Geen twijfel wie zondag in de Koerdische provincie Diyarbakir de Turkse parlementsverkiezingen royaal gaat winnen: Groen Links. Nee, de Turkse onderafdeling van de partij van Jesse Klaver is dat niet, maar banden zijn er wel degelijk, net als gemeenschappelijke opvattingen.
In de provinciehoofdstad, die ook Diyarbakir heet, domineert één partijlogo het straatbeeld, dat van Yesil Sol (Turks voor ‘Groen Links’): een paarse boomstam met groene bladeren, met een gele bol die maakt dat de boomstam ook een vrouwenfiguur zou kunnen zijn. Knap ontwerp, ook vanwege de gelijkenis met het logo van de Koerdisch gezinde partij HDP: twee handen die een boom vormen, met dezelfde bladeren, eveneens in paars en groen.
Toeval is dat niet, integendeel. Eigenlijk is het niet Yesil Sol dat aan de verkiezingen deelneemt, maar de HDP. Yesil Sol, opgericht in 2012, is te klein om kans te maken op ook maar één parlementszetel. De HDP daarentegen is een belangrijke factor in de Turkse politiek. Al jaren is de partij goed voor bijna 15 procent van de stemmen; in het parlement heeft ze 56 van de 600 zetels.
Over de auteur
Rob Vreeken is correspondent Turkije en Iran voor de Volkskrant. Hij woont in Istanbul. Daarvoor werkte hij op de buitenlandredactie, waar hij zich specialiseerde in mensenrechten, Zuid-Azië en het Midden-Oosten. Hij is auteur van Een heidens karwei – Erdogan en de mislukte islamisering van Turkije.
Grote kans dat Yesil Sol dat volgende week op z’n minst evenaart. Daarmee krijgen de groenlinksen een wippositie. Volgens de peilingen krijgt geen van de twee grote blokken – dat van president Recep Tayyip Erdogan noch dat van zijn tegenkandidaat Kemal Kiliçdaroglu – een meerderheid in het parlement. Bovendien zijn de groenlinkse kiezers (en eigenlijk die van de HDP) nodig om, op dezelfde dag, Kiliçdaroglu tot president te maken.
Van Erdogan aan een meerderheid helpen is geen sprake. De president en zijn AK-partij hebben een gruwelijke hekel aan de HDP. Voor hen is de Democratische Partij van de Volkeren, zoals de naam voluit luidt, een verlengstuk van de PKK en dus een verlengstuk van een terroristische organisatie. HDP-leider Selahattin Demirtas en tientallen partijgenoten zitten gevangen, op alle mogelijke manieren wordt de partij het leven zuur gemaakt.
Sinds een jaar dreigt een verbod van de HDP. Vanwege het risico dat dit kort voor de verkiezingen inderdaad zou gebeuren, zocht de partij onderdak bij de groenlinkse geestverwanten. HDP-leden vullen nu in alle provincies de kandidatenlijsten van Yesil Sol.
Is dat niet verwarrend voor de kiezer? ‘Nee hoor, dat zijn ze wel gewend’, lacht Ceylan Akça, nummer acht op de lijst in Diyarbakir. ‘De Koerdische politieke beweging is in het verleden vaak van naam veranderd. Dan kwam er weer eens een partijverbod en een dag later hadden we een nieuwe naam.’
De 36-jarige kandidaat heeft er alle vertrouwen in dat Yesil Sol gaat winnen en dat Erdogan gaat verliezen. ‘We mikken op honderd zetels’, zegt ze, terwijl ze haar schattige babydochtertje de borst geeft. ‘De regering voert campagne tegen zichzelf. Wij hoeven maar achterover te leunen om te zien hoe de AKP ten onder gaat.’ De verklaring, volgens haar: de groeiende armoede. ‘Bovendien hebben de mensen schoon genoeg van Erdogans autoritaire politiek.’
In het zuidoosten van Turkije komt daar een factor bij: de Koerdische kwestie. Acht jaar geleden gooide de AKP het roer wat dat betreft radicaal om. Tot dan was een vredesproces gaande. De regering-Erdogan gaf de Koerden voor het eerst culturele rechten, vooral inzake hun taal. Via via werd met de PKK gesproken over een politieke oplossing. Van de weeromstuit groeide het aantal Koerdische AKP-kiezers. Een op de drie Turkse Koerden stemde landelijk op Erdogans partij.
Daarvan is niet veel meer over, want ook van het vredesproces is niets over. Het is weer oorlog tussen de Turkse staat en de Koerdische beweging. Wat betreft de PKK geldt zelfs dat het Turkse leger de oorlog heeft gewonnen. De PKK-strijders hebben zich teruggetrokken in de Iraakse bergen en richten zich op Syrië. In Turkije is de organisatie zo goed als vernietigd, met behulp van drones.
In het centrum van Diyarbakir kreeg de PKK de grootste klap toegebracht en dat is te zien. Sur, de historische wijk tussen de oude stadsmuren, is een schim van wat het ooit was. Een groot deel van de wijk werd in 2015-16 genadeloos door het leger vernietigd, nadat jonge PKK-strijders hadden geprobeerd in het labyrint van nauwe straatjes met barricaden en loopgraven een soort vrijstaat te creëren. Hun ‘stadsoorlog’ kwam neer op zelfmoord. Ruim driehonderdduizend bewoners sloegen op de vlucht, 1.700 mensen kwamen om.
