‘De melding luidde: ‘Op de vijfde etage van een flat zit een vrouw met haar voeten over de reling.’ Dat was in een straat hier in Alphen, vlak achter ons bureau. Ik sprong met mijn collega Karim in de auto en was er supersnel. We zagen niks. Niemand. We reden om de flat heen, en daar was inderdaad een persoon over de reling aan het klimmen.
‘‘Jij blijft hier, ik ren naar boven!’, schreeuwde ik tegen Karim. Dan kon hij van buiten met die persoon communiceren terwijl ik het portiek inrende, de trappen op, want de lift was niet beneden.
‘Het was een klotetrap. Er was steeds één trap naar de volgende verdieping, vervolgens moest je driekwart rond naar de volgende. Ik werd er helemaal dol van. En nergens was een etageaanduiding, dus je raakt gedesoriënteerd. Gelukkig zat er glas in de toegangsdeuren van de galerijen, ik scande steeds snel of ik er iemand zag.
‘In mijn oortje hoorde ik de communicatie tussen Karim en de meldkamer, en wist daardoor dat het om een vrouw ging. Hij zei: ‘Ze klimt nu over de reling.’ ‘Ze staat aan de verkeerde kant van de reling, met haar rug naar buiten toe.’ ‘Ze laat zich afhangen aan de reling.’ Toen dacht ik: die gaat echt springen, die doet het niet voor de aandacht, en ik rende nog harder.
‘Op de zesde verdieping zag ik door het deurraam dunne beentjes van de zevende verdieping naar beneden komen, zo’n 20 meter van de deur. Ik rende de galerij op met alles wat ik in me had, en hoorde mijn collega zeggen: ‘Ze laat los.’
‘Vlak voor me viel ze naar beneden. Ze klapte met haar lichaam op de reling van mijn verdieping en viel met haar gewicht naar de buitenkant. Mijn collega zag me rennen en schreeuwde: ‘Pak haar!’
‘Tijdens haar val greep ik haar bij haar kleren, haar bovenlichaam, bij alles wat ik grijpen kon. Even bungelde ze aan mijn handen, op 18 meter hoogte. Ik ben niet groot, dat was een voordeel: haar gewicht trok me niet mee naar beneden. Ik leunde met mijn lijf tegen de balustrade en trok haar met al mijn kracht over de rand, waarna ze op de galerij viel. Ik fixeerde haar met mijn knieën tegen de balustrade, want iemand die in levensnood is kan beresterk zijn. Daardoor kon ik even op adem komen, want ik was kapot van het rennen.
‘Ze lag op haar rug en keek dwars door me heen. Er was geen contact, geen licht in haar ogen. Ik zei: ‘Wil je dat alsjeblieft nooit meer doen?’ Ze gaf geen enkele reactie, alsof ze al niet meer op deze wereld was. Daarna was het muisstil over de porto, waar gewoonlijk onafgebroken de communicatie van de hele eenheid klinkt. Het leek alsof iedereen ademloos zat te luisteren. Ik zei: ‘Ik heb haar!’ Later hoorde ik dat er in de meldkamer was gejuicht.
‘Karim kwam naar boven en samen begeleidden we de vrouw naar beneden. Heel afwezig liep ze mee, alsof haar lichaam er was, maar haar geest al was gesprongen. De meldkamer achterhaalde haar naam, waarna we haar partner belden. Die zuchtte en zei dat dit al de achtste zelfmoordpoging was. De achtste! Hij gaf de naam van haar psychiater bij de GGZ, waar we haar naartoe brachten.
‘We verwachtten dat een team behandelaars ons na deze crisis zou opvangen, maar nee, we werden in een wachtkamertje gezet. Daar zaten we een kwartiertje doodstil. Uiteindelijk kwam haar psychiater, die ons apart nam. Aangeslagen vertelden we wat er was gebeurd, dat ze op een haar na morsdood was gevallen, maar er kwam geen greintje empathie. Die man was puur rationeel, emotieloos, iemand die volgens het boekje werkt. Hij had zo’n houding van: dit is een schreeuw om aandacht. Ik kreeg een heel vervelend gevoel bij hem en dacht: geen wonder dat die dame het al acht keer heeft geprobeerd, jij gaat haar niet helpen.
‘Dit incident heeft mijn kijk op de zorg veranderd. Soms lijkt het alsof zorgverleners hun verantwoordelijkheid niet pakken. Hier in de buurt was een agressieve jongen die wij naar de GGZ brachten. Na twee nachten stond hij weer schreeuwend op straat. Dan brengen wij hem opnieuw en zeggen ze: die willen we niet, want hij is agressief. Dan denk ik: hij heeft hulp nodig. Wat is dan jullie rol? Daar lopen we vaker tegenaan.
‘Ik weet niet hoe het met die vrouw is afgelopen en ik wil het ook niet weten. Ik dacht wel: ik ben benieuwd wanneer we de volgende melding over haar krijgen. Als ze niet adequaat wordt geholpen, is de kans groot dat het uiteindelijk wel lukt.’
Praten over gedachten aan zelfdoding kan bij 113 Zelfmoordpreventie. Bel 0800-0113 voor een gesprek. U kunt ook chatten op 113.nl
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden