectieve geheugen wel. Dat zou ik nog veel sterker willen zien. Nederland moet weten wat 1 juli betekent voor de Surinaamse en Caribische Nederlanders. Hier kom ik weer terug bij de mens. Slavenhandel gaat over ontmenselijking. Ik heb ook heel bewust de verhalen gelezen van Primo Levi over de ontmenselijking in de Tweede Wereldoorlog. Ontmenselijking is de essentie van wat er is gebeurd. Daarom is het belangrijk dat het slavernijmuseum er komt, net als in Liverpool en Washington.’
‘Daar worstel ik mee, dat mag u best weten. Parleme Source: Volkskrant