Home

Ze leek me zo’n vrouw die er prat op gaat nooit tv te kijken, maar wél een abonnement heeft op de VPRO-gids

Op de Overtoom was het stoplicht rood. Er stond een vrouw te wachten van rond de 65, met een meisje van een jaar of 8. De kleren van het tweetal verrieden beschaafde welstand. Het kind droeg een Petit Bateau-achtig regenjasje, de vrouw, struis, met grijze krullen tot op de kaaklijn, een wijde witte wapperbroek en een poncho van roestkleurige luxe-jute.

Het licht sprong op groen en begon te ratelen. ‘Hoor je dat, Hanna?’, sprak de vrouw op luide, docerende toon, ‘Dat geluid is voor blinde mensen. Dan weten die óók dat ze mogen oversteken.’ Het kind zweeg en dacht na. Halverwege het zebrapad vroeg ze: ‘Oma? Maar als die blinde mensen ook nog doof zijn?’

De oma lachte. ‘Dat is een slimme vraag van je, Hanna!’, zei ze, weer zo luid. Ze keek om zich heen, of de mede-overstekers de slimheid van haar kleinkind wel hadden geregistreerd. Ze leek me zo’n vrouw die er prat op gaat nooit tv te kijken, maar wél een abonnement heeft op de VPRO-gids. ‘Dat moet best ingewikkeld zijn, hè, als je niet kunt zien en niet horen?’ ‘Ingewikkeld’, ze zei het echt.

‘Er leefde lang geleden een klein meisje in Amerika’, ging de vrouw voort, op omroepsterkte. ‘Ze heette Helen Keller, en ze was doof én blind. Maar ze was ook heel slim. Ze leerde tóch lezen en schrijven. En later ging ze studeren, en ze slaagde zelfs cum laude. Cum laude, weet je wat dat betekent, Hanna?’ Haar glimlach was bepaald angstaanjagend.

Het kind schudde haar hoofd, en vroeg: ‘Maar hoe kon zíj dan oversteken?’ De oma, gefrustreerd omdat haar college werd onderbroken, antwoordde een tikje kortaf: ‘Dan ging haar moeder mee.’

Het meisje knikte. Maar nog was de kous niet af. ‘Moest haar moeder dan niet werken?’, vroeg ze. Nu leefde de oma weer op. ‘In die tijd móchten vrouwen niet werken, Hanna’, onderwees ze. ‘Gek hè? Want de mannen vonden toen dat vrouwen...’ Het meisje onderbrak haar, en vroeg: ‘Maar als je nou doof bent, en blind, én je hebt geen moeder, hoe moet je dan oversteken?’

Ik wachtte gelaten op een uiteenzetting over onze mooie verzorgingsstaat, maar de vrouw hield stil voor de deur van een bakkerij en sprak: ‘We gaan even lekker vers brood kopen, voor de lunch.’

‘En een donut!’, riep het kind. ‘Nee Hanna’, zei de vrouw, weer met die doodenge glimlach. Donuts zitten vol met E-nummers. Weet je wat dat zijn, E-nummers? Dat zijn stofjes die...’

Ik ben maar doorgelopen. Ik had haar graag geslagen, maar daar krijg je last mee.

Source: Volkskrant

Previous

Next