De prachtige binnenplaats met theehuis Hasanpasa is gespaard gebleven, maar verder wordt de toon gezet door zielloze, historiserende zwart-grijze blokken die een sfeer van eeuwen her moeten oproepen. Tevergeefs. De meeste bewoners zijn nooit teruggekeerd, omdat ze te arm waren voor de nieuwbouw.
‘De stadsoorlog was een grote fout’, zegt de 20-jarige concertorganisator Ali Çetintas. ‘Het was geen politieke opstand. De armen waren de dupe.’ Een deel van de jongeren in de stad was destijds actief in de YDG-H, de jeugdafdeling van de PKK. Ook daarvan is bijna niets over. In Diyarbakir gelooft bijna niemand nog in de gewapende strijd. ‘Dat willen we niet meer’, zegt Çetintas. ‘Het leidt nergens toe.’
‘Het geweld van de PKK is geen oplossing’, zegt Vahap Coskun, docent recht aan de Dicle-universiteit in Diyarbakir en veteraan van het mislukte vredesproces. ‘Het criminaliseert de politieke eisen van de Koerdische beweging. Een groot deel van de Koerden ziet dat in. De jeugd heeft zich afgewend van het radicalisme. De politieke weg is aantrekkelijker.’
Die weg wordt belichaamd door de HDP en haar razend populaire voorman Demirtas, een advocaat van 50 jaar met charisma en jeugdig elan. Zijn vreedzaam politiek succes viel slecht bij de PKK-haviken in de Iraakse bergen. Het bracht hun reden van bestaan – vechten – in gevaar.
Het tekent de afstand tussen de PKK en de HDP. Tegelijkertijd heeft het geen zin te ontkennen dat er banden bestaan tussen de twee organisaties. ‘Maar de staat zou dat als een kans moeten zien’, zegt Coskun. ‘De HDP kan een bemiddelende rol spelen, zoals Sinn Fein deed in Noord-Ierland.’
In plaats daarvan kiest de regering voor de moker. Gekozen HDP-burgemeesters zijn vervangen door zetbazen van Ankara. HDP’ers worden afgeschilderd als terroristen en door de repressie regeert in het zuidoosten de angst. ‘Zelfs het vredesteken geven is verboden’, zegt Çetintas.
‘De regering zegt dat de HDP en de PKK een en hetzelfde zijn’, zegt Raci Bilici, mensenrechtenadvocaat en lokaal bestuurslid van de HDP. ‘Als je ziet dat de electorale steun voor de HDP groeit, moet je dan concluderen dat de steun voor de PKK groeit?’
Dat is ongetwijfeld niet het geval. Toch blijft de AKP erop hameren dat HDP en PKK een pot nat zijn. Dat is in de verkiezingscampagne zelfs een van de belangrijkste troeven van het Erdogan-kamp.
De bedoeling daarvan is Kiliçdaroglu, Erdogans tegenkandidaat, in een kwaad daglicht te stellen. De HDP steunt Kiliçdaroglu in de presidentsverkiezingen, dus voor de AKP is het simpel: CHP = HDP = PKK = terrorisme. In diverse AKP-bolwerken in Turkije die de Volkskrant de afgelopen weken bezocht, waren AKP-aanhangers unisono: Kiliçdaroglu heult met terroristen! In toespraken van AKP-leiders van hetzelfde laken een pak.
Het moet de aandacht afleiden van de achilleshiel van de regering-Erdogan, het economisch beleid, maar uiteraard heeft die strategie nergens zo weinig effect als in Diyarbakir. ‘We leven in een verschrikkelijk land’, zegt de 42-jarige Elif, die met haar zus Aysegül en haar nichtje Dilan een sigaret zit te roken op het zonnige plein bij de Ulu-moskee.
‘De economie is slecht, het onderwijs is slecht, vrouwen worden slecht behandeld’, zegt ze. Haar twee jongere familieleden zijn afgestudeerd en zijn werkloos, Elif is huisvrouw. ‘Onze kinderen hebben geen toekomst, daar maak ik me zorgen over. Op Koerden wordt neergekeken, daarom moeten ze harder studeren dan anderen in Turkije.’
Zo komt het gesprek onvermijdelijk op de Koerdische kwestie. De kritiek van de vrouwen op Erdogans sociaal-economisch beleid vormt één kluwen met wat ze zeggen over de achterstelling van Koerden en de keiharde aanpak van de beweging die streeft naar lokale autonomie in Koerdisch gebied. Hun hoop hebben ze gevestigd op Yesil Sol en op Kemal Kiliçdaroglu.
Maar hebben de CHP-leider en zijn coalitie van zes oppositiepartijen wel iets te bieden? Dat is nog maar de vraag. Ook deze Tafel van Zes moet niets hebben van de PKK, en een toverformule voor de Koerdische kwestie heeft ook Kiliçdaroglu niet. Zijn meest concrete idee luidt: ‘Het parlement is de plek om te praten over een oplossing.’
‘Ik zie niet dat een nieuwe regering spoedig met de PKK zal gaan praten’, zegt Coskun. ‘Hopelijk wordt Demirtas vrijgelaten en keren de HDP-burgemeesters terug. Dan kunnen de mensen weer wat ademhalen. Misschien ontstaat dan de sfeer voor een politieke oplossing.’ Ach, verzucht hij, had de Koerdische beweging maar een Nelson Mandela.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecte Source: Volkskrant