Op deze plek schrijven Peter Giesen en Sheila Sitalsing beurtelings wat hun is opgevallen op de weg of in de berm.
Eerst was er de Nokiadirecteur die 116 duizend euro moest betalen omdat hij in Finland 75 kilometer per uur reed op zijn motorfiets op een 50-kilometerweg. Later kwam daar de vrouw bij die in haar Range Rover bijna 95 reed in de Zwitserse bebouwde kom. Boete: 175 duizend euro. Geregeld worden zij, met een mengeling van afgrijzen, leedvermaak en kijk-die-gekke-buitenlanders-toch, opgevoerd als de ultieme voorbeelden van wat er kan gebeuren als verkeersboetes worden gekoppeld aan het inkomen.
Af en toe duikt de vraag op of Nederland ook aan het dagboetesysteem moet – het principe dat elke overtreder de pijn even zwaar moet voelen, uit oogpunt van rechtvaardigheid, vergelding en preventie. Omdat vaste boetebedragen voor de één een onoverkomelijke aanslag op het boodschappenbudget betekenen en voor de ander een kwestie zijn van schaterlachend ‘koop er maar een ijsje van’ zeggen.
Linkse partijen, van SP tot PvdA en GroenLinks, zijn traditioneel vóór beboeten naar draagkracht, want het is ‘niet eerlijk’ dat een bijstandsgerechtigde evenveel betaalt als een miljonair voor appen op de fiets. De VVD is traditioneel tegen. Favoriete uitdrukking van Mark Rutte: ‘Als het aan links ligt hebben we straks inkomensafhankelijke krentenbollen.’
Onlangs drukte deze krant een lezersbrief af die de discussie oprakelde nu het kabinet verkeersboetes aanzienlijk wil verhogen om de begroting rond te krijgen. Argument: dit raakt de armen, die bij betalingsproblemen ook nog eens op schofterig grote automatische verhogingen kunnen rekenen.
Dat lokte een reeks braveburger-lezersreacties uit (‘Het is natuurlijk altijd een optie om je gewoon aan de regels te houden’, ‘De wet is voor iedereen gelijk’), maar het draagkrachtprincipe staat gewoon in het Wetboek van Strafrecht: ‘Bij de vaststelling van de geldboete wordt rekening gehouden met de draagkracht van de verdachte, in de mate waarin dat nodig is met het oog op een passende bestraffing van de verdachte, zonder dat deze in zijn inkomen en vermogen onevenredig wordt getroffen.’
In de praktijk gebeurt daar niet altijd iets mee, al letten ook rechters tegenwoordig op of burgers niet verdrinken door het automatisme waarmee een kleine schuld kan uitgroeien tot een monster. Maar nog steeds mag het CJIB bij verkeersovertredingen niet bij de Belastingdienst navragen hoe hoog de boete mag zijn. Helaas.
Source: Volkskrant