Home

Mensen zijn zelf de natuur, stupid

N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.

Marijn Kruk schrijft om de week een column over de politiek en verbeelding van de Klimaattijd.

Marijn Kruk schrijft om de week een column over de politiek en verbeelding van de Klimaattijd.

Kruk studeerde geschiedenis in Utrecht en politieke filosofie in Parijs. Hij werkte lange tijd vanuit Parijs als journalist voor onder andere Trouw en De Groene Amsterdammer. Vanaf 2015 was hij voor Trouw enige tijd correspondent in Istanbul. Hij werkt aan een boek over opkomend illiberalisme en nationalisme in Europa. Hij schreef onder andere boeken over de Franse denker De Tocqueville, over het Parijse intellectuele leven en de over de Arabische Lente. In 2020 was hij fellow aan het Netherlands Institute for Advanced Studies (NIAS).

Meer artikelen van Marijn Kruk

We weten wat er aan de hand is met het klimaat, maar toch doen we te weinig. Het blijft een intrigerende kwestie. Een veelgehoorde verklaring is dat het probleem mentaal te ver van ons afstaat. In de ruimte (‘in Spanje vallen de mussen van het dak, maar hé’) of in de tijd (‘die 2 graden opwarming is nog zo ver weg, tegen die tijd verzinnen we wel wat’).

Psychologisch onderzoek biedt geen uitkomst, zo bleek uit een recent interview met een omgevingspsycholoog in NRC. Mensen zien dat er een probleem is, maar actie blijft uit. We hebben meer problemen aan ons hoofd, carrière, opvoeding, persoonlijke ontwikkeling bijvoorbeeld.

Maar als er én draagvlak is én er gebeurt te weinig, lijkt het me vooral dat er iets mis is met onze politieke organisatie. En er is, denk ik, nog een fundamenteler probleem, van filosofische aard. Lastig te bevatten in een pragmatisch ingesteld land als Nederland, maar we kunnen er niet omheen: de mens heeft de band met zijn leefomgeving doorgesneden. Eerst de westerse mens, vervolgens vrijwel iedereen elders op de wereld. Niet materieel, je kunt gewoon nog steeds een boomtak vastpakken. Ook niet zozeer spiritueel, je kunt ook prima een boom knuffelen. Maar conceptueel.

Op enig moment is er een scheiding aangebracht tussen ‘de mens’ en wat bekend zou komen te staan als ‘de natuur’. Wetenschaps- en ideeënhistorici lokaliseren dit ergens in de 17de eeuw, in Europa. Sinds de wetenschappelijke revolutie die toen inzette is de mens de hem omringende wereld als iets gaan beschouwen dat buiten hemzelf staat, als iets dat ongehinderd kon worden geëxploiteerd en gekoloniseerd. Als iets dat hij zich kon toe-eigenen.

Er zijn stemmen die dit moment nog verder terugplaatsen, zoals de historicus Lynn Townsend White, die in The Historical Roots of Our Ecological Crisis, een artikel uit 1967, naar de christelijke theologie wijst en de daarin verwoorde menselijke transcendentie en de rechtmatige heerschappij van de mens over de schepping. Die toe-eigening klinkt nog steeds door in goedbedoelende zinnetjes als ‘we moeten het klimaat redden’. Maar het klimaat heeft niets te vrezen; wij zijn het die gered moet worden van het klimaat. We spreken onze zorgen uit over ‘de biodiversiteit’, maar zonder onszelf daarin als een van de soorten te beschouwen.

Deze manier van denken rechtvaardigde eerder tal van moreel dubieuze situaties (van kolonisatie tot onverantwoorde exploitatie tot de bio-industrie), maar blijkt inmiddels ronduit gevaarlijk. Als de klimaatschommelingen en uitstervingsgolven waar ook wij in Europa in toenemende mate mee kampen ons iets leren, is het wel dat ‘de natuur’ zich bar weinig aan ons gelegen laat liggen. Hoog tijd dus om af te rekenen met de tweedeling mens-natuur. Maar hoe?

De filosofie kan hier uitkomst brengen, blijkt. Want een conceptuele contrarevolutie is in de maak, en ze komt – hoe kan het anders – uit Frankrijk, land van filosofen. Eerst waren er Bruno Latour en Philippe Descola met hun respectievelijke ‘Aardbewoners’ en ‘niet-mensen’. Bij dit illustere duo voegt zich nu Baptiste Morizot, wiens prikkelende boek Manières d’être vivant onlangs in het Nederlands werd vertaald (Het levende laten opvlammen).

Volgens Morizot is het zaak ons opnieuw tot onze leefomgeving te leren te verhouden. Hoe laat je de onderlinge afhankelijkheid zien? En misschien nog belangrijker: hoe vang je die in woorden? Laat ons beter spreken over le vivant stelt Morizot voor, het levende. Dat verbindt ons met al het andere leven op aarde dat bedreigd wordt, en met de evolutie, dus waar we vandaan komen. „Het is geen slogan, maar een routekaart”, benadrukte Morizot in interviews.

Ik volg hem wel: weg met de natuur; leve het levende!

U kunt ons via dit formulier informeren over taalfouten of feitelijke onjuistheden, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken worden niet gelezen.

Source: NRC

Previous

Next