Home

De kunst van het plassen op de fiets: door een broekspijp, laten lopen of dan toch maar liever in de berm

Als een renster moet dan moet ze, maar tijdens een wielerwedstrijd is een plaspauze niet altijd even eenvoudig. Sterker nog, het kan een streep door de zege betekenen, zoals afgelopen weekeinde Demi Vollering overkwam. Met slechts 9 seconden achterstand op Annemiek van Vleuten verloor Vollering de Vuelta voor vrouwen, nadat ze op zaterdag ruim een minuut had verspild door een slecht getimede sanitaire stop.

Het is een aspect waar elke wielrenner mee te maken krijgt. Wedstrijden duren enkele uren en wie goed drinkt, belangrijk voor de vochthuishouding, zal zo nu en dan ook eens moeten plassen. Hoe dat precies gaat wordt doorgaans door de camera’s niet geregistreerd. Zij draaien weg zodra een renner zijn of haar behoefte doet: dat hoeft niet op televisie.

Voor vrouwen zijn de mogelijkheden beperkt. Zij zullen hoe dan ook even moeten stoppen. Dat moet dus op een rustig moment in de wedstrijd gebeuren, liefst als het peloton kalm peddelend en kletsend afwacht tot de strijd werkelijk zal losbarsten.

Over de auteur

Erik van Lakerveld schrijft sinds 2016 over olympische sporten als schaatsen, atletiek en roeien.

De voorbereiding voor een plaspauze gebeurt nog op de fiets, legde oud-wielrenster Marijn de Vries al eens uit bij het Belgische Sporza. Het is namelijk geen kwestie van zomaar even de broek naar beneden: fietsbroeken hebben hengsels die over de schouders lopen. En dus wurmen veel rensters nog voordat ze naar de zijkant van de weg sturen onder hun shirt hun armen onder de hengsels door.

Toen Tom Dumoulin in de Giro van 2017 plots moest poepen, deed hij niet moeilijk over zijn bovenkleding. Duidelijk in beeld trok hij zijn shirt uit om vervolgens het hoge gras in te duiken voor de rest van de procedure.

Een andere manier is plassen door de broekspijp. Eén broekspijp wordt hoog opgesjord en opengetrokken: de opening die dan ontstaat is voor sommige rensters genoeg. Het is een methode die bij de mannen ook niet ongebruikelijk is als ze in een nauwsluitend tijdritpak nog voor de start een zenuwplasje moeten doen: het helemaal afstropen van het tenue is ingewikkelder dan het opstropen van de broekspijp.

Daar waar mannen, een enkele exhibitionist daargelaten, met hun rug naar de weg plassen, kiezen de meeste rensters ervoor juist met hun gezicht naar de weg en de passerende karavaan van ploegleidersauto’s te zitten. De Vries: ‘Als je het andersom doet, zit je namelijk met je blote billen naar de karavaan. Dat is ook niet zo prettig.’

Mannen hebben meer opties dan vrouwen. Er zijn coureurs die al rijdend kunnen urineren: half gedraaid en half staand op de pedalen, met de broek aan de voorkant omlaag getrokken. Dat vereist enige training en zelfs met oefening krijgt lang niet iedereen het onder de knie. Het is niet eenvoudig om de ontspanning vinden om te kunnen plassen terwijl je met een behoorlijke vaart over het asfalt snelt.

Wie dit kunstje beheerst, heeft echt een voordeel. Een stop is immers niet meer nodig. En met een beetje geluk, op een licht dalende rechte weg bijvoorbeeld, blijf je al klaterend aan de staart van het peloton hangen.

De luxe-uitvoering van deze manoeuvre is plassen terwijl een ploeggenoot je voortduwt. Een klassementsrenner zal vlak voordat de finale losbarst hier de voorkeur aan geven. Zo weet hij immers zeker dat hij de groep niet hoeft te laten gaan en met een lege blaas snel weer zijn positie voor in het peloton kan innemen. Belangrijk is wel om vooraf even de windrichting te bepalen, met het oog op de renner die duwt.

De laatste optie, die door de meeste mannen en vrouwen in gelijke mate als onwenselijk wordt beschouwd, is de boel laten lopen. Nog een tijd doorbrengen op het zadel met een van urine doordrenkte zeem is niet bepaald prettig voor het zitvlak. En bovendien, bewust in je broek plassen is moeilijk. Vanaf onze jongste jaren leren mensen dat juist niet te doen. Dus als er geen tijd meer is om te stoppen, dan is de enige mogelijkheid: doorbijten met die volle blaas.

Uiteindelijk zullen de meeste renners als het even kan kiezen voor een echte plaspauze en dus stoppen langs de kant van de weg. Volgens de regels van de koers mag dat alleen buiten de bebouwde kom en sowieso uit het zicht van toeschouwers.

Regelmatig sturen renners ostentatief voor de kop van het peloton langs naar de berm. Zeker als de leider in het klassement dat doet, zal een groot deel van de coureurs dat voorbeeld volgen. Er is immers die ongeschreven regel dat er niet gedemarreerd mag worden als de klassementsleider langs de kant staat.

Nog los van dat gebruik, en of die informele afspraak wordt nagevolgd, gebeurt plassen vaak in groepsverband. Het is nu eenmaal eenvoudiger om gezamenlijk terug te keren dan alleen en dus voegen anderen zich meestal bij de eerste plasser en vormt zich een veelkleurige rij renners aan de kant van de weg.

Dat was ook het scenario dat Vollering zaterdag voor ogen had toen ze de berm opzocht: snel plassen en dan met een plukje ploeggenoten terugkeren naar de kop van de koers. Het pakte anders uit vanwege de demarrage van Van Vleuten tijdens haar stop: die actie kostte Vollering de Vuelta-zege.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next