Home

De vrouw die femicide agendeerde

Niemand kan nog ontkennen dat in Nederland jaarlijks dertig tot veertig vrouwen worden vermoord door een partner of familielid. Dit is te danken aan Renée Römkens, bijzonder hoogleraar Gender Based Violence aan de Universiteit van Amsterdam. Woensdag geeft Römkens haar afscheidscollege met de titel ‘Een hete aardappel’.

Geweld tegen vrouwen is lang doorgeschoven als een zaak van gruizige milieus. Of als iets exotisch, gemakshalve eerwraak genoemd. ‘Renées grote belang was dat ze geweld tegen vrouwen tot een maatschappelijk probleem maakte’, zegt feminist en schrijfster Anja Meulenbelt, die zelf drie jaar met een gewelddadige man leefde.

Meulenbelt stelde met Römkens en Tessel ten Zweege de bundel Voorbij de Verbijstering. Over gender en geweld samen die deze maand verschijnt. ‘Dankzij Renées onderzoek besefte ik dat het probleem groter was dan die man en ik. Dat het veel slechter met me had kunnen aflopen, omdat er systeem in de gekte zat.’

Bijna wekelijks doodt een (ex-)partner of familielid een vrouw. Pas sinds kort wordt dat ook in Nederland femicide genoemd. De Raad voor Europa gebruikt de term al jaren, omdat dit mannen veel minder overkomt.

Voor Nederland was femicide altijd een lastige term, omdat de Nederlandse politie geweld tegen vrouwen ondanks kritiek uit Europa nog steeds genderneutraal registreert als ‘huiselijk geweld’. Daardoor, bleef Römkens herhalen, blijft de dynamiek buiten beeld die je alleen bij femicide ziet: een man die een dominante positie boven een vrouw opeist. Zo blijft het moeilijk er iets tegen te doen.

Römkens studeerde criminologie in Nijmegen en schreef haar scriptie over vrouwenmishandeling, omdat het onderwerp vrijwel ontbrak in haar studie, terwijl ze om zich heen zag hoe Blijf-van-mijn-lijfhuizen werden opgericht. Van haar hoogleraar kreeg ze prompt de kwalificatie ‘een tobbertje’.

Römkens zou vrouwenmishandeling als eerste landelijk onderzoeken. Geweld tegen vrouwen in heteroseksuele relaties verscheen in 1989. Van duizend vrouwelijke respondenten zei ruim 11 procent ooit frequent en ernstig fysiek door haar mannelijke partner te zijn mishandeld. ‘Het sloeg in als een bom’, zegt Meulenbelt.

De reacties van destijds laten een tijdsbeeld zien. Zo behandelde columnist Jan Blokker ‘dat mishandelingsrapport’ in de Volkskrant destijds als een café-mop, waarin Römkens figureert als ‘zo’n Limburgs punkvrouwtje’. Hoogleraar massapsychologie Martin Brouwer suggereerde op de opiniepagina dat de onderzoeksopzet niet deugde (Römkens zou er later cum laude op promoveren). En hoogleraar psychologie en wetenschapscolumnist Piet Vroon vond het ‘onevenwichtig’, omdat vrouwen mannen op hun beurt ‘op psychisch niveau’ zouden beschadigen.

Nog steeds klinkt wel die relativering van het wederkerigheidsargument. Zeker toen het CBS berekende dat tegenover iedere 100 vrouwen die geweld meemaken 88 mannen staan. Wat er dan niet bij wordt verteld, is dat een groot deel van die mannen door mannen wordt toegetakeld en niet door vrouwen.

‘De feiten hebben de kritiek op Renée gelogenstraft’, zegt emeritus hoogleraar mensenrechten Cees Flinterman, voormalig lid van het VN-mensenrechtencomité en het VN-comité tegen de discriminatie van vrouwen. Hij noemt Römkens onderzoek serieus en systematisch, ze adviseerde de VN, de Raad van Europa en de Europese Commissie: ‘Mede dankzij haar onderzoek kwalificeerde de VN geweld tegen vrouwen in 1993 voor het eerst als een schending van mensenrechten.’

Maar binnen de Nederlandse, ‘lang door mannen gedomineerde sociale wetenschappen’ heeft Römkens het volgens Flinterman moeilijk gehad. ‘Zij liep echt voorop. Maar ze kreeg nooit een gewoon hoogleraarschap, het bleef bij bijzonder hoogleraar.’

Römkens was intussen tot 2019 ook zeven jaar directeur van het instituut voor emancipatie en vrouwengeschiedenis Atria, dat onder meer het archief van de vrouwenbeweging in Nederland conserveert en onderzoekt. Saoedi-Arabië, het Vaticaan, Rusland en de VS probeerden onderwijl bij de VN vrouwenrechten uit een slotverklaring te slopen. Europese landen als Polen en Hongarije tornen aan vrouwenrechten. En inmiddels propageert de influencer Andrew Tate bij zijn jonge miljoenenpubliek mannelijke dominantie en vrouwenhaat.

Toen Römkens vier jaar geleden de pensioengerechtigde leeftijd bereikte, benoemde Atria’s raad van toezicht de buikdansende, mediagenieke genderwetenschapper Kaouthar Darmoni tot haar opvolger. Römkens wilde er toen en nu publiekelijk niets over zeggen. Vorig jaar werd Darmoni’s arbeidscontract ontbonden, omdat ze volgens een extern onderzoek medewerkers intimideerde, een tevredenheidsonderzoek onder medewerkers manipuleerde en ook haar cv niet klopte. De zaak is juridisch nog niet afgerond.

Volgens voormalig VVD-politica en minister van Volkshuisvesting, Sybilla Dekker, groeide Atria dankzij Römkens uit tot een ‘belangrijk instituut, dat nu extra bescherming verdient’. Dekker zit formeel nog steeds in de Raad van Advies, alleen is die sinds Darmoni’s aantreden niet meer bijeengeroepen (‘Het werd alleen aangekondigd.’)

‘Darmoni was totaal ongeschikt om het serieuze beleid van Renée voort te zetten’, zegt Meulenbelt, ‘en ik weet dat Renée haar vingers opat van ellende, want het heeft Atria enorm op achterstand gezet’.

Het voltallige onderzoeksteam dat Römkens bij Atria had opgebouwd, nam onder Darmoni de benen. ‘De kennis over gendergerelateerd geweld dreigt nu weer versnipperd te raken’, zegt het vertrokken hoofd van die afdeling, Suzanne Bouma: ‘Nu Römkens’ leerstoel ook nog verdwijnt, maak ik me zorgen.’

3x Renée Römkens

Römkens (70) groeide op in Zuid-Limburg als dochter van een onderwijzer en een huisvrouw. Ze sprak alleen het Limburgs dialect, tot haar vader haar op haar vierde Nederlands leerde lezen.

De vraag of ze soms zelf met partnergeweld te maken heeft gehad, kreeg Römkens vaak. Men vond het lang vreemd dat zij zich ‘zomaar’ voor het onderwerp interesseerde.

Dankzij een motie van het PSP-Kamerlid Fred van der Spek moest het tweede kabinet-Van Agt vrouwenmishandeling in 1981 gaan aanpakken. Staatssecretaris Sociale Zaken Hedy d’Ancona organiseerde daarop in 1982 de Kijkduinconferentie over geweld tegen vrouwen. Römkens sprak daar en kreeg van d’Ancona de opdracht voor het eerste landelijke onderzoek.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